Pagina's

Posts tonen met het label KVLV. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KVLV. Alle posts tonen

vrijdag 12 december 2014

Becelaere

unsere heimat


Een vereniging en een dorp die zichzelf respecteert stelt zich deze jaren genoegzaam de vraag wat er zich daar tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft afgespeeld. Ook Becelaere is toen de dans niet ontsprongen. Al heeft het nog al wat opzoekingswerk gekost om daar precies achter te komen. De Landelijke Gilde Beselare en KVLV legden op hun Sint-Elooisfeest op 6 december de vraag voor aan rasverteller en gids Staf David in OC De Leege Platse, gelegen op de gronden van het voormalig Duits kerkhof.



Honderd jaar geleden, in een tijd waar mensen al uitzonderlijk buiten hun dorp kwamen, sijpelt het nieuws van de komende oorlogsdreiging slechts met mondjesmaat door. De communicatiemiddelen zijn schaars en traag, de afstanden onnoemelijk veel groter dan nu, helemaal niet te vergelijken met de online-toestanden van nu. Het eerste fatale schot in Sarajevo en wat voor verwikkelingen dat met zich meebracht, is voor de dorpelingen een ver-van-hun-bed-show. Bijna niemand heeft van zijn leven ooit al een Fransman, een Duitser, laat staan een Engelsman gezien. Eerst horen ze over de gruweldaden van de Duitse invaller en het heldhaftig verzet van het Belgische leger. Veel concreter wordt het toen er hier op één dag ineens dertien leeftijdsklassen recruten worden opgevorderd. Misschien is het gewoon uit voorzorg zoals in 1870. Toen waaide het gewoon over. Maar reeds in de maand augustus zijn reeds zeven doden aan het front te betreuren. Plots verschijnen er in de Wervikstraat een indrukwekkende troep glimmend, uitgedoste Franse elite-ruiters. Dat wekt weer even hoop. Zo rap als ze gekomen zijn, zijn ze ook weer verdwenen. Eind september worden de eerste Duitse Uhlanen op verkenning waargenomen. In een daaropvolgend treffen met Engelse verkenners valt het eerste dodelijke schot op Beselaars grondgebied. Meerdere schermutselingen volgen, een eerste obus slaat in. De onrust neemt hand over hand toe onder de bevolking. De eerste vluchtelingen komen langs en stilaan dringt de ernst van de toestand door. Den Duits is niet te stoppen en de aanwezige Engelsen en Fransen trekken zich strategisch achteruit. De bevolking wordt geadviseerd te vertrekken maar niet iedereen laat zomaar have en goed achter. Ze verkiezen nog te blijven wat heel riskant is. Dat mag de toenmalige gemeente-ontvanger tot z'n schade en schande ervaren toen hij – op zoek naar melk – door de Engelsen eerst gearresteerd wordt op verdenking van spionage. De Duitse troepen stromen nu massaal binnen, doorzoeken de woningen om mogelijk verzet op te ruimen. Zo vallen de nog achtergebleven burgers al dan niet ten prooi aan de dodelijke willekeur van de de bezetter, worden ze aan hun lot overgelaten of verdreven. Staf David vertelt het allemaal in geuren en kleuren met (plaats)naam en toenaam. Veel van z'n verhalen gaan terug op de geschriften van Jozef Maes.

Het inferno van de kerk
Bijzonder interessant is verder het Duitse gedenkboek van het 246-ste regiment. Dat beschrijft de trieste lotgevallen van het inmiddels verlaten dorp, de vreselijke clash tussen het Engelse en het Duitse leger aan en voorbij De Reutel. Hier en verder loopt alles vast en begint een langdurige stellingenoorlog. Het slagveld ligt bezaaid met lijken en gewonden. Op 21 oktober wordt de kerk ingericht als militair hospitaal door de Duitsers. Matrassen en dekens worden aangevoerd uit de verlaten huizen en gekwetste Duitse soldaten, maar ook Fransen en Engelsen worden er verpleegd. De sacristie wordt operatiezaal waar dokter Gartner met zijn assistenten het (on)mogelijke doet. Priester- en altaargewaden worden verscheurd voor noodverband. Afgezette ledematen belanden in de wijwaterkuipen om ze daarna op de begraafplaats rond de kerk te begraven. In afwachting van verzorging of verdere evacuatie liggen overal gewonden van de doopvont tot aan het hoofdaltaar. Er is nauwelijks ruimte om te passeren. Een aalmoezenier heeft de handen vol om de laatste bijstand te verlenen aan de stervenden. Op vrijdag 23 oktober stort het dak van de kerk in door nieuw geschut met als gevolg nog meer hallucinante en hartverscheurende toestanden. Het kerkruim is in een dichte zwaveldamp gehuld. Een panische angst maakt zich meester van de meer dan driehonderd aanwezige gewonden. Het kerkhof kan de toevlucht van lijken niet meer aan. Daarna gaan ze naar de kelders van de brouwerij, daarna een hoeve aan 't Kruiske, bijgenaamd 't Keizer Willemshof, waar een stoomtram hen nog kan evacueren. De brouwerijkelders dienen nu als wasserij voor de kledij. Ook andere hoeves en herbergen dienen als medische post. Het bezette dorp, nu een Duitse heimat, wordt door de Ortskommandant geregeerd. Overal zijn militairen ingekwartierd. Op de gemeente worden in 1917 een zestigtal betonnen constructies als verblijfplaats voor de officieren gebouwd. Vooral met de Derde Slag bij Ieper en het Eindoffensief worden de resten van het dorp in puin geschoten. Op 28 september 1918 wordt Beselare, als één van de verste dorpen die dag, door Britten heroverd. Bij de Wapenstilstand bestaat Beselare nog slechts bij naam. Eens de winter 1918-1919 voorbij, beginnen er inwoners van Beselare terug te komen. Ze treffen er bomputten aan, evenals prikkeldraad, graven en begraafplaatsen, betonnen schuilplaatsen, kadavers, steenhoopjes, afgeknotte boomstammen, wrakken van neergestorte vliegtuigen en vastgelopen tanks…



De heropbouw kan beginnen
Eind 1919 huist het gemeentebestuur in barakken, in 1920 wordt een barak opgericht voor kerk en schoolklassen, in 1921 verrijst het eerste stenen woonhuis, in 1923 wordt begonnen met de bouw van de neo-gotische Sint-Martinuskerk naar plannen van Marstboom en Janssen, in 1925 wordt ze in gebruik genomen, in 1923-1924 zijn het klooster en de jongensschool klaar, de pastorie en het gemeentehuis komen in 1926 aan de beurt. In 1926-1927 is de heropbouw nagenoeg voltooid, maar tegen eind 1928 is de bevolking nog steeds niet terug op peil. Er zijn 46 militaire doden en 17 burgers omgekomen, waarvan 12 burgers uit Beselare en andere gemeenten, die in Beselare omgekomen zijn en 5 burgers van Beselare, die elders omgekomen zijn. In 1927 wordt voor hen een gedenkteken onthuld, een initiatief van de V.O.S. ('Vlaamse Oud-Strijders').

Gedenkplaat
In het voormalige gemeentehuis hangt nog een gedenkplaat die in 1974 werd onthuld. Daarop valt te lezen: “BESELARE 60 jaar geleden volledig verwoest en voor de komende generaties heropgebouwd, betreurde in beide wereldoorlogen 67 slachtoffers.'. 'Gedurende de oorlog 1914-18 werden hier 5.752 duitse soldaten begraven.', 'In aanwezigheid van Veteranen van de voormalige 54. (Würrt.) RD. van het Sanitätsbataillon 10 van de Becelaere-Kaserne en het stadsbestuur van ESSLINGEN werd deze plaat aangebracht, niet alleen om de herinnering op te roepen bij diegenen die deze tijd hebben meegemaakt, maar vooral voor de jongere generaties. Moge de intussen ontstane verzoening leiden tot de vervulling van de wens: "NOOIT MEER OORLOG"”. De stad Esslingen in Duitsland is verbroederd met de gemeente Beselare.