Een
vereniging en een dorp die zichzelf respecteert stelt zich deze jaren
genoegzaam de vraag wat er zich daar tijdens de Eerste Wereldoorlog
heeft afgespeeld. Ook Becelaere
is
toen de dans niet ontsprongen. Al heeft het nog al wat opzoekingswerk
gekost om daar precies achter te komen. De
Landelijke
Gilde Beselare
en KVLV
legden op hun Sint-Elooisfeest
op 6
december de
vraag voor aan rasverteller en gids Staf
David in
OC De Leege Platse, gelegen op de gronden van het voormalig Duits
kerkhof.
Honderd
jaar geleden, in een tijd waar mensen al uitzonderlijk buiten hun
dorp kwamen, sijpelt het nieuws van de komende oorlogsdreiging
slechts met mondjesmaat door. De communicatiemiddelen zijn schaars en
traag, de afstanden onnoemelijk veel groter dan nu, helemaal niet te
vergelijken met de online-toestanden van nu. Het eerste fatale schot
in Sarajevo en wat voor verwikkelingen dat met zich meebracht, is
voor de dorpelingen een ver-van-hun-bed-show. Bijna niemand heeft van
zijn leven ooit al een Fransman, een Duitser, laat staan een
Engelsman gezien. Eerst horen ze over de gruweldaden van de Duitse
invaller en het heldhaftig verzet van het Belgische leger. Veel
concreter wordt het toen er hier op één dag ineens dertien
leeftijdsklassen recruten worden opgevorderd. Misschien is het gewoon
uit voorzorg zoals in 1870. Toen waaide het gewoon over. Maar reeds
in de maand augustus zijn reeds zeven doden aan het front te
betreuren. Plots verschijnen er in de Wervikstraat een indrukwekkende
troep glimmend, uitgedoste Franse elite-ruiters. Dat wekt weer even
hoop. Zo rap als ze gekomen zijn, zijn ze ook weer verdwenen. Eind
september worden de eerste Duitse Uhlanen op verkenning waargenomen.
In een daaropvolgend treffen met Engelse verkenners valt het eerste
dodelijke schot op Beselaars grondgebied. Meerdere schermutselingen
volgen, een eerste obus slaat in. De onrust neemt hand over hand toe
onder de bevolking. De eerste vluchtelingen komen langs en stilaan
dringt de ernst van de toestand door. Den Duits is niet te stoppen en
de aanwezige Engelsen en Fransen trekken zich strategisch achteruit.
De bevolking wordt geadviseerd te vertrekken maar niet iedereen laat
zomaar have en goed achter. Ze verkiezen nog te blijven wat heel
riskant is. Dat mag de toenmalige gemeente-ontvanger tot z'n schade
en schande ervaren toen hij – op zoek naar melk – door de
Engelsen eerst gearresteerd wordt op verdenking van spionage. De
Duitse troepen stromen nu massaal binnen, doorzoeken de woningen om
mogelijk verzet op te ruimen. Zo vallen de nog achtergebleven burgers
al dan niet ten prooi aan de dodelijke willekeur van de de bezetter,
worden ze aan hun lot overgelaten of verdreven. Staf David vertelt
het allemaal in geuren en kleuren met (plaats)naam en toenaam. Veel
van z'n verhalen gaan terug op de geschriften van Jozef
Maes.
Het
inferno van de kerk
Bijzonder
interessant is verder het Duitse gedenkboek van het 246-ste regiment.
Dat beschrijft de trieste lotgevallen van het inmiddels verlaten
dorp, de vreselijke clash tussen het Engelse en het Duitse leger aan
en voorbij De Reutel. Hier en verder loopt alles vast en begint een
langdurige stellingenoorlog. Het slagveld ligt bezaaid met lijken en
gewonden. Op
21 oktober wordt de kerk ingericht als militair hospitaal door de
Duitsers. Matrassen en dekens worden aangevoerd uit de verlaten
huizen en gekwetste Duitse soldaten, maar ook Fransen en Engelsen
worden er verpleegd. De sacristie wordt operatiezaal waar dokter
Gartner
met zijn assistenten het (on)mogelijke doet. Priester- en
altaargewaden worden verscheurd voor noodverband. Afgezette ledematen
belanden in de wijwaterkuipen om ze daarna op de begraafplaats rond
de kerk te begraven. In afwachting van verzorging of verdere
evacuatie liggen overal gewonden van de doopvont tot aan het
hoofdaltaar. Er is nauwelijks ruimte om te passeren. Een aalmoezenier
heeft de handen vol om de laatste bijstand te verlenen aan de
stervenden. Op vrijdag 23 oktober stort het dak van de kerk in door
nieuw geschut met als gevolg nog meer hallucinante en
hartverscheurende toestanden. Het kerkruim is in een dichte
zwaveldamp gehuld. Een panische angst maakt zich meester van de meer
dan driehonderd aanwezige gewonden. Het kerkhof kan de toevlucht van
lijken niet meer aan. Daarna
gaan ze naar de kelders van de brouwerij, daarna een hoeve aan 't
Kruiske, bijgenaamd 't Keizer Willemshof, waar een stoomtram hen nog
kan evacueren. De brouwerijkelders dienen nu als wasserij voor de
kledij. Ook andere hoeves en herbergen dienen als medische post. Het
bezette dorp, nu een Duitse heimat, wordt door de Ortskommandant
geregeerd. Overal zijn militairen ingekwartierd. Op de gemeente
worden in 1917 een zestigtal betonnen constructies als verblijfplaats
voor de officieren gebouwd. Vooral met de Derde Slag bij Ieper en het
Eindoffensief worden de resten van het dorp in puin geschoten. Op 28
september 1918 wordt Beselare, als één van de verste dorpen die
dag, door Britten heroverd. Bij de Wapenstilstand bestaat Beselare
nog slechts bij naam. Eens de winter 1918-1919 voorbij, beginnen er
inwoners van Beselare terug te komen. Ze treffen er bomputten aan,
evenals prikkeldraad, graven en begraafplaatsen, betonnen
schuilplaatsen, kadavers, steenhoopjes, afgeknotte boomstammen,
wrakken van neergestorte vliegtuigen en vastgelopen tanks…
De
heropbouw kan beginnen
Eind
1919 huist het gemeentebestuur in barakken, in 1920 wordt een barak
opgericht voor kerk en schoolklassen, in 1921 verrijst het eerste
stenen woonhuis, in 1923 wordt begonnen met de bouw van de
neo-gotische Sint-Martinuskerk naar plannen van Marstboom en Janssen,
in 1925 wordt ze in gebruik genomen, in 1923-1924 zijn het klooster
en de jongensschool klaar, de pastorie en het gemeentehuis komen in
1926 aan de beurt. In 1926-1927 is de heropbouw nagenoeg voltooid,
maar tegen eind 1928 is de bevolking nog steeds niet terug op peil.
Er zijn 46 militaire doden en 17 burgers omgekomen, waarvan 12
burgers uit Beselare en andere gemeenten, die in Beselare omgekomen
zijn en 5 burgers van Beselare, die elders omgekomen zijn. In 1927
wordt voor hen een gedenkteken onthuld, een initiatief van de V.O.S.
('Vlaamse Oud-Strijders').
Gedenkplaat
In
het voormalige gemeentehuis hangt nog een gedenkplaat die in 1974
werd onthuld. Daarop valt te lezen: “BESELARE 60 jaar geleden
volledig verwoest en voor de komende generaties heropgebouwd,
betreurde in beide wereldoorlogen 67 slachtoffers.'. 'Gedurende de
oorlog 1914-18 werden hier 5.752 duitse soldaten begraven.', 'In
aanwezigheid van Veteranen van de voormalige 54. (Würrt.) RD. van
het Sanitätsbataillon 10 van de Becelaere-Kaserne en het
stadsbestuur van ESSLINGEN werd deze plaat aangebracht, niet alleen
om de herinnering op te roepen bij diegenen die deze tijd hebben
meegemaakt, maar vooral voor de jongere generaties. Moge de intussen
ontstane verzoening leiden tot de vervulling van de wens: "NOOIT
MEER OORLOG"”. De stad Esslingen in Duitsland is verbroederd
met de gemeente Beselare.

