Pagina's

vrijdag 30 december 2016

Barmhartigheid is grote liefde


In de kapel van de Frezenberg, bij de zusters Karmelietessen in Vlamertinge, vinden vaak heel inspirerende conferenties plaats voor wie zich in het geloof wil verdiepen. Op woensdag 21 december had priester Geert Morlion, deken van Kortrijk, het over barmhartigheid.

Met het einde van het vorige kerkelijk jaar werd het bijzonder jubeljaar van de barmhartigheid afgesloten. Tijd voor iets anders dan maar, zou je denken? Eigenlijk niet, we kunnen er niet onderuit want de ze vormt precies de kern van ons geloof, God in essentie. Geloven dat
Zijn liefde aanwezig is in de wereld en sterker is dan de vele soorten kwaad waar de mens en de wereld onder gebukt gaan. Barmhartigheid is als de andere naam voor de liefde en maakt ze concreet. Als gelovige kun je dat wel beamen, maar is het niet vaak zo dat ‘ons’ rechtvaardigheidsgevoel het meestal haalt van ‘onze’ barmhartigheid. Een tweede kans zit er nog wel in, maar daar houdt het in de praktijk dikwijls mee op. Stel je voor dat we net zo met onze kinderen zouden omgaan. Een beetje bijbelkennis kan wonderen doen. Die vinden we terug in het EZRA (31), het tijdschrift van de Vlaamse Bijbelstichting.

Barmhartigheid heeft drie verschillende betekenissen in onze taal. Eerst en vooral als ‘(b)arm-hartigheid’ als letterlijke vertaling van het Latijnse woord ‘miseri-cordia’. Hart hebben voor armoede en miserie. Het is een niet vanzelfsprekende ‘milheid’ die niet algemeen menselijk is. Het zou rechtszekerheid ondergraven, vandaar dat zoveeel mogelijk handelingen in wetten en reglementen, procedures en protocollen worden gegoten. Maar dat geeft weinig blijk van mede-menselijkheid of van enig begrip voor menselijk falen. Barmhartigheid daarentegen deblokkeert situaties, overwint haat en wrok, lost wanhoop op en staat voor nieuwe levenskansen. Niet voor niets is het woord in de Semitische talen synoniem voor ‘moederschoot’, ‘baarmoeder’ als de wieg van het leven.

BARMHARTIGHEID IN HET OT

Het Oude Testament (OT) wordt vaak afgerekend – en niet geheel ten onrechte – op z’n ‘buitensporige wreedheid’. Zo schreef de hoofdredacteur van De Standaard in een redactioneel commentaar op 11.8.2014 “dat de daden van het zelfverklaarde kalifaat IS getuigen van ‘een oudtestamentische wreedheid’”. En eind 2015 kreeg de Bijbel heel wat media-aandacht naar aanleiding van Dimitri Verhulsts 'Bloedboek' waarin de Pentateuch wordt voorgesteld “als het getuigenis van een volk dat zich schuldig maakt aan volkerenmoord en zichzelf een ras van Übermenschen waant”. Er wordt gesproken over de vernietiging van andere volkeren. Het al dan niet onderhouden van de Tora wordt vaak (met de dood) bestraft. Een flink aantal profetische teksten willen het gewelddadige optreden van JHWH tegen het volk rechtvaardigen en hoeveel psalmen bidden God niet om de vernietiging van de vijanden? Is de God van het OT wel dezelfde als die van het Nieuwe Testament (NT)? Toch is het zo dat er minstens evenveel passages te vinden zijn in het OT die de barmhartigheid van God centraal stellen of de mensen oproepen om concreet barmhartig te zijn!

Liefde uit de onderbuik
Barmhartigheid (racham) is zoals eerder opgemerkt verwant aan baarmoeder (rechem). Het gaat om een moederlijke liefde die vertrekt vanuit de (onder)buik. Zo kunnen we zeggen dat barmhartigheid een vorm is van ‘onverdiende liefde die niet afhankelijk is van de respons van degene aan wie zij wordt betoond’. We kunnen hier denken aan de onverdiende liefde van ouders voor hun kinderen. Ze gaat vooraf aan elke vorm van wederkerigheid en ze wordt ook niet verdiend. Het kind ontvangt ze als een geschenk.

De barmhartigheid van mensen ...
Barmhartigheid gebeurt volgens heel wat Schriftteksten tussen mensen onderling. Altijd gaat het om mensen die in een ongelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar staan. Jozef, bijvoorbeeld, onderkoning van Egypte, herkent zijn jongste broer Benjamin: “zijn barmhartigheid ten aanzien van zijn broer werd warm” of vrijer vertaald “zijn hart was geroerd” of “zijn gemoed schoot vol” (Gn 43,30). Vaak gaat het om negatieve situaties, waar sommigen schaamteloos hun machtspositie gebruiken. Nebukadnessar, de Babylonische heerser, bijvoorbeeld, “treft hen met de punt van zijn zwaard; hij heeft met hen geen medelijden, spaart hen niet en betoont geen barmhartigheid' (Jr 21,7) …

… maar toch vooral van God
ten opzichte van wie mensen zich per definitie in een ongelijkwaardige positie bevinden. We lezen teksten die klagen over het uitblijven van Zijn barmhartigheid. “omdat dit volk zonder begrip is, zal zijn maker het geen barmhartigheid betonen” ( Js 27,11). Dezelfde toon vinden we in JHWH's aanklacht tegen de overspelige vrouw van Hosea, symbool voor het volk dat andere goden is nagelopen: “ook aan haar kinderen zal ik geen barmhartigheid betonen”( Hos 2,21). Maar gewoonlijk haalt de barmhartigheid het toch, ook waar de Heer eerder gedreigd had. Zo legt het boek Jesaja, vooral in de latere stukken ervan, heel sterk de nadruk op JHWH's barmhartigheid: “een kort ogenblik heb ik je in de steek gelaten, maar met grote barmhartigheid zal ik je bijeenbrengen; in een vloed van toorn heb ik mijn aangezicht een ogenblik voor je verborgen, maar met eeuwige liefde zal ik je barmhartigheid betonen, spreekt je verlosser JHWH” (Js 54,7-8). De profetische boeken drukken het geloof uit dat Gods barmhartigheid uiteindelijk groter zal blijven dan zijn toorn.

Heel plastisch uitgedrukt vinden we in Exodus 34,6 een soort mini-geloofsbelijdenis; 'JHWH is een barmhartige en genadige God, lang van neusvleugels en overvloedig in liefde en trouw'. Gewoonlijk wordt vertaald met ‘lankmoedig’ maar die ‘lange neusvleugels’ zijn van iemand die zich niet gauw laat kwaad maken. De beste vertaling lijkt dan ‘geduldig’. Deze geloofsbelijdenis vinden we bij Mozes aan het eind van het verhaal van het gouden stierkalf.

Psalm 103 gaat helemaal over Gods barmhartigheid: zijn barmhartige liefde wordt vergeleken met die van een vader voor zijn kinderen: “zoals een vader barmhartigheid betoont aan zijn kinderen, zo betoont JHWH barmhartigheid aan wie hem vrezen” (psalm 103,13)

Een barmhartige én rechtvaardige God?
God heeft twee grote eigenschappen. Hij is barmhartig én rechtvaardig. Hoe kunnen we die beide kenmerken samen houden? Heel veel teksten uit het OT zijn gebaseerd op het 'vergeldingsprincipe' (wie goed doet, goed ontmoet; kwaad schaadt) maar in de jongere boeken (bijv. Wijsheid) wordt dit in vraag gesteld. Het beeld van God in Israël is geleidelijk opgeschoven in de richting van een meer barmhartige God, ten koste van een absoluut rechtvaardige God. Het geloof in Gods rechtvaardigheid werd niet opgegeven, maar werd door de nadruk op Gods barmhartigheid in een breder perspectief geplaatst. Ze weegt uiteindelijk zwaarder dan zijn verlangen om mensen de rekening te presenteren voor hun daden.

Een rechtvaardige God die barmhartigheid verlangt
Wie echt gelooft in God, leert Hem ruimer dan rationeel kennen. Dat wordt concreet en duidelijk in een houding van liefde en solidariteit ten aanzien van medemensen. “Liefde verlang ik, geen slachtoffer, en kennis van God meer dan brandoffers”(Hos 6,6). God staat aan de zijde van de zwakkeren, en zo gaan barmhartigheid en rechtvaardigheid hand in hand: zonder barmhartigheid ten aanzien van de armen kan van een rechtvaardige samenleving geen sprake zijn. Die verbinding tussen gerechtigheid en barmhartigheid zindert door in de profetische traditie: “Spreek eerlijk recht, bewijs elkaar liefde en barmhartigheid; verdruk geen weduwe of wees, geen vreemdeling of arme, en beraam geen kwaad tegen elkaar”(Zach 7,9-10)

We kunnen dus niet zeggen dat het OT harder en gewelddadiger is dan het NT en nauwelijks ruimte bevat voor barmhartigheid. Er wordt regelmatig verteld van geweld dat mensen elkaar kunnen aandoen maar er zijn ook veel teksten die beschrijven wat mensen op hun best kunnen doen.

BARMHARTIGHEID IN HET NT

Vraag een christen om een voorbeeld van barmhartigheid in het NT, dan is de kans groot dat de parabel van de barmhartige Samaritaan (Lc 10,25-37) wordt genoemd. Geheel terecht overigens! Want in deze parabel komen verschillende aspecten van hoe het NT omgaat met het woord ‘barmhartigheid’ samen. En meer nog, de parabel schildert op een onnavolgbare manier hoe barmhartigheid concreet wordt in het dagelijkse, christelijke leven.

Paulus over barmhartigheid
In zijn brieven wordt barmhartigheid enerzijds verbonden met God die in volle vrijheid zijn barmhartigheid getoond heeft in Jezus: 'het hangt dus niet af van de wil of de inspanning van de mens, maar van Gods ontferming' (Rom 9:16.18). Het gaat dus om de relatie tussen rechtvaardigheid en barmhartigheid bij God! “Maar toen de goedheid en mensenliefde van God onze redder is verschenen, heeft Hij ons gered, niet omdat wij iets gedaan zouden hebben dat ons kan rechtvaardigen maar alleen omdat Hij barmhartig is.” (Tit 3:4-5). En Jacobus verduidelijkt nog: “Onbarmhartig zal het oordeel zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.” (Jakobus 2:13).

Gods barmhartigheid is anderzijds het voorbeeld voor barmhartigheid tussen de mensen.
In de Romeinenbrief schetst Paulus de doorwerking van Gods barmhartigheid: ze is een gave van de Geest.' ... “Wie iets heeft uit te delen, moet het zonder bijbedoelingen wegschenken. Als u leiding geeft, doe het met ijver, als u barmhartigheid bewijst, doe het blijmoedig” (Rom 12:8). Als je in de barmhartigheid van God leeft, dan is dat dus te merken aan de belangeloosheid waarmee je taken opneemt en met mensen omgaat.

Onverschil met de Farizeeën
Ook in de evangelies gaat het vaak om de barmhartigheid van het OT. Hoe vaak lokken de Farizeeën niet een discussie uit met Jezus en hoe dikwijls probeert Jezus hen niet te leren dat “God barmhartigheid wil en geen offers”(Mt 9:13 en 12:7). Voor Jezus kan je niet op een correcte manier offeren aan God als je niet ook barmhartig bent jegens mensen. Jezus leeft zelf zo! Het is zelfs zo dat je barmhartigheid in belang voorgaat op je ‘in orde zijn’ Het kan daarom toegestaan zijn om de sabbat te overtreden en iemand uit de nood te helpen (Mt 12:9-14: de man met de verschrompelde hand). Er is nog een andere vindplaats van barmhartigheid bij Jezus: “wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, schijnheiligen; u draagt een tiende af van munt, anijs en komijn, maar wat het zwaarst weegt in de wet verwaarloost u: recht, barmhartigheid en trouw! Het ene moet u doen, maar het andere niet laten” (Mt 23:23).

Een sleutel van Jezus' woorden en daden
Het publieke optreden van Jezus is een sterke uiting van Gods barmhartigheid. Dit is nog het duidelijkst in de wonderverhalen. Hoe vaak roept iemand naar Jezus ‘wees barmhartig’? Dikwijls spreken ze Jezus aan als ‘zoon van David’ wat de link met de goddelijke barmhartigheid onderstreept. Zelfs de kruisdood van Jezus wordt er ook nauw aan verbonden.
“Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt gij uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in Christus Jezus” (Ef 2:4-6).

De barmhartige Vader in de parabels
Jezus spreekt nooit over zichzelf als de barmhartige. Hij verwijst altijd naar de barmhartige Vader: “Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is” (Lc 6:36) Ook in de zaligsprekingen komt barmhartigheid voor (Mt 5:7). Van Lucas erven we enkele unieke parabels waar de ethische oproep om barmhartig te zijn zoals de Vader, nadrukkelijk in voorkomt. Het verloren schaap en de verloren drachme en de verloren zoon. De logica van de barmhartigheid gaat voor op de nuttige rechtvaardigheid: ook al blijven 99 van de 100 schapen op het rechte pad of heb je nog altijd 9 van je 10 drachmen in de hand, dan nog ga je echt op zoek - uit barmhartigheid. De vader schikt zich niet zozeer naar de regels van de rechtvaardigheid. Hij maakt van barmhartigheid een prioriteit. Eerder een feest voor de teruggekeerde jongste zoon dan ‘erkenning’ van de oudste ‘die altijd in orde is’. Deze vader is ‘barmhartig zoals de Vader’. Op deze manier krijgt de dagelijkse doening een verrassende wending. De parabels brengen ons tot nieuw handelen, ‘zoals de Vader’.

Gods barmhartigheid heeft vele gezichten! Eén van de gezichten is Jezus zelf. Hij handelt rechtvaardig op de wijze van de Vader zelf! Maar ook de hoofdfiguren in bepaalde parabels inspireren: de herder, de vrouw met de drachmen, de vader van de twee zonen, de Samaritaan ‘die barmhartigheid heeft bewezen’. Jezus nodigt uit om op een radicaal nieuwe wijze naaste te worden van mensen, ook over ‘etnische’ grenzen heen, voorbij de strikte rechtvaardigheid.


Volgende afspraak in de Karmel op woensdag 15 februari 20.15 u. met Christine Bruggeman (ex-Beselare) over ‘Kwetsbaar worden en juist dan een spirituele weg inslaan ...’

donderdag 15 december 2016

Het wonder van Christus' komst


Dit jaar valt Kerstmis op een zondag en duurde de advent vier volle weken. Een maand lang konden we ons dus voorbereiden op de komst van Christus. Het woord ‘komst’ zegt heel kort waar het om gaat. Inderdaad: het gaat erom dat God naar ons toekomt. Hij zet een stap naar ons. Dat heet in het Latijn een 'adventus'. Een aankomst.

God blijft niet hoog boven ons. Hij zet de stap naar ons toe. Niet omdat we zo goed zijn, maar omdat Hij zo op ons gesteld is. We zijn Hem zoveel waard, dat Hij voor ons in beweging komt. We zijn zo kostbaar in zijn ogen, dat Hij dicht bij ons wil zijn. Hij wil met ons het leven delen.

Die advent is het grote geheim van Kerstmis. God mag dan wel wonen in ontoegankelijk licht, Hij komt toch naar ons toe. In Jezus wordt Hij zelfs een van ons. Hij wordt een weerloos mensenkind. Hier maakt de allerhoogste zich klein en kwetsbaar. Dat is voor Hem de enige weg om ons nabij te komen. Alleen zo kan God ons laten delen in zijn genegenheid. Alleen zo kan zijn hemel onze aarde raken. Die ontmoeting gebeurt in Jezus, een mens van vlees en bloed, een mens waarin God helemaal aan het werk is.

Paulus verwoordt dat heel trefzeker. In een brief aan de christenen in Korinthe richt hij zich in zijn directe stijl tot de christenen van vroeger en nu:

“Omwille van u is Hij arm geworden,
terwijl Hij rijk was,
opdat u rijk zou worden
door zijn armoede.”
(2 Korintiërs 8,9).

Wat leert ons dit over Christus' komst? Die komst gebeurt voor ons. Jezus komt nooit voor zijn eigen voordeel. Als Hij komt, dan is het ‘omwille van ons’. Het is om ons te helpen. Om ons rijk te maken. Daartoe komt Hij helemaal tot op ons niveau. Hij daalt af. Dat is natuurlijk een beeld. Maar hoe zou je anders dit onuitsprekelijke verwoorden? Gods zoon was in de hoge hemel, maar Hij is onder ons komen wonen. Delend in Gods liefde was Hij rijk. Maar die rijkdom heeft Hij niet krampachtig voor zichzelf bewaard. Als mens onder de mensen werd Hij arm. Deelgenoot was Hij in alle menselijke nood. En het grote wonder is dit: Gods liefde bleek sterker te zijn dan alle nood. Dat maakt de komst van Jezus zo prachtig. Hij geeft zijn rijkdom op, om bij ons te zijn te midden van onze armoede. Daar wil Hij ons rijk maken met zijn levenskracht.

Hopend op een antwoord

Weerloos en uitgeschud klopt God aan op onze deur. Maar Hij wil niets forceren. Hij kan alleen maar hopen dat wij Hem herkennen en toegang verlenen. Op het eind van de Bijbel klinkt het zo ontwapenend:

“Ik sta voor de deur en Ik klop.
Als iemand mijn stem hoort en de deur opent,
zal Ik bij hem binnenkomen,
en we zullen met elkaar aan tafel gaan.”
(Openbaring 3,20).

Dat wordt het werkelijk Kerstmis. In de advent klopt Hij bij ons aan. Hij neemt het grote risico voor een gesloten deur te staan. Toch zet Hij zichzelf op het spel, om met ons het leven te delen.

Als christenen gaan wij daaraan wel eens voorbij. We zijn de kerstsfeer zo gewoon geraakt, dat we amper beseffen hoe kostbaar en breekbaar de ontmoeting met het volle leven wel is. Wellicht voelen nieuwkomers en bekeerlingen intenser aan wat er op het spel staat. Ze kunnen uit ervaring spreken. De een is op een moeilijk moment met zichzelf in de knoop geraakt en werd getroffen door de ruimhartigheid van een gelovige vrouw of man. Een ander is geraakt door een gebaar in een gebedsdienst. Een derde voelt zich aangesproken door een woord uit de Schrift. God kan ‘in duizend, duizend dingen’ het hart raken met zijn nabijheid. Dat is advent: een komst die smeekt om een antwoord. En dat antwoord kan alleen in vrijheid worden gegeven. Zeker, zo een antwoord vergt een sprong. Maar wie heeft de eerste en beslissende sprong gewaagd? Niemand minder dan God zelf!

De waarheid van een sprookje

De ervaring van Christus' komst is prachtig verwoord door Sören Kierkegaard, een Deens filosoof. Als ik het navertel, lijkt het misschien een sprookje, maar vergis je niet: de grote bekeerling Kierkegaard begreep uit ervaring het geheim van Kerstmis.

Er was eens, zo gaat het verhaal, een erg goede koning. Hij was nog niet gehuwd en op het kasteel verdrongen alle edele dames zich rond Hem om naar zijn hand te dingen. De koning ging echter niet op hun avances in, want zijn hart ging uit naar iemand anders. Hij had een eenvoudig meisje leren kennen en wou dolgraag met haar trouwen. Maar hoe kon dat geschieden? Zij was een boerenmeisje en – hoe graag hij haar ook zag – hij bleef toch een koning met macht en aanzien.

Hoe kon zo'n diepe kloof overbrugd worden? Zou zij niet trouwen uit dwang of angst? En zou hij – door te trouwen – haar niet ongelukkig maken?

De koning geraakte er maar niet uit. Op zekere nacht had hij een droom. Hij zou haar in de adelstand verheffen om haar in het paleis te halen. Maar dan schrok hij wakker. Hij besefte dat ze de etiquette zou moeten volgen. Ze zou strak zittende jurken moeten dragen. Ze zou enkel nog Frans mogen spreken en nooit meer de koeien kunnen melken. Precies omdat hij haar zo graag zag, kon hij haar niet naar het paleis halen. Anders zou zij alleen de prijs moeten betalen voor zijn liefde.

De volgende nacht kreeg de koning opnieuw een droom. Hij zou zelf uit zijn paleis stappen en zich onder het gewone volk begeven om naar het meisje toe te gaan. Hij zou zonder omwegen naar haar hand vragen. Maar ook nu werd hij uit zijn slaap gewekt. Met een schok realiseerde hij zich dat zijn onderdanen hem nooit durfden tegenspreken en dat het meisje wel niet anders zou kunnen dan ja zeggen op zijn aanzoek.

De derde nacht had de koning weer een droom. Hij zou zijn kroon van het hoofd nemen, zijn staatsiekleren afleggen, een overall en laarzen aantrekken, de boerenstiel leren en in de buurt van het meisje werk zoeken. Ja, hij zou alles opgeven en het risico lopen op een afwijzing door het meisje. Niet het meisje, maar de koning moest de prijs betalen voor zijn liefde …

Voor Christus is die prijs niet te hoog geweest. Hij is, zoals we elke zondag zeggen, voor ons uit de hemel neergedaald. Hij is mens geworden. Hij werd een van de onzen om met al zijn genegenheid aan onze zijde te staan. Die komst van Jezus' onverdiende liefde heet advent. En als we er op ingaan, wordt het werkelijk Kerstmis.
Nu reeds een zalig Kerstfeest!

+ Lode Aerts



donderdag 8 december 2016

Kostbaar in Zijn ogen

Kardinaal Jozef De Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, wijdde zondag 4 december in de Sint-Salvatorskathedraal te Brugge, Lode Aerts tot bisschop. Na de wijdingsritus nam de nieuwgewijde bisschop de zetel van het bisdom Brugge in bezit (foto's: Kurth Desplenter). Bovenaan prijkt het wapenschild met de leuze ‘Pretiosus In Oculis Suis’, vertaald ‘Kostbaar in Zijn ogen.’

In zijn homilie stelde de kardinaal dat het evangelie onze grootste schat is. Maar we hebben dat niet verdiend. “Voor niets hebben we ontvangen, voor niets moeten we geven”. Zolang je het normaal vindt dat de ander je liefheeft, weet je niet wat liefde is. Zolang je denkt dat je die liefde verdient en er recht op hebt, weet je niet wat je voor een ander betekent. Pas als je alle pretenties aflegt en weet dat je om ‘niet’ bemind wordt, pas dan weet je hoe kostbaar je bent in de ogen van hen die je liefhebben. Dat is het wat God vandaag van zijn Kerk en van ons vraagt, deze bekering, deze ontlediging en deze armoede.

Dubbele bekering
Ook Augustinus heeft het in zijn leven ervaren. Hij heeft God hartstochtelijk gezocht. Het heeft lang geduurd. Hij heeft veel vanzelfsprekendheden moeten opgeven, voor hij zich kon overgeven. “Veel te laat heb ik U lief gekregen, maar toen hebt Gij geroepen en geschreeuwd ... Gij hebt mijn doofheid doorbroken en mijn hart geraakt”. Zo is hij christen geworden en een grote bisschop.

Maar eigenaardig genoeg, ook om bisschop te worden heeft Augustinus zich moeten bekeren. Een tweede keer dus! Hij had de ziel van een monnik. Priester worden was al iets dat hij in de verste verte niet had gezocht. Toen hij het eenmaal was, verspreidde zijn faam zich. In één van zijn preken zegt hij dat hij zoveel schrik had om bisschop te worden dat hij vermeed ergens te komen waar de zetel vacant was.

“Je bent vertrouwd met zijn geschriften,” spreekt de kardinaal Lode Aerts rechtstreeks aan. “Je weet dat, wanneer hij over het christen zijn schreef of preekte, het altijd was met grote bezieling en enthousiasme. Maar wanneer hij het over het bisschopsambt had, was het altijd wat meer getemperd. Hij schrijft over de last en de zwaarte en de drukte van dat ambt. Ik zeg het niet om je schrik aan te jagen. Het kan je ook bemoedigen en troosten te weten dat ook Augustinus dat heeft gekend en beleefd. Maar vooral om je te zeggen dat die twee niet te scheiden zijn: christen zijn en bisschop. Voor alle twee moet men zich bekeren. Je zult, zoals paus Franciscus het zegt, soms vooraan lopen, soms midden de schapen, soms achteraan. Maar altijd samen en met elkaar in lief en leed verbonden.”

Het geloof in God herstellen
Kort voor de wijding blikte Lode Aerts in een interview vooruit op zijn nieuwe functie. “Ik moet eerlijk bekennen, dat ik niet stond te springen voor deze taak. Ik wou aanvankelijk ‘nee’ zeggen, maar ik wou niet laf zijn. Ik heb al zoveel gekregen, ik wou iets terugdoen”. Kanunnik Aerts, die tot vandaag deken was in het bisdom Gent, wil het geloof in God herstellen. “We moeten onze positie als christen hervinden. Er is een hoop die sterker is dan alle miserie. Ik wil het dan ook niet hebben over gebouwen, de indeling van parochies of de pikorde binnen de kerk, maar wel over het geloof. Ik wil nederig zijn, net zoals paus Franciscus, die toch een voorbeeld is voor mij.”

Een geloofsbeleving ook, die bindend werkt, die mensen samenbrengt. “Dat is religie hé, verbinden, denk bij 're-ligie' aan ligamenten...” vult de bisschop aan. “Dat is belangrijk in een cultuur waar veel weefsels losser worden of wegvallen. Hier kan de Kerk iets bijdragen zonder opdringerigheid.” Ook in West-Vlaanderen zijn kerkgroepen op die manier aan het werk en mgr. Aerts hoopt die te kunnen steunen en te stimuleren.

Zowel kernkerk als brede Kerk
Maar dat zijn vaak kleine groepen, die niet altijd zichtbaar aan het werk zijn. Gelooft mgr. Aerts dan meer in een soort van kernkerk dan in de brede Kerk die we tot op vandaag gewoon waren?

“Om het eenvoudig te stellen: de twee zijn nodig. Natuurlijk is er een kern nodig van mensen die veel kracht halen uit het geloof en zich daar dan ook voor inzetten. Maar zo'n kern heeft geen zin als die zich afsluit voor de rest. Dan wordt dat sectair. En aan de andere kant is er nog steeds die brede werking van de Kerk, die steunt op een breed middenveld - wat zeker geldt in West-Vlaanderen - en er zijn overal nog wel wat christelijke waarden terug te vinden. Maar als die waarden loskomen van hun bron, waarin verschillen zij dan van louter humane waarden. Die humane waarden - van verdraagzaamheid, respect - zijn belangrijk maar worden nog veel intenser als daarin een persoon herkenbaar is, die het zuivere respect is, die liefde zelf is. Die ‘Persoon’ is het verschil...”

‘Pretiosus In Oculis Suis’
Bisschoppen hebben een wapenspreuk. Beter gezegd een leuze, een slogan. Marketeers zouden het een ‘baseline’ noemen. Bij de voorstelling had mgr. Lode Aerts het over een zin van Jezus uit het Johannes-evangelie: “Ik ben gekomen opdat ze zouden leven en wel in overvloed”. Maar achteraf bleek het vers te lang voor wat gebruikelijk is als wapenspreuk.
“Ik moest dus op zoek naar een geschikte slogan en zoals Jezus zegt ‘wie zoekt, die vindt’, en ineens schoot mij een passende zin te binnen. Een heel eenvoudige zin wordt het: ‘Kostbaar in Zijn ogen’. Iedereen, gelovig of niet-gelovig, voorbeeldig of niet-voorbeeldig, iedereen is in de ogen van God kostbaar. Het komt uit Jesaja, een passage over een volk in ballingschap. Een beetje vergelijkbaar met de situatie op vandaag. Een crisistijd, er heerst angst en onzekerheid. En ze zijn ook met niet zo veel meer. En net dan zegt God, zo verhaalt de profeet, dat ze kostbaar zijn in Zijn ogen. Een woord van vertrouwen in tijden van verwarring.”



Lutje heeft mij alles geleerd
Op het einde van de wijdingsplechtigheid dankte mgr. Lode Aerts alle betrokkenen maar in het bijzonder de familie waarin hij opgegroeid is.

“Vol genegenheid gaan mijn gedachten uit naar mijn overleden ouders, naar de familie en vrienden. Ik bedank bijzonder mijn broers en zussen, en speciaal Lutje, de jongste van ons zes. Zolang ze leefde, was ze met haar grote handicap mijn grootste leermeester. Stilaan leerde ze me aanvaarden dat we onszelf niet hoeven interessant te maken, dat we ons niet moeten bewijzen, en dat we - zoals we zijn – zo kostbaar zijn in Gods ogen.”

“Dat is het geheim van ons geloof: er is, diep in ons, een onuitsprekelijke Liefde die ons aanvaardt, zoals we zijn”, benadrukte de pasgewijde bisschop. “We vormen echt geen Kerk van volmaakten. Dat moet nu wel duidelijk zijn! We zijn niet af. We zijn er veel erger aan toe dan deze kathedraal: die blijft nog slechts een tijdje in de stellingen, maar wij staan levenslang in de steigers. Dat moeten we aanvaarden. Jezus aanvaardt het bij ieder van ons. Ook in onze onvolmaaktheid komt Hij wonen in ons midden. Altijd heeft Hij, zoals we daarnet zongen, onder ons al zijn huis gebouwd.”

Een gastvrij huis
“En dat huis moet gastvrij zijn voor de mensen in nood. Er zijn in ons bisdom mensen aangekomen, op zoek naar een beter leven. Er zijn in ons bisdom mensen die wachten op iemand die hun eenzaamheid doorbreekt. Er zijn in ons bisdom jongeren die recht hebben op leraars en opvoeders die hun innerlijke kracht aanspreken. Er zijn mensen, thuis, in een ziekenhuis of een woonzorgcentrum, die uitzien naar iemand met wie ze, al is het maar voor even, hun leven kunnen delen. Er zijn in ons bisdom teveel mensen die in armoede moeten leven. Er zijn in ons bisdom ouders die vrezen dat ze hun kinderen geen mooie toekomst zullen kunnen schenken. Al die mensen zijn, net als wij, zo kostbaar in Gods ogen.”

“Natuurlijk moeten christenen niet meer doen dan ze kunnen”, beseft mgr. Lode Aerts. “Christus heeft ook niet alle zieken genezen. Maar als we Christus echt onder ons laten wonen, zullen we een bescheiden teken stellen van zijn liefde en een kleine bron doen ontspringen van hoop. Dat, vrienden, zal ons vrij maken van onze binnenkerkelijke beslommeringen en ons doen delen in de vreugde van een nieuwe broederlijke wereld in de geest van Jezus onze Heer! Dat is mijn wens voor elk van u.”

Eén in gebed
“Zusters en broeders, u en ik, wij worden samen Jezus’ Kerk in Brugge. En we starten vandaag onze tocht doorheen de dagen”, besloot mgr. Lode Aerts die, vooraleer hij allen in Jezus’ naam zegende, allen nog een vraag stelde. “Bidt alstublieft eerst voor de Kerk in ons bisdom, bidt alstublieft om eenheid en vertrouwen, bid alstublieft voor mij, om een herder te worden in Jezus’ Geest.”

Daarna maakten alle aanwezigen het heel stil. Allen baden voor elkaar en voor de wereld rondom ons. 

Bekijk hier de integrale wijdingsplechtigheid