Pagina's

Posts tonen met het label WWW-Dag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WWW-Dag. Alle posts tonen

donderdag 6 oktober 2016

G-E-E-S-T-I-G

is de naam voor de inspiratiedag voor catechisten, die doorging op zaterdag 1 oktober in Centrum Groenhove in Torhout. En het was geestig, in alle betekenissen van het woord. Priester Marc Steen, professor theologie aan de KU Leuven, sprak in de kapel een slotwoord uit waarin hij het woord zelf verdiepte.

Mgr Schruers, zaliger, heeft ooit gezegd dat de Kerk in Vlaanderen gelijkt op een zeilboot.
Een prachtig, uitgerust schip. Maar misschien vergeten we gauw één ding. Onze zeilen te richten naar de wind. Onze catechesewerking steekt vaak goed in mekaar maar we mogen de uitnodiging van God zelf, de kracht van Zijn Geest daarbij niet in de wind slaan. Gods Geest is nog het best te omschrijven als ‘de dynamiek’ van God, die begeestering brengt in al wat leeft, ook in ons.“Jullie zullen mijn getuigen zijn,” zegt Jezus tot zijn leerlingen “maar wacht op de Geest!” De Kerk is op Pinksteren niet geboren uit eigen kracht. De geest van Jezus overweldigde hen en ze werden gezonden om de blijde boodschap te verkondigen.

Gemeenschap
Het letterwoord ‘G-EE-ST-I-G’ kan ons inspireren om die zending tot een goed einde te brengen. De eerste letter ‘G’ staat voor gemeenschap. Tijdens een retraite nodigde een broeder mij uit om ons naar het kloppend hart van hun klooster te begeven. Ik dacht dat we naar de kapel gingen maar we belandden in de keuken. Dat kwam omdat broeder kok de eigenlijk spil was van hun gemeenschap. Een ‘geestelijke’ pur sang omdat hij in zijn spreken en doen iedereen samen bracht. Ook als Jezus handelt in de Geest doet Hij niets anders dan mensen verzamelen. Iemand noemde de Geest ook heel mooi ‘het goddelijk wij’. “Hier, in deze groep hangt een goede geest,” zeggen we wel eens. Het is het ‘Wij’ dat voelbaar wordt.

Daarom is het uiterst belangrijk dat kinderen een goede kerkervaring mogen meemaken en die verbondenheid kunnen proeven. Jongeren die de Wereldjongerendagen meemaakten zijn vol lof over die verbondenheid, die goede sfeer, die Geest. Christen-zijn doe je niet alleen maar samen in een hartelijke verbondenheid. Als ik bijvoorbeeld terugdenk aan de voorbereiding van m’n eigen Vormsel dan springt er als vanzelf één sterk beeld naar voor. Samen volksdansen op de speelkoer van de lagere school onder de bezielende leiding van zuster Walburga. Ze was corpulent maar ze straalde zo’n warmte uit. Dat is Kerk in één oogopslag. De Kerk van de toekomst hangt af van het vermogen die samenhang te beleven.

Evangelisatie
De ‘E-E’ staat voor evangelisatie. Dat woord roept misschien associaties op met missionering, verkeerd begrepen als het opdringen van geloof. Maar er is niet mis mee de ‘schat’ van het evangelie te willen delen met anderen. Het evangelie is zo sterk en kan hoop brengen in het leven van mensen, die hunkeren naar wat zin. Het is de opbeurende, vervullende boodschap van de ‘vredesduif’. De vreugde van het evangelie, zoals Paus Franciscus die benoemt.

Het geloof mag nooit opgedrongen worden, maar in alle vrijheid, vrijmoedig aangeboden, zonder vrees voorgesteld worden aan zoekende tijdgenoten als een ‘mogelijk’ boeiend perspectief van vervulling. ‘Proposer la foie’, zoals de Franse bisschoppen het heel helder uitdrukken en dus allerminst ‘Imposer la foie’, zoals het vroeger heel vaak in een alles dominerende volkskerk het geval was. Paus Franciscus benadrukt dat de eerste verkondiging van cruciaal belang is. Kort samengevat luidt die: “Jezus Christus houdt van je. Hij heeft z’n leven gegeven en Hij leeft iedere dag naast je om je weg te verhelderen, je te versterken en te helpen bevrijden.” Catechese is dus allereerst spreken over Jezus.

Beducht en onzeker als we zijn, draaien we vaak rond de pot. Maar dat is nergens voor nodig want er heerst onder de mensen, juist omwille van de gegroeide ‘vervreemding’ een nieuwe ‘onbevangenheid’ als het op geloof aankomt. 70 procent van de katholieken doet ‘occasioneel’ een beroep op de Kerk. Een groeiende groep mensen ‘het catechumenaat’ laat zich op latere leeftijd dopen. Een warm, hartelijk onthaal is dan ook op z’n plaats.

Belangrijk voor catechisten is dat zij dat evangelie op hun eigen leven gaan leggen en beleven, het ook in groep met elkaar delen. En dan erop uit trekken om te zaaien en er verder op te vertrouwen dat de Geest zijn werk zal doen. Paus Gregorius zei het al eeuwen geleden: “De verkondiger kan niets, tenzij de Geest werkt in de Geest van de toehoorders.” Het zaad van Gods woord is van grote kwaliteit, heeft een niet te onderschatten kracht en kan mensen van alle tijden raken. Aan ons om kwistig en geduldig, tegen alle ontmoediging te blijven zaaien en om ons – zoals de Zaaier in de parabel – niet al te veel vragen te stellen waar het terecht komt. Het schiet soms op daar waar we het niet verwachten.


Spiritualiteit
De letters ‘S-T’ leiden ons met een beetje verbeelding naar het woord ‘Spiritualiteit’. ‘Spiritus’ in het latijn of ‘Roeach’ in het hebreeuws verwijst naar ‘de levensadem’, de spirit die Jezus bezielde, ‘de wind’ die hem voortstuwde. Die wind is op zich niet te zien maar je merkt wel wat hij in beweging brengt. Door de Geest bewogen mensen zijn vriendelijk, zachtmoedig, geduldig, vreugdevol, ingetogen, … vruchten van de Geest.

Christen zijn is twee longen in beweging brengen: de long van het ‘bidden’ en de long van het ‘goede doen’. Bidden valt ons vaak zo moeilijk, maar weet dat de Geest van God met elke adem in ons bidt en ons ‘Abba-Vader’ laat uitroepen. Iedereen kan en doet het. De spiritualiteit is meer dan vluchtig maar ook concreet in de dienstbaarheid. Ook daar moeten we op inzetten in de catechese.

Inwijding
De letter ‘I’ staat voor initiëren of inwijden in het geloof. Symbool staan daarvoor ‘water’ en ‘olie’. De Geest doordringt ons zoals olie in de hardste steen en is verfrissend, verkwikkend als water. ‘Levend water’ zoals in het verhaal over de ontmoeting van Jezus en de Samaritaanse bij de bron. Paus Franciscus zegt met nog zo’n moeilijk woord dat de initiatie ‘mystagogisch’ zou zijn. Hij bedoelt daarmee het inwijden in het geloofsmysterie. Kinderen en jongeren daarvan laten proeven, het ervaren.

Dat kan in de eerste plaats via ‘de stilte’, die een toegangsweg is naar het goddelijke, des te meer in deze drukken tijden. Jongeren die ooit in Taizé geweest zijn, spreken vol ontzag over de acht minuten aangrijpende stilte daar in de liturgie. Het is meer dan kinderen constant “sst” toe te sissen bijvoorbeeld tijdens de communie. Het is noodzakelijk dat ook te duiden als een kans om open te komen voor de aanwezigheid van God. Jezus is nu dichtbij, praat en bidt met Hem.

Getuigen
De laatste ‘G’ staat voor enthousiast, aanstekelijk getuigen. Het symbool hiervan is ‘het ‘ lopend vuur’. Jonge mensen voelen onmiddellijk aan of ze met een leraar of een getuige te maken hebben. De eerste geeft les de tweede deelt wat hij of zij kostbaar vindt. Paus Franciscus zegt over de catechese dat het minstens even belangrijk is ‘hoe’ je iets, als ‘wat’ je aanbrengt. De houding van een catechist is dan ook nabij, hartelijk, niet-veroordelend en bereid tot dialoog. M.a.w. ‘hij straalt vreugdevol uit wat hij gelooft’. De heilige Geest heeft nog nooit zuurpruimen voortgebracht. In dit verband zei een vrijzinnige kolonel ooit bij het afscheid van een aalmoezenier: “Jij straalt zoveel hartelijk uit, dat ik soms begon te twijfelen aan mijn eigen ongeloof!”


donderdag 8 oktober 2015

Goed gezin(d)

(Peter Biesbrouck en muzikanten)
De eerste zaterdag van oktober staat in onze middens steevast voor de W.W.W.-dag. Afkorting voor 'Waarheen willen wij' met onze catechese naartoe? Dit jaar liep de veerstigste editie, feestelijk, dat wel maar zo'n getal grenst stilaan aan een midlifecrisis. Inderdaad de geloofsoverdracht gebeurt van langs om minder volgens de geplogendheden van weleer. En dat behelst veel meer dan zomaar wat catechese als voorbereiding op het sacrament van het Vormsel. Dat besef dringt van langs om meer door. Een nieuwe aanpak is dus nodig. Meteen was het ook de laatste W.W.W.-dag. Volgend jaar gaat het evenement door onder de noemer 'GEESTIG? inspiratiedag catechese'. Dat de tijden veranderd zijn valt duidelijk af te lezen uit de manier waarop gezinnen 'nu' samengesteld zijn en hoe ze 'nu' functioneren in de samenleving van 'nu'. Of je dat 'nu' zint of niet, het vraagt om een heel eigen pastorale benadering. Dat was dan ook de voornaamste insteek van deze samenkomst, ingeleid door Thomas Folens.

(Thomas Folens)
Het gezin in crisis?
Is het gezin nog wel de hoeksteen van de samenleving? Is het in crisis? De manier waarop we naar gezinnen kijken wordt sterk bepaald door onze eigen waarden en normen of opvattingen en door de plaats waar we leven. Bekijken we een gezin enkel als mama, papa en kinderen? Of staan we ook open voor andere samenlevingsverbanden. Je kan er vandaag niet naast kijken. Gewoon enkele situaties: een gescheiden vader met zijn dochter die hem tweewekelijks bezoekt … een ongehuwd lesbisch koppel met kinderen … een gescheiden vader met zoon en een inwonende vriendin … een gehuwd homoseksueel koppel zonder kinderen … een alleenstaande moeder met één of meerdere kinderen … een samenwonend koppel met hun kinderen uit vroegere relaties … een kind dat bij z'n grootouders inwoont … enz … 
Vandaag wijkt liefst één op de vijf gezinnen af van het klassieke patroon en we hebben het dan nog niet gehad over het juridisch kader waarin mensen samenleven (kerkelijk – burgerlijk – …). Binnen de gezinnen zien we ook dat ouder-kinderrelaties ondergeschikt worden aan intieme partnerrelaties. Anders gezegd koppels blijven minder bij elkaar omwille van de kinderen, de verhouding tussen de partners primeert en bepaalt. Niet alleen het relationele speelt een cruciale rol in het gezin, ook de mate van tewerkstelling is zeer bepalend voor het welbevinden. Hebben we te doen met twee voltijds-werkende ouders, een deeltijds werkende alleenstaande moeder, al dan niet in een kaderfunctie of in een (wisselend) stelsel van ploegenarbeid, …? Of heeft een gezin te kampen met werkloosheid, financiële problemen. Voor velen is het een hele klus om een evenwicht te vinden tussen de partnerrelatie, zorg voor het gezin, het huishouden en het werk. Dan hebben we het ook nog niet over bijkomende engagementen, vrijwilligerswerk of vrije tijd gehad. Binnen dat complexe kluwen van gezinnen – nieuw samengesteld of niet – groeien kinderen op en moeten ze zich nog eens weten te handhaven op school, in de sportclub … Wist je bijvoorbeeld dat een nieuw samengesteld gezin (NSG) gemiddeld zeven jaar nodig heeft om tot een nieuw evenwicht te komen. Twaalfjarigen zitten vaak midden in dat proces en allesbehalve goed in hun vel. Hoe beleven zij dat? “Zij zijn groot en ik ben klein en dat is …” Heel deze verscheidenheid dringt niet alleen door in de klassituatie maar ook tot de (vormsel)catechese en beperkt zich niet alleen tot die kinderen die tot een NSG behoren. Ze zijn er allemaal mee bezig, het is vaak onderwerp van gesprekken, ze leven mee of ze fantaseren er over.

(Kathleen, Stefan en Marijke toasten op 40 jaar WWW-dag en een nieuw catechesejaar in Zonnebeke)
Pastoraal omgaan met gezinnen
Elke catechese begint met het overbrengen van een authentieke, gelovige houding. Van 'dwang' (je moet …) kan geen sprake zijn, wel van 'uitnodiging'. Elke catechese is de uitdieping van de ervaring 'God ziet je graag'. Daarom kan catechese ook geen 'les' zijn. Ze is vooral het uitstralen van een 'geraakt-zijn' … een 'leven-van'. Geen verplichting waaraan voldaan moet worden.

Een catechist zal in de spanning leren staan. Hij let op, niet idealiserend te spreken over gezinnen. Hij heeft aandacht voor reële situaties en veerkracht. Niet vanuit de vraag wat er verkeerd is maar vanuit de vraag waar mensen groeikansen hebben. Weten dat ouders vaak hun best doen zonder daarom perfect te zijn. Kinderen zijn ook niet zomaar verlengstukken van hun ouders, de appel die niet ver van de boom valt ... Tezelfdertijd blijft het zijn overtuiging dat het christelijk huwelijk de moeite waard is.

Een catechist is vriendelijk, respectvol en gastvrij. Hij kan het anders-zijn van gezinnen en kinderen ontdekken en respecteren, met de kansen en de moeilijkheden die elke situatie met zich meebrengt. Enkele minuten persoonlijke aandacht, begrip, actief luisteren of iemand laten uitspreken kunnen het verschil maken of die zich veilig voelt, aanvaard weet binnen de catechese of niet. Het relationele is er minstens even belangrijk als de inhoud die er aangereikt wordt.

Een catechist is authentiek, getuigend. Hij staat voor wat hij zegt en zelf ervaart. Hij durft zich wel eens kwetsbaar op te stellen, iets van z'n binnenkant te laten zien en dat schept vertrouwen. Als mensen je niet vertrouwen is het onmogelijk vertrouwen te winnen in wat je zegt, zelfs al heb je het over de 'Blijde Boodschap'. Hij getuigt van de hoop die in hem leeft. Hoop is voor vele mensen (ook voor kinderen) de bron van hun spiritualiteit. Hoop en veerkracht zijn dan ook dikwijls met elkaar verbonden.

donderdag 16 oktober 2014

De vreugde van het Evangelie

39ste WWW-Dag


Paus Franciscus schreef een heel inspirerend document 'De vreugde van het Evangelie'. Inge Cordemans stelde het ons voor op de jaarlijkse WWW-dag en formuleerde hierbij enkele uitdagingen voor de catechese en onze kerkgemeenschappen. Zo'n dag begint steevast met een stevige zangstonde. Gerrit Jalet, actief in de Ark-gemeenschap Moerkerke-Brugge, deed meteen het publiek rechtveren voor een halfuurtje complexloze vreugde. Ongedwongen animeren is net als verkondigen een hele kunst.



In het voorjaar deden enkele Vlaamse jongeren iets heel onwaarschijnlijks. Zij hadden een exclusief interview met paus Franciscus. Na het gesprek waren ze aangedaan over de manier waarop hij sprak en hen benaderde, open, authentiek en met een glimlach. Daarmee illustreert de paus al doende dat 'inhoud' en 'vorm' hand in hand gaan. Het Evangelie blijft vaak dode letter wanneer het liefdeloos in een keurslijf van regels en verplichtingen wordt aangereikt. Mensen voelen gauw hoe het zit, geven krediet bij een warm onthaal anders haken ze meteen mentaal af. Onder gelovige, gelijkgezinde mensen lopen geloofsgesprekken nog wel los maar hoe getuig je onder modale mensen van je geloof. De paus roept in dit verband op tot authenticiteit, jezelf te blijven, de gelijke van de andere te blijven en zonder bekeringsijver, allesbehalve belerend, eenvoudig te spreken over wat het geloof met je doet. We zijn dat niet gewoon. Vaak zitten we tegenover onszelf al om woorden verlegen en missen we de kracht of de moed om het uit te dragen. Toch mag het mettertijd een geruststelling zijn dat het ongedwongen kan gebeuren en dat het op die wijze het best overkomt.

De vreugde van de ontmoeting met Jezus
De naam Jezus betekent 'God redt'. Hij bevrijdt ons van zonde, droefheid, innerlijke leegte en eenzaamheid en brengt opluchting en vreugde. Dat zijn hoogdravende woorden maar iedereen die vanuit z'n geloof leeft kan dit persoonlijke getuigen. Veel mensen trekken zich immers op aan hun geloof, niet aan theologische beschouwingen maar aan een Jezus Christus die ze uiteindelijk als liefdevol, reddend nabij ervaren. Het is boeiend te horen vertellen hoe dat concreet in z'n werk ging en in welke situaties dat gebeurde. Natuurlijk wordt die vreugde niet in alle omstandigheden van het leven op dezelfde manier beleefd, zeker niet in moeilijke en pijnlijke momenten. Maar ze licht op uit de stellige zekerheid dat we oneindig bemind worden, dwars door alles heen. Paus Franciscus nodigt ons daarom uit onophoudelijk naar Jezus op zoek te gaan. Een goed begin kan zijn hem elke dag tenminste om drie dingen te bedanken. Zaken waar je anders achteloos aan voorbijgaat. Dan pas ontdek je hoe gezegend je bent.



Naar buiten met de Kerk
“Laten we naar buiten treden om aan allen het leven van Jezus Christus aan te bieden. Ik verkies een gehavende Kerk, gekneusd en vuil omdat ze de straat is opgegaan eerder dan een kerk die ziek is omdat ze in zichzelf zit opgesloten, gehecht aan het comfort van haar eigen zekerheden”, schrijft de paus. Op die manier is de parochie geen achterhaalde structuur, afgesneden van de mensen, een clubje uitverkorenen die alleen naar zichzelf kijken. Wellicht ontgoocheld door de realiteit, door de praktijk van de Kerk zelf of door eigen falen worden we constant bekoord om ons te wentelen in een zoete treurnis zonder uitzicht. Paus Franciscus noemt het 'het kostbaarste elixir van de duivel' omdat het ons beneveld met gelatenheid. Hij roept ons op om ons verschillende aspecten van het christelijk geloof niet te laten ontnemen:
de vreugde van ons geloof, de hoop die het biedt, de kracht van vergeving en van de gemeenschap, het ideaal van de broederlijke liefde, het Evangelie zelf. Vanuit z'n doopsel is iedere christen, ongeacht z'n plaats in de Kerk, een missionaris om de liefde die hij zelf ondervindt naar de ander te brengen. Schatten zijn er om gedeeld te worden. Dat gebeurt spontaan, niet luidkeels maar gewoon in ontmoetingen met mensen, thuis en onderweg. Het is zoals in het verkeer. Vaak voelen we ons geremd door 'rood licht'. We voelen o zo weinig animo voor geloofsbeleving bij onze medemensen. Er wordt vaak lacherig over gedaan, we worden erom geplaagd of in de hoek ermee gezet. Dat snoert ons de mond. Maar soms staat het 'licht op groen', brengen de mensen iets aan, hebben ze vragen. We zijn dan vaak zo verbauwereerd dat we dan vergeten 'om gas te geven' en zo'n evidente kans gewoon laten liggen.



Tekeer en inkeer
Wat wij gelovig ervaren of weten kan ook niet los gezien worden van wat wij ermee doen. 'Vorm' en 'inhoud' horen samen, spreken elkaar niet tegen. We zijn zo gewoon de woorden van het Evangelie te horen dat ze niet meer doordringen. “Ah ja, het is weer van dat, we kennen dat al” en we gaan er niet meer serieus op in. Een beetje zoals ouders van vormelingen, die hun kinderen afzetten aan de kerk en ze nadien komen ophalen. Want ... “dat is niets meer voor ons want we zijn vroeger al gevormd” ... we hebben het gehad! We hebben niet door hoe uitdagend het Evangelie voor ons kan zijn. In hoeverre hebben armen nog een bevoorrechte plaats in ons leven? Hoe gaan we om met onze overvloed? Bekommeren wij ons nog om zieke en kwetsbare mensen? Gaan we die uitdagingen nog te lijf, gaan we nog tekeer?


Tenslotte wijst Paus Franciscus er nog op dat “Begeesterende verkondigers van het Evangelie zijn verkondigers die bidden en werken ... Men moet er altijd voor zorgen een innerlijke ruimte te cultiveren die een christelijke betekenis geeft aan het engagement en de activiteit. Zonder langere momenten van aanbidding, van ontmoeting van het Woord in het gebed, van oprechte dialoog met de Heer, verliezen opdrachten, gemakkelijk hun betekenis ... 
Het Evangelie kan niet leven zonder de long van het gebed ...”


donderdag 10 oktober 2013

38-ste WWW-Dag

De jeugd is tegenwoordig


Op de 38-ste WWW-dag, een samenkomst bedoeld voor alle catechisten van ons bisdom, werd dit jaar dieper ingegaan op de vraag hoe jongeren bestaan. De samenleving evolueert zeer snel. Maar dat geldt voor jong en oud. Wie de rol lost, de technologische veranderingen laat voor wat ze zijn, hinkt ook vlug hopeloos achterop. Er bestaat niet iets als een jongerenwereld tout court. Het is dezelfde wereld voor iedereen. We zijn er ook samen verantwoordelijk voor. Omdat we die wereld, elk vanuit een andere geschiedenis, wel anders beleven is het wel cruciaal, zowel zichzelf als de ander te verstaan. Dan kunnen we iets gaan betekenen voor elkaar, leven we niet meer naast elkaar. Wie vandaag jongeren wil begrijpen en begeleiden kan niet om drie kernwoorden heen: nl. Samen, Optimisme en Rust. Dat stelt Pedro De Bruyckere (37j.) sociaal-pedagoog aan de Artevelde Hogeschool te Gent. Hij is een veelgevraagd spreker in binnen- en buitenland. Op een toegankelijke, vaak grappige manier slaagt hij er in deze vaak complexe materie uit te leggen.

Vertrekken vanuit samen
Als er een belangrijke tendens opvalt de voorbije jaren bij jongeren, is het wel het belang van 'samen'. Jongeren willen samen met hun ouders zijn, al is het maar voor de buis. Ze willen samen studeren, al is het in stilte in een bibliotheek. Terwijl ze massaal met elkaar op het internet virtueel in contact staan, streven ze vooral de echte ontmoeting, samen, na. Het is misschien ondertussen niet meer op café, maar op een kotfuif omdat dit goedkoper is, maar ze 'moeten' elkaar zien. Dat betekent niet dat onze samenleving individualisme in de toekomst in zijn geheel zal afzweren. Elke jongere wil zichzelf profileren, vaak letterlijk via zijn
online-profiel, maar tegelijk is delen met anderen een manier van leven geworden. Vertrekken vanuit samen, is zowel op school als op de werkvloer wellicht een wondermiddel. De school is de ontmoetingsplaats bij uitstek waar jongeren leeftijdsgenoten in levenden lijve tegenkomen en waar ze samen met een leerkracht kunnen bijleren. Die echte ontmoeting, niet de virtuele, maakt onderwijs net zo uniek. Jongeren blijven bij een werkgever als de omgang met de collega's goed is. Zo gaan ze vaker weg omwille van een slechte sfeer dan voor een beter loon.

Vechten voor optimisme
Tien jaar geleden werden jongeren vaak omschreven als zeer optimistisch. Maar dit optimisme staat onder druk. Volgens sommigen daalt dat omdat ze nu aan het 'echte leven' beginnen, ze werken, ze starten een gezin. Maar ook bij de jongeren die nog op de schoolbanken zitten, merken we een dalend optimisme. Leerlingen en studenten komen op straat in Nederland, Spanje, Engeland, Italië. Ze zijn er niet meer zo zeker van dat goed studeren automatisch een goede baan zal opleveren. Ze weten niet meer zo zeker of het allemaal wel goed komt. Op dit moment is er zeker nog geen sprake van pessimisme. Je mag het protest van de jongeren gerust positief bekijken want het betekent dat ze wel degelijk geloven dat het anders kan. Ze willen nog steeds in iets geloven en ze willen nog steeds ergens voor gaan. Misschien zijn jongeren wel als de kanarievogel van vroeger in de kolenmijn. Ze gaan voorop maar de volwassen volgen nog altijd in hun zog en lopen risico. Als het met hen bergaf gaat dan ook met ons. Daarom moeten we met z'n allen erover waken dat hun optimisme niet verder afbrokkelt. Het is verkeerd te denken dat enkel de jongeren de toekomst zijn, daar zijn we met z'n allen verantwoordelijk voor! Jongeren zijn echter wel een van de belangrijke drijvende krachten van onze samenleving en hun optimisme houdt onze motor draaiende. Het is in grote mate aan hun ouders en in mindere mate aan hun grootouders om in hen te geloven en hen te steunen.

Verlangen naar rust
Je zou hier een pleidooi kunnen verwachten voor rust voor jongeren. De agenda van kinderen en tieners zit inderdaad echt te vol. Maar toch ligt daar niet de grootste nood. Rust is wat we in de toekomst misschien nog het meest van al zullen nodig hebben als ouder, als leerkracht en als werkgever. Misschien zijn de grootste veranderingen van de voorbije decennia wel te vinden bij de volwassenen. Zij hebben de grootste moeite met ouder worden, ze staan zwaarder dan ooit onder druk om te presteren en ook zij moeten dan ook nog alle technologische ontwikkelingen op het werk en thuis bijbenen. Als we het optimisme van onze jongeren willen vasthouden, zullen we als volwassenen zelf tot rust moeten komen.



Geloof en zingeving
(Jonge) mensen willen dus best nog wel in iets geloven, ze willen dat samen doen en ze willen zich niet laten opjutten. We zien ook, dat al evolueert de samenleving snel, de waarom-vragen van weleer overeind blijven. En dat geldt onverminderd voor de huidige generatie jongeren. Maar zowel de antwoorden uit de wereld van 'de politiek' als die van 'het geloof' staan onder zeer zware druk. Recent onderzoek geeft aan dat slechts 4% van de Vlaamse jongeren in de Kerk als instelling gelooft en slechts 3% nog vertrouwen heeft in de politiek.
De drie naoorlogse generaties vertonen drie totaal verschillende manieren om met geloof om te gaan. De babyboomers kenden nog een sterke Kerk en de grote groep gelovigen gingen zeker nog minstens elke zondag naar de kerk. Het is nu de groep grootouders van de hedendaagse jongeren. Zij zijn het die misschien ook wel het meest lijden onder de huidige schandalen. Ze ondergingen de revoluties in het denken van de jaren zestig mee. Maar het is vooral de volgende generatie die de ommezwaai in geloof ten volle heeft meegemaakt. Waar ze als kind van de jaren zeventig nog vaak naar de kerk moesten gaan met hun toen nog gelovige (groot)ouders of op school, sijpelen in deze generatie de ideeën van het (post)modernisme pas echt door. Het relativisme van elk-zijn-waarheid viert hoogtij. In hun tienertijd in de jaren tachtig gaan ze vaak niet meer naar de kerk. Ze zien stilaan het geloof als iets ouderwets. Het is dan ook precies die generatie van huidige dertigers en jonge veertigers die met afschuw reageren op de kerkschandalen, wellicht ook omdat ze ondertussen zelf vaak jonge kinderen hebben. We kunnen ze omschrijven als een post-, zelfs antireligieuze generatie. Ze kennen de religieuze gebruiken nog wel via hun familiaal leven, maar zijn niet meer actief. Vreemd genoeg contrasteert hun beleving beduidend met die van hun kinderen, die nauwelijks nog in contact kwamen met de kerk. De huidige groep jongeren zijn wellicht nog steeds gedoopt, deden hun eerste communie, hun vormsel en hebben misschien nog wel enkele jeugdvieringen meegemaakt. Men kan hen als een prereligieuze generatie beschouwen. Dat verklaart wellicht ook hun onverschilligheid ten opzichte van de schandalen. Zij hebben zich de rituelen, de verhalen en overtuigingen nooit meer echt eigen gemaakt. Ze staan als het ware in een fase voorafgaand aan het geloof. Hiermee willen we zeker niet gezegd hebben dat ze daarom ooit zullen geloven, maar het betekent wel dat ze openstaan voor zingeving. Ander onderzoek stelt dat, hoewel het geloof in het instituut afneemt, de spiritualiteit toeneemt. Zingeving komt steeds centraler te staan.

Samen met Bert Smits schreef Pedro de Bruyckere een bijzondere boeiend boek over hoe jongeren zich bewegen in onze complexe samenleving. De uitkomsten zijn vaak verrassend en anders dan de clichés die ouderen hanteren, dikwijls omdat ze zelf door het bos de bomen niet meer zien. Hoopgevend is te ervaren dat ouders, leerkrachten, leidinggevenden en zelfs pastores een rol van betekenis spelen en er toe doen in het leven van jonge mensen als ze die maar met enige objectiviteit weten te benaderen. Samen, optimisme en rust zijn daarbij sleutelbegrippen.

Het boek 'De jeugd is tegenwoordig' verscheen bij uitgeverij Lannoo.
Neem ook eens een kijkje op de uiterst boeiende blog van de auteur:

http://xyofeinstein.wordpress.com/