Pagina's

Posts tonen met het label Davidsfonds. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Davidsfonds. Alle posts tonen

zaterdag 27 januari 2018

Een toast op de abdij!



Op zondag 21 januari vierde het Davidsfonds Zonnebeke het nieuwe jaar met Toast Literair in Bib De Letterschuur met een lezing van professor Paul Trio over de geschiedenis van de voormalige abdij van Zonnebeke. Achteraf mocht op een gesmaakte receptie ook het ‘augustijnerbiertje’ niet ontbreken. Een uitstekende gelegenheid om alles nog eens summier op een rijtje te zetten.

GESCHIEDENIS VAN DE ABDIJ

De eerste vermelding van de abdij – een oorkonde van bisschop Drogo van Terwaan – dateert uit 1072. Op verzoek van Fulpoldus, de heer van Rollegem, tevens burggraaf van Ieper, die een mottekasteel bezat aan de overkant van de Ieperstraat in Zonnebeke, werd een kapittel gesticht van drie kanunniken verbonden aan de plaatselijke Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Aanvankelijk waren de kanunniken seculiere of wereldlijke geestelijken. In 1142 onderging de gemeenschap een ingrijpende hervorming van een seculier kapittel naar een reguliere abdij, volgens de voorschriften van de Orde van Arrouaise, waarbij het kloosterleven naar de regel van Augustinus streng werd bewaakt en lekeninmenging in geestelijke aangelegenheden aan banden werd gelegd.

Door de vele schenkingen, de inning van tienden, rentes en pachten, de giften van begoede inwoners in ruil voor gebed voor hun zielenheil en het verwerven van het patronaatschap van naburige parochiekerken, kende het jonge kapittel een financieel vlekkeloze start en weldra volgde een forse uitbreiding van het aantal monniken en onroerende goederen. Zo verwierf de abdij tussen 1143 en 1300 honderden hectaren onroerend goed in Zonnebeke en ver daarbuiten, tot in Noord-Frankrijk toe. In 1354 kocht de abdij ook nog een ‘refuge’ of toevluchtshuis binnen de veilige stadswallen van Ieper.

Woelige tijden
Op 15 augustus 1566 had de abdij een eerste keer zwaar te lijden onder de Beeldenstorm. Een groep van zowat 3.000 man uit het Ieperse ging aangevoerd door calvinistische predikanten, aan het plunderen in parochiekerken en kloosters in de hele Westhoek.

Vanaf april 1577 verlieten de Spaanse regeringstroepen het land, opnieuw aanleiding tot zware ongeregeldheden. Op 20 juli 1578 belegerde een leger van de Gentse Republiek Ieper en in december 1579 werden de Zonnebeekse Augustijnenabdij, de kerk en andere aanhorigheden in brand gestoken en grondig vernield. De burgers vluchtten en dat leidde tot een langdurige ontvolking van de streek.

Omwille van die aanhoudende onlusten werd de abdij van 1584 tot 1608 verlaten. De monniken namen hun intrek in hun refuge in Ieper. In 1608 werd de adellijke Carolus de Boisot de nieuwe abt. Hij liet de abdij en de kerk heropbouwen en er braken betere tijden aan. In 1698 kocht abt Jacobus Piers de heerlijke rechten af van de heer van Rolleghem, Jozef Karel Franciscus de Trammecourt. Vanaf nu is de abt de enige heer van Zonnebeke en bezitter van bijna het volledige grondgebied. In hetzelfde jaar, op 16 maart, stort de toren van de kerk neer, wellicht het gevolg van een aardbeving zes jaar eerder. De toren werd in 1706 herbouwd met de financiële hulp van de parochianen.

De abdij bereikte het toppunt van haar bloeiperiode toen abt Joannes-Baptiste De Vos op 11 april 1757 een pauselijke bulle in handen kreeg waarbij hij de mijter, bisschopsring en staf – de ‘pontificaliën’ – mocht dragen. Het verhoogde zijn a(m)btelijke waardigheid in belangrijke mate. Hij liet hierop een nieuw luxueus koor optrekken in de abdijkerk. De val kwam evenwel snel met de Frans-Oostenrijkse oorlog toen in 1794 de Fransen onze regio binnenvielen en de Zuidelijke Nederlanden annexeerden.

Franse Revolutie
Met de wet van 1 september 1796 werden alle geestelijke orden en congregaties, kloosters, abdijen, priorijen en kapittels van reguliere kanunniken, opgeheven. Al hun bezittingen werden ten voordele van de Staat verbeurd verklaard. Zo werd ook op 4 februari 1797 de Zonnebeekse Augustijnenabdij afgeschaft en werden de kloosterlingen met geweld verdreven.

Ondanks hun protesten gingen op 21 december 1797 de kloostergebouwen en gronden onder de hamer, ten voordele van de overheid. Alleen de abdijkerk met wat grond errond – o.a. het kerkhof – werd gespaard. De lasten hiervan moesten door de gemeente Zonnebeke worden gedragen. Kortrijkzaan Jean-Baptiste De Laveleye werd de nieuwe eigenaar van de abdij en de omliggende gronden en meteen ook burgervader.

Na de Franse Revolutie
In het eerste kwart van de 19de eeuw werd het abdijcomplex – behalve de kerk, de abtswoning en de abdijhoeve – afgebroken De Laveleye verbouwde het complex grondig, zodat er niets nog zou herinneren aan het religieuze verleden van de gebouwen. In 1841 verwierf de Ieperse adellijke familie Iweins het complex bij openbare verkoop.

Eerste Wereldoorlog en heropbouw
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de streek het toneel van hevige gevechten. Er bleef geen steen op elkaar staan en zo verdwenen de ruïnes compleet. Tussen november 1917 en april 1918 bouwden de geallieerden onder de kerk een dug-out. De constructie bevindt zich stevig onder de vooroorlogse kerk, en noopte wellicht architect Huib Hoste om de huidige parochiekerk noordoostelijker te bouwen.


KLOOSTERLEVEN

Bij de oprichting in 1072 was er voldoende kapitaal voor het onderhoud van 3 kanunniken. Gedurende gans de geschiedenis schommelde dit aantal tussen vijf en maximaal een twintigtal geestelijken. Aan het hoofd stond de abt, met naast hem de prior. Belangrijke beslissingen werden in gemeenschap door het bijeengeroepen kapittel genomen. Ook het dagelijks beheer van de abdij werd er besproken. Jammer genoeg zijn er geen kapittelverslagen bewaard gebleven.

Kloosterloopbaan Een nieuwkomer werd eerst een half jaar geobserveerd door de novicemeester. Niet iedereen werd echter toegelaten: zwaar zieken, zwervers, gehandicapten, geëxcommuniceerden, … werden geweerd. Naar opleidingsniveau toe waren er echter geen vereisten. Daarna diende de kandidaat zelf een verzoekschrift tot noviciaat in. Na een proefjaar was hij vrij het klooster te verlaten, of kon hij overgaan tot het afleggen van de eeuwige kloostergeloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. In totaal waren er een zevental kerkelijke wijdingen mogelijk.

Deels uit financiële overwegingen, deels uit een morele verplichting, vervulden de kanunniken ook diensten buiten de abdij, in omliggende parochies maar ook tot ver daarbuiten, waar er omwille van de geregelde godsdiensttroebelen geen priesters of kerkgebouwen meer waren. Dit was echter niet altijd zonder gevaar voor hun leven … of voor het strikt naleven van hun kloostergeloftes.

Onderwijs
Niettegenstaande aan de abdij nooit een belangrijke onderwijsinstelling was verbonden, speelde ze op dat vlak geen onbelangrijke rol. Enerzijds tegenover de kandidaat-novices die er hun opleiding genoten. Anderzijds door het aanstellen van een scholaster, die instond voor de organisatie van het onderwijs op de diverse locaties waar de abt van de abdij het patronaatsrecht over uitoefende. Dat was o.a. het geval in Bikschote, Oostnieuwkerke, Beselare en Zonnebeke zelf waar het om dorpschootjes ging. Maar in een stad als Roeselare was de impact compexer en groter. Het moet voor het stadsbestuur daar soms behoorlijk frustrerend zijn geweest om niet zelf autonoom te kunnen beslissen en handelen in de onderwijsbehoeften van de stad zelf.


BOUWHISTORIEK

De Onze-Lieve-Vrouwekerk, gebouwd in de eerste helft van de 11de eeuw, was een romaanse kruiskerk. Ze bestond uit een driebeukige constructie, opgetrokken in ijzerzandsteen. De eerste abdijgebouwen dateren van een eeuw later en waren aangebouwd tegen de zuidkant van het koor en het transept. In de tweede helft van de 13de eeuw werd de abdij door de aanbouw van een bakstenen abdijvleugel aanzienlijk groter. Het koor van de kerk werd eind 15de eeuw vergroot, en hiertegen bouwde men een sacristie.

Na de godsdienstperikelen in de tweede helft van de 16de eeuw, dienden de kerk en abdijgebouwen quasi vanaf de funderingen heropgebouwd te worden. Het koor en de sacristie werden tussen 1767 en 1770 uitgebreid.
.
Na de Franse Revolutie werden de abdijgebouwen grotendeels afgebroken. De abdijkerk bleef behouden als parochiekerk en kreeg nog een ruime aanpassing, met westelijke toren, in de tweede helft van de 19de eeuw.

Relicten
Er werden bouwmaterialen van de abdij gerecupereerd voor de uitbouw van het kasteel en de bijgebouwen door de familie Iweins. De Eerste Wereldoorlog betekende de totale verwoesting. Een geluk bij een ongeluk is dat op het einde van de 19de eeuw bij gebrek aan financiële middelen enkele pronkstukken werden verpatst. Zo kan men vandaag nog het prachtige Belle-orgel uit 1680 bewonderen in de kerk van Dentergem. En een rijk gesculpeerde communiebank uit de 18de eeuw is te bezichtigen in de parochiekerk van Gijzebrechtegem.

Tijdens vier archeologische opgravingscampagnes tussen 1985 en 1991 werden de funderingen van de abdij blootgelegd. Ook de dug-out onder de kerk werd herontdekt.
In 2012 werd een abdijtuin aangelegd in het kasteelpark dat ondertussen eigendom geworden was van de gemeente Zonnebeke. Het toont een vereenvoudiging van de 11de-eeuwse romaanse kruiskerk, met kooruitbreiding uit de tweede helft van de 18de eeuw, de kapittelzaal uit de tweede helft van de 13de eeuw, met daarboven een slaapzaal en de uit dezelfde periode daterende pandtuin, die eveneens dienst deed als kerkhof voor de kloosterlingen. Westwaarts, over de toegangsweg naar het kasteel, de abtswoning, een schuur, het poortgebouw, een woonhuis met stallingen, de duiventoren en een tweede schuur. Dit alles wordt gevisualiseerd, door middel van diverse vloerverhardingen, borduurstenen en hagen. Twee infoborden geven hierover toelichting.

De grondvesten van het middeleeuws hoofdgebouw – in heropgebouwde afbeelding van Sanderus in 1641 te zien – bevinden zich echter op private eigendom (apotheek), en zijn niet gevisualiseerd. Op de plaats van de vroegere kapittelzaal zijn enkele architectuurresten te zien: twee massieve arduinstenen, één met Latijnse inscriptie, en enkele segmenten van drie ronde zuilen in Atrechtse zandsteen. Vermoedelijk alle afkomstig uit de 17de-eeuwse uitbreiding.


ARCHIEF

Een omvangrijk deel van dat abdijarchief werd sinds 1796 bewaard in het Grootseminarie van Brugge. Het aldus bewaarde archief van de augustijnenabdij van Zonnebeke is niet alleen een zegen voor het onderzoek naar de abdijgeschiedenis zelf, maar eveneens voor het onderzoek betreffende heel wat plaatsen in Vlaanderen of zelfs daarbuiten. Van 2004 tot 2008 werd, onder impuls van de heemkundige kring van Zonnebeke, de Zonnebeekse heemvrienden, in samenwerking met o.a. de gemeente, de provincie West-Vlaanderen en deKatholieke Universiteit Leuven Campus Kortrijk, het archief gedigitaliseerd, onder de naam DOZA: "Digitale Ontsluiting van het Zonnebeeks Abdijarchief". Dit is terug te vinden onder http://www.kuleuven-kortrijk.be/doza/

Dit project gaf aanleiding tot een nieuwe publicatie over de Augustijnenabdij van Zonnebeke: “Geëxamineert de tijtels ende pampieren – Het verhaal van de Zonnebeekse Augustijnenabdij, 1072-1796. Een bijdrage tot de Vlaamse Kloostergeschiedenis.” Zowel het DOZA-project als het boek staan onder leiding van professor Paul Trio, Zonnebekenaar van afkomst en hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven Kulak. Naast professor Paul Trio waren ook Franky Bostyn, gewezen conservator van het Memorial Museum Passchendaele 1917 en Marjan De Smet, fulltime medewerkster aan het DOZA-project, medeauteurs van het boek.

woensdag 30 oktober 2013

Rouwverwerking en verlieservaring


Op woensdag 6 november om 19.30 u. in de Letterschuur (bibliotheek Zonnebeke) reikt Manu Keirse, psycholoog en professor aan de Katholieke Universiteit van Leuven, ons wegwijzers aan bij de 'rouwverwerking en verlieservaring van geliefden, goede vrienden en bekenden'.
November is een speciale maand. De zomer is voorbij, de oogst is binnen, het jaareinde nadert. Tijd bij uitstek om ook eens aan het einde van het leven te denken. Zo herdenken we ook begin november de dierbaren die ons ontvallen zijn. En voor velen zijn dit herinneringen geladen met droefenis, herinneringen en momenten waar we het moeilijk mee hebben. Elk tracht dit op zijn manier te verwerken. Volwassenen doen het anders dan kinderen. Wie of wat kan ons in dit proces helpen en hoe kunnen we personen die in een dergelijk proces betrokken zijn begeleiden enz... ? Vele vragen en onbekende situaties waarop professor Manu Keirse zal trachten ons een antwoord te geven. Vanuit zijn beroep heeft hij heel wat ervaring op dit gebied. Hij begrijpt hoe personen op een verlies op zeer verschillende manieren en soms zeer eigenaardig reageren. Hij kan ons dan ook tips geven om met dat verlies beter te leren omgaan. Een interessante lezing want vroeg of laat, geraken we allen in een dergelijke situatie betrokken.
Een organisatie van Davidsfonds Zonnebeke e, Beselare
i.s.m. Dienst Cultuur, Vormingplus
Toegang 6 euro (inclusief drankje)
Vooraf inschrijven is noodzakelijk met een telefoontje naar de bibliotheek
051 77 01 58
of via e-mail: bibliotheek@zonnebeke.be

Info bij
Trees Degryse
tel. 051 77 83 94

donderdag 2 mei 2013

Christine Bruggeman


over het wonder van De Ark

Dat het Davidsfonds een beweging is met zo nu en dan een christelijke reflex, bleek weer eens uit het voornemen van voorzitter Hubert Ryckebosch om in de veertigdagentijd iets te organiseren met een bezinnende inslag. Niet zomaar een obligaat woordje om dan zo vlug mogelijk her aan te knopen met de geneugten van het leven. Neen liever een activiteit die beklijft en tot verdieping aanzet. Nu weten we allemaal dat de weg naar de hel geplaveid ligt met goede voornemens. We dronken een glas, deden een plas en alles bleef zoals het was … maar uitgesteld is nog niet verloren. Ook vijgen na Pasen kunnen best smaken, zeker als ze nog eens geserveerd worden door een oude bekende. Christine Bruggeman (°1955) geboren en getogen in Beselare, liep school in Sint-Joris te Menen, IPSOC Kortrijk, verbleef in Taizé en was van 1989 tot 2000, elf jaar lang vormingsverantwoordelijk in het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Sindsdien is zij coördinator van de Arkgemeenschap in Nederland en België.

Het wordt een heuglijk weerzien in het Schuttershuisje achter het kerkplein. Na zevenendertig jaar herkent Christine heel wat gezichten maar de namen blijven nog wat hangen. Een euvel dat ze met elke vijftig-plusser deelt. De 'clic' is er echter meteen. Ze vertelt hoe ze bij 'De Ark' terechtgekomen is en welke impact dat heeft gehad op haar leven, niet in het minst als gelovige. We kennen allemaal 'De Ark' als onze laatste Beselaarse buurtwinkel. De Arkgemeenschap mag dan een begrip zijn in religieuze middens maar is als zodanig nog niet helemaal doorgedrongen tot de modale kerkganger, laat staan tot de man in de straat.

Jean Vanier en De Ark
Het begon allemaal met bovengenoemde, een marine-officier bij het Canadese leger, die voor zijn leven een andere wending zocht. Hij was op zoek naar een plek waar hij de kern van het evangelie kon beleven en die vond hij tijdens een bezoek aan een instelling voor mensen met geestelijke beperkingen. In 1964 besloot hij met twee onder hen een huis te delen in Parijs. De eerste Arkgemeenschap was geboren. Hij besefte dat de mens door de allerzwaksten te ontmoeten en te verzorgen zelf verandert en hij groeide uit tot een bijzondere invloedrijke persoon voor de katholieke Kerk en de hele maatschappij. De Ark (L’Arche) is inmiddels uitgegroeid tot een internationale federatie van ongeveer 135 interreligieuze leefgemeenschappen verspreid over 30 landen in alle continenten. In een Arkgemeenschap wonen, leven en werken mensen met een verstandelijke beperking ('huisgenoten') en mensen zonder verstandelijke beperking ('assistenten'). Zij leven daar in de erkenning dat ieder mens zijn eigen gaven en beperkingen heeft. Met elkaar wordt gekookt, gegeten, gewerkt, boodschappen gedaan en het leven gevierd. Kortom, het leven wordt met elkaar gedeeld. Arkgemeenschappen bestaan doorgaans uit kleinschalige woonhuizen, met daarnaast voorzieningen voor dagactiviteiten. In België zijn er 7 gemeenschappen gevestigd: Antwerpen, Aywalle, Moerkerke bij Brugge, Brussel, Bierges, Namen, Drongen. In Nederland één: Gouda.

Universiteit van het hart
Veel ingrijpende veranderingen in het leven gebeuren als bij toeval. Het begrip 'toeval' wordt vaak gehanteerd om het onmogelijke te benoemen en dan zitten we dicht bij de sturende hand van God zelf. Een vriendin nodigde Christine uit om eens nader kennis te maken met een Arkgemeenschap. Er waren zo veel goede redenen om dat bezoek steeds voor zich uit te schuiven. En toen het er uiteindelijk van kwam besefte ze dat ze met al haar verbaliteit en opgebouwde bagage in het christelijk vormingswerk in zo'n concrete situaties nog niet uit de voeten kon. De Ark wordt ook wel eens de 'Universiteit van het hart' genoemd. Het geloof moet vanuit het hoofd zakken naar het hart waar het ook handen en voeten krijgt. Het eerste wat haar werd gevraagd was om met een van de 'huisgenoten' de afwas te doen. Dat moesten ze haar geen twee keer zeggen. Als beenhouwersdochter stortte ze zich energiek op de vaat om algauw te constateren dat haar huisvlijt haar gezel compleet overvleugelde. Die had niet de minste kans om haar te 'assisteren' of iets bij te brengen. Zo leerde ze meteen begrijpen dat hij appelleerde op haar beperkt inlevingsvermogen. Een ervaring die nog versterkt werd door een bijzondere beleving van de milleniumwissel. Een andere vriendin, behorende tot de Kleine Zusters-Charles de Foucauld, inviteerde haar de overgang mee te maken in de woestijn van Niger. Daar deelde ze met andere zusters het leven van de Touaregs. Gekker is moeilijk te bedenken. Vanuit het extatische Parijs – waar ze nog gauw een fles champagne kocht – vol glitter en glamour, vier uur vliegen naar een compleet tegengestelde wereld. Troebel water putten en consumeren uit een bron waar de uitwerpselen van de kamelen in ronddrijven als de gewoonste zaak van de wereld. Nauwelijks een ziek kind kunnen torsen met een kwalijke lichaamsgeur waar een veel jongere zuster dat wel zonder remming een uur lang volhield. Toen besefte ze ten gronde dat ze nog een lange weg had af te leggen om het evangelie in z'n volheid te beleven en opende zich de weg naar 'De Ark' zich ook voor haar.



Liefde groeit uit het anders-zijn van de ander
Wat kunnen wij daar nu van leren? Als welopgevoede burgers of christenen hebben we – als we geraakt zijn – vaak de opstoot anderen te helpen. Mensen met een of andere beperking en dat kan je héél, héél ruim interpreteren. Ook elk van ons heeft z'n wat mindere kanten en is daarom op anderen aangewezen. Maar vaak gebeurt dat met een verkeerde ingesteldheid. Wij gaan die sukkelaars wel eens helpen! Wij zijn of kunnen 'meer' en zij 'minder'! Wat zijn en wat doen we toch goed! Maar dat klopt dus niet. Zo zien we de blinde vlekken niet meer in ons bestaan. In hoe verre respecteren wij de andere in z'n anders-zijn? En vooral, laten wij toe dat die andere ons kan veranderen, dat hij ons hart kan openbreken, dat hij een ander mens van ons kan maken. Het moet steeds beter in onze maatschappij. Van ieder wordt een verkeerd begrepen perfectie geëist of hij wordt op een of andere manier gesanctioneerd. Ongeboren leven wordt vroegtijdig afgebroken omwille van een of andere beperking. Fragiel of eindigend leven wordt om humane redenen beëindigd. Is dat liefde? Heeft de liefde (het 'hart') nog een kans in een rationale wereld (het 'hoofd') waar voorspelbaarheid, controle en gewin de overhand haalt?

We eindigen met een citaat van Jean Vanier, in de taal van Molière. (Moet kunnen in deze context.)
“Nous sommes nés dans une fragilité extrême,
nous mourons dans une fragilité extrême
et tout au long de notre vie,
nous demeurons vulnérables,
c'est-à-dire capables d’être blessés.
Chaque enfant est si vulnérable,”si fragile
et sans aucun système de défense!”

vrijdag 1 februari 2013

Muziek in de passietijd


image


image

Een Goede Week vol Ontroering

De hartverscheurende aria’s uit de Mattheus- of Johannespassie van Bach zijn elke muziekliefhebber bekend, maar het gamma aan passiemuziek is veel ruimer. Al sinds de 5de eeuw zingt men tijdens de Goede Week de lijdensverhalen uit de Bijbel. De uitvoering maakte dan ook een enorme evolutie door: van eenstemmige gezangen naar rolverdelingen over verschillende zangers en koren. Het hoogtepunt van het genre zijn de oratoriumpassies van Bach en Telemann, met schitterende zangpartijen en een grote inbreng van de hoofdrolspelers en het orkest. Maar ook na de 17de eeuw bleef het genre evolueren.
In het kader van DAVIDSFONDS UNIVERSITEIT VRIJE TIJD
deelt Jef Anaf met u zijn liefde en kennis van passies en geeft u een helder muziekhistorisch overzicht. Jef Anaf, musicus, muziekpedagoog, musicoloog, is als docent muziekgeschiedenis en scriptiecoördinator werkzaam aan het Lemmensinstituut te Leuven. Hij is organist, koordirigent en los medewerker bij Klara. Hij geeft lezingen en schrijft regelmatig bijdragen voor vaktijdschriften over componisten en andere muzikale onderwerpen.
Maandag 4, 11 en 18 maart 2013 van 19.30 u. tot 22.00 u.

Facultatief concert op vrijdag 22 maart 2013 om 20.00 u. in Sint-Pauluskerk Langemark
CC Het Perron, Fochlaan 1, 8900 Ieper (naast het station)
Gratis parkeren op NMBS-goederenstation op 300 meter van Het Perron
Prijs cursus zonder concert: 52 euro (46 euro met Davidsfonds Cultuurkaart)
Prijs cursus mét concert: 66 euro (63 euro met Davidsfonds Cultuurkaart)
Inlichtingen op 057 20 44 20 (Joël Decorte) en inschrijven op 016 310 670

Extra: Facultatief concert
Bachs Johannespassie, gebracht door Ensemble BachPlus
o.l.v. Bart Naessens
op vrijdag 22 maart 2013 om 20.00 u. in de Sint-Pauluskerk in Langemark
Alle info ook op www.davidsfonds.be of www.ieper.davidsfonds.be