Pagina's

woensdag 30 oktober 2013

November

De hunker naar eeuwig leven


November mag dan klimatologisch niet veel soeps zijn – grauw, klam, nat, kil en winderig – toch is het een fascinerende maand met aandoenlijke feesten, tradities en extraatjes: Allerheiligen, Allerzielen, Halloween, de Boekenbeurs, Sint-Hubertus, Sint-Maarten, Wapenstilstand, ja zelfs een week herfstverlof, een dag congé voor onze ambtenaren op
het feest van het koningshuis, een hart onder de riem voor onze royalisten en op het einde gloort de advent, die ons met nauwelijks getemperde vreugde het komende kerstfeest aankondigt. De commercie laaft er zich mateloos aan en fleurt nog eens op. Voor elk wat wils dus. De mensen doen wat ze niet laten kunnen: de stervende natuur met veel branie 'overleven', een greintje 'onsterfelijkheid' ten toon spreiden.

En toch de taart mag groot zijn, ze moet verdeeld worden en ieder bakt er een allegaartje van of een koekje van eigen deeg en dat wekt soms ook wat ergernis, verwarring en onlustgevoelens op. Het kerkhofbezoek mag dan nog massaal heten, het is in dalende lijn. Dat ondervinden vooral de bloemenverkopers die hun gezamenlijke omzet jaarlijks zien krimpen. Het afscheid van overledenen wordt anders. Overledenen vervluchtigen eerder, worden aan de publieke sfeer onttrokken. Steeds meer doden worden in intieme kring begraven, gecremeerd en uitgestrooid alsof de gestorvenen zelf geen uitstaans hadden met de wereld. Nee, hij of zij is van ons – de familie – en de stoffelijke resten belanden thuis in een urne op de schouw of in een medaillon om de nek van de nabestaanden: de herinnering wordt geprivatiseerd en als het ware homeopathisch verdund, gespreid over het ganse jaar. Het heeft zoals veel zijn voor en tegens. In ieder geval elkeen gaat nu op z'n eigenste wijze met de dood om. Een universele,
alleen-zaligmakende manier waarin iedereen zich nog terugvindt, bestaat niet meer. Mensen zoeken het zelf uit of liggen er niet meer of nog niet wakker van. De eigen rust hier-en-nu primeert soms boven de eeuwige rust in-spe. Het herfstverlof is voor veel tweeverdieners, die het zich kunnen veroorloven, een ideaal moment om met hun gezinnetje wat 'quality-time' te creëren in de vorm van een korte maar intensieve vakantie-waar-dan-ook. De wereld is ons dorp geworden. Voor hen lijkt het leven een hectische estafette tussen werk en vrije tijd. Voor veel mensen is de gedachte aan het eeuwige leven zelfs geen punt meer. “Dood is dood”, zeggen ze dan, vooral als het om anderen gaat. Anderzijds zijn voor hen alle middelen goed om het fysieke leven te verlengen en er zo lang mogelijk 'jong' te blijven uitzien. Als dood-dood-is, loont het dan nog wel de moeite zich al die nutteloze inspanningen en kosten te getroosten? Ouderdom en dood worden gemaskeerd of ook weggehuiverd. Die ambivalente houding vinden we dan terug in het hele Halloweengebeuren. Eens zo-nu-en-dan lekker griezelen, daar is niets mis mee maar helemaal onschuldig is het ook niet vooral als daar weinig of niets meer tegenover staat en het de 'max' wordt.

Holy-ween
En dat 'tegenover' is er gelukkig nog wel en mensen worden zich daar opnieuw ook stilaan van bewust. De dood maakt deel uit van het leven, zonder de dood maakt het leven zich zelfs
onmogelijk. Ik heb sterk de indruk dat de hype rond Halloween op z'n retour is of tenminste
teruggewezen is naar de plaats waar het thuishoort: het pretpark. Onze volks-eigen, beproefde tradities laten zich niet zomaar terugdringen juist omdat ze 'inhoud' hebben.

In ons eigenste Geluveld organiseerde KLAPZ – wars van enige sensatie – weer eens een vertelavond van het kerkhof naar de kerk. Geen Halloween-toestanden en tot dusver heb ik daar ook nog geen enkele pompoen aangetroffen. We hoorden daar nu wel geen geloofsverhalen maar wel geloofwaardige volkseigen verhalen over wat het levenseinde zoal doet met een mens, over dingen die er werkelijk toe doen: hoe leven en dood bij elkaar horen, hoe het volle leven zich soms openbaart of pas mogelijk wordt in de dood, niet gehinderd door kleinmenselijkheid, hoe alles wat echt waarde heeft door de dood niet wordt tenietgedaan… Schitterend gebracht overigens door rasvertelster Veerle Ernalsteen en door Jean Demey onderstreept met de klanken van zijn basklarinet. De doden luisterden mee…

Rouwverwerking en verlieservaring


Op woensdag 6 november om 19.30 u. in de Letterschuur (bibliotheek Zonnebeke) reikt Manu Keirse, psycholoog en professor aan de Katholieke Universiteit van Leuven, ons wegwijzers aan bij de 'rouwverwerking en verlieservaring van geliefden, goede vrienden en bekenden'.
November is een speciale maand. De zomer is voorbij, de oogst is binnen, het jaareinde nadert. Tijd bij uitstek om ook eens aan het einde van het leven te denken. Zo herdenken we ook begin november de dierbaren die ons ontvallen zijn. En voor velen zijn dit herinneringen geladen met droefenis, herinneringen en momenten waar we het moeilijk mee hebben. Elk tracht dit op zijn manier te verwerken. Volwassenen doen het anders dan kinderen. Wie of wat kan ons in dit proces helpen en hoe kunnen we personen die in een dergelijk proces betrokken zijn begeleiden enz... ? Vele vragen en onbekende situaties waarop professor Manu Keirse zal trachten ons een antwoord te geven. Vanuit zijn beroep heeft hij heel wat ervaring op dit gebied. Hij begrijpt hoe personen op een verlies op zeer verschillende manieren en soms zeer eigenaardig reageren. Hij kan ons dan ook tips geven om met dat verlies beter te leren omgaan. Een interessante lezing want vroeg of laat, geraken we allen in een dergelijke situatie betrokken.
Een organisatie van Davidsfonds Zonnebeke e, Beselare
i.s.m. Dienst Cultuur, Vormingplus
Toegang 6 euro (inclusief drankje)
Vooraf inschrijven is noodzakelijk met een telefoontje naar de bibliotheek
051 77 01 58
of via e-mail: bibliotheek@zonnebeke.be

Info bij
Trees Degryse
tel. 051 77 83 94

donderdag 24 oktober 2013

Thierry Bizot

De onbekende gelovige 

November leent zich er toe om net als de natuur wat stil te vallen, te gedenken en te herdenken. Het is ook traditioneel boekenbeursmaand. Een ideale periode om een voorraad boeken in te slaan voor een lange winter. Een tijd om wat te lezen en te mijmeren. Waarom niet over het bestaan zelf. Een religieus boek kan daarbij een gids zijn. Alleen is dat niet zo evident. Een thriller op vakantie, kan er nog mee door. Waar kom je nu mee af? Ja, je hebt wel het parochieblad vast. Dan kan je zo'n suggestie wel verwachten. Een heel boek lezen is voor sommigen al een hele klus. Geloven is ook niet vanzelfsprekend. Laat staan er een boek over te lezen! En toch. Wie al eens voorbij de lokale bladzijden verder durft te lezen, is al eens op z'n naam gestoten: Thierry Bizot. Veertien dagen geleden – editie 42 van 16 oktober – kon je er op bladzijde 15 niet naast kijken. In de editie 26 van 26 juli kon je onder de rubriek 'spiritualiteit' een interview met hem lezen. 
Naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van z'n boek 'Catholique anonyme', uitgegeven bij Halewijn, de uitgever van Kerk&leven, was de auteur op 16 oktober te gast in de Oude Abdij van Drongen. Z'n boek leest als een trein, ontroert, is boven alles zeer herkenbaar en vaak grappig. Niet bepaald kenmerken die je associeert met een religieus boek.

De Franse televisieproducent Thierry Bizot, gehuwd en vader van drie kinderen, herontdekte als veertiger, een paar jaar geleden het christelijk geloof. In zijn boek 'De onbekende gelovige' getuigt hij over de vreugde van die ontdekking. Dat verhaal maakte hem in Frankrijk tot een fenomeen. Alledaags is het niet. Een publieke figuur met een geslaagd professioneel en persoonlijk leven die beweert dat zijn leven helemaal anders – vrijer en vreugdevoller – is sinds hij Jezus leerde kennen. Intussen heeft deze welbespraakte en minzame Fransman met zijn getuigenis ook bij ons de harten van velen geraakt. Ondertussen heeft hij al een nieuw boek geschreven 'Sauf miracle, bien sûr'. Net als 'De onbekende gelovige' verhaalt het Bizots leven en is het een veelgelaagde roman die laat zien dat christen zijn een roeping is die je hele leven wel op zijn kop zet maar toch ook niet onderuit haalt.
Thierry Bizot schreef zijn bekeringsverhaal in 2008 en zijn geesteskind werd genomineerd voor de prestigieuze 'Prix Renaudot', een van de belangrijkste literaire onderscheidingen voor de Franstalige literatuur. Sedert hij het relaas van zijn ontmoeting met Jezus voor het eerst neerschreef, is Bizot een veelgevraagd spreker en graag geziene gast in talkshows, hoewel hij er zich naar eigen zeggen voor hoedt om te pas en te onpas de 'catho de service' te spelen.
Intussen verfilmde Bizots echtgenote, de regisseuse Anne Giafferi, 'Catholique anonyme' tot 'Qui a envie d'être aimé'. In 2011 liep de film in de zalen. Bizot zelf begon op verzoek van de website www.croire.com een blog. Een bundeling van die overpeinzingen werd trouwens eerder dit jaar uitgegeven: 'Premiers Pas d'un apprenti chrétien' bij Bayard.

Interview (ondertiteld)



Buitenechtelijke relatie
De spitse en snedige humor vanSauf miracle, bien sûrmaken het geheel alweer goed verteerbaar. Tegelijk vertelt Bizot een verhaal dat wellicht herkenbaar is voor elke hedendaagse westerse christen, gelardeerd met tal van 'petites histoires'. Daarbij maakt hij meermaals gebruik van hedendaagse beelden om zijn geloof te belichten. Zo noemt hij zijn relatie met Jezus 'een buitenechtelijke relatie', maar dan een relatie waar ook zijn echtgenote en kinderen beter van worden. Hij heeft het gevoel dat hij oprechter en dieper van hen kan en mag houden. In een van zijn talrijke voordrachten definieert Bizot geloven als 'verliefd worden'. Wanneer je verliefd wordt, wordt je leven spannend. En dat verandert alles.


Bidden
Ook in 'Sauf miracle, bien sûr' gaat Bizot geen enkel 'spiritueel' hangijzer uit de weg. Hoewel hij naar aanleiding van zijn eerdere roman tijdens lezingen wordt gevraagd een gebed voor te bidden, stelt hij vast dat het met zijn gebedsleven pover gesteld is. Ook hier speelt de herkenbaarheid bij vele eigentijdse christenen. Hoe kunnen we het gebed beter integreren in ons vaak drukke bestaan? Uiteindelijk vindt hij pas diepgang bij het bidden van de rozenkrans. Net zoals het in 'Catholique anonyme' is het een bekende zin uit de liturgie – '… spreek slecht één woord en ik zal gezond worden – is die hem uiteindelijk over de streep trekt, is het hier het 'gewone' volkse gebed dat hem de wereld van het gebed binnenleidt.

Diaconie
Het is trouwens omdat hij voor anderen een Weesgegroet of Onzevader bidt, dat zijn gebed de diepgang krijgt die hij mag ervaren. Die blik op de ander zet hem er ook toe aan zich te engageren voor daklozen. Samen met een wat oudere, maar zeer energieke dame zet hij een stageproject op poten om een groepje daklozen gedurende een beperkte tijd te begeleiden. Tijdens die 'stagemaanden' worden de daklozen aangespoord en begeleid om een job te vinden. Pas dan kunnen ze op zoek gaan naar een betaalbare woning. Bizot en zijn compagnon koppelen daar een peterschap aan vast. Hij contacteert vrienden en vraagt of ze peter willen worden voor telkens één van de daklozen. Hoewel hij aanvankelijk zelf geen peterschap wil opnemen, wordt hij toch gevraagd dat te doen. Wanneer hij zijn nieuwbakken 'petekind', een Afrikaanse man met een bewogen levensgeschiedenis, uitnodigt samen iets te eten, ontspint zich een gesprek over geloof en leven. Bizot beseft dat het peterschap ook hem verandert. Op die manier krijgt Bizots geloof, naast de verkondiging en liturgie, handen en voeten in een diaconaal project. De meters en peters moet niet meer of minder doen dan de Godsnaam in de praktijk brengen: ze proberen er te zijn voor de anderen.


Roeping
Beide
boeken laten zien dat christen zijn een roeping is, die je hele leven op zijn kop zet, zoals dat wel vaker gaat met iemand die de liefde vindt. Christen ben je niet alleen in de binnenkamer van je hart of binnen de muren van het kerkgebouw, gedurende dat ene uurtje op zondag. Je wordt geroepen om daarbuiten ook je verantwoordelijkheid te nemen, binnen de grenzen van je mogelijkheden. Zelfs in een doordeweekse omgeving kan daarvoor ruimte zijn. 


Thierry Bizot, 'De onbekende gelovige', Uitgeverij Halewijn, Antwerpen, 224 blz., 17,95 euro
Thierry Bizot, 'Sauf miracle, bien sûr. Après Catholique anonyme, Editions du Seuil, Parijs, 440 blz., 19,50 euro


zaterdag 19 oktober 2013

Verlangen drijft ons voort!


Veel meer dan voor de modale parochiaan is de samenvoeging van parochies tot een pastorale eenheid voor vrijwilligers en pastorale verantwoordelijken een bron van onrust. Hoewel het kerkgebouw fysiek in al z'n glorie nog centraal staat, leven we als parochie meer en meer aan de rand van het maatschappelijk gebeuren. Vroeger sprak men van rand-kerkelijken. Nu staan zij met hun veelheid aan levensopvattingen in het midden. Los van Kerk-en-zuil, maken zij nu de dienst uit en zijn zij de motor geworden van het sociale leven. Geëngageerde, praktiserende gelovigen zijn schaars geworden. Natuurlijk zijn zij vaak ook zelf actief in het alledaagse leven, in de verenigingen, soms in de politiek. Misschien stuurt het geloof ze daarbij aan, maar niet de Kerk. De pastoor en de parochie houden zich daarbij wijselijk of is het ietwat verongelukt op de achtergrond. Vanuit het rijke roomse leven blijft het wel wennen. Vooral voor de babyboomgeneratie en hun verwekkers. De fixatie op de grote getallen van toen speelt nog altijd parten. De pracht en de praal, de macht en de status zijn echter voorgoed verleden tijd.

Thuiskomen in een bouwval?
Het bisdom doet er nu alles aan om de parochiestructuren uit het verleden in een aangepaste vorm overeind te houden. Terecht, want het was eeuwenlang een sterk merk. Ze doet dat echter niet om terug aan invloed te winnen. Ze doet dat om de essentie van wat een parochie te bieden heeft te vrijwaren. Het gaat dan om vieringen, geloofsverkondiging en liefdadigheid in velerlei vormen, aangepast aan de huidige tijd. Alle goede bedoelingen ten spijt, zullen die hervormingen weinig soelaas brengen als ze niet op de juiste wijze gedragen worden. Zeker niet als kerkmensen uit eigenbelang ter plaatse geen verantwoordelijkheid willen nemen voor het geheel, zowel binnen als buiten de verder uitdeinende parochiegrenzen. Zelfs niet wanneer ze het pro-forma of het tegen heug en meug wel doen. De oude parochie (volkskerk) staat in de steigers als een gebouw dat gestut moet worden om het overeind te houden. Weinigen riskeren het nog om in die bouwval een thuis te vinden.

Twee vragen, toen en nu
Ze zoeken heel algemeen, elders een antwoord op twee vragen. Is er iemand die onvoorwaardelijk van mij houdt? En waar vind ik een of andere vorm van samen? In de marge van de oude parochies, in nieuwe bewegingen, aanleunend bij ordes en congregaties zien we de laatste jaren kleine geloofsgemeenschappen ontstaan. Daar komen mensen samen om in een vertrouwde sfeer te spreken over hun zorgen, zich te verdiepen in hun geloof, te zoeken naar mogelijkheden om hun geloof in het dagelijkse leven handen en voeten te geven en te getuigen van de hoop die in hen leeft.

In deze kleine groepen gebeurt hetzelfde als eertijds in de Babylonische ballingschap. Toen de ballingen ten einde raad waren, riepen ze de naam van God, herinnerden ze zich de oude verhalen en vertelden die opnieuw. Zo ontstond in die moeilijke tijd een leergemeenschap. En in die gemeenschap stond iemand op die de oude verhalen kende. Deze leraar en leider vertelde die verhalen die Gods volk hoop gaven en moed om het met elkaar vol te houden. Naast het luisteren en verwerken van de oude verhalen (catechese) werd er gezongen en gebeden (liturgie). Zo deelde men met elkaar lief en leed en hielp men wie in nood was (diaconie). De leider van deze kleine geloofsgroep was eerder een begeleider dan een leider die voorop liep. Tussen een gekend verleden en een ongekende toekomst gingen ze samen op weg, om God op het spoor te komen en de richting die Hij nog steeds wijst. Zo bevinden ook de meeste parochies zich vandaag tussen een roemrucht verleden en een onzekere toekomst.

Drie uitdagingen
Maar kan een traditionele parochie nu echt nog zo'n plek zijn om gelovig thuis te komen?
Cruciaal is dat mensen die in een (samengestelde) parochie verantwoordelijkheden opnemen ook de tijd nemen om zich samen te bezinnen. Dat is meer dan afspraken maken van hoe de noodzakelijke taken opgenomen en verdeeld worden. Het is samen, in navolging van Jezus Christus, God op het spoor komen. Dat ze elkaar werkelijk kunnen ontmoeten, dat ze hun verhaal kwijt kunnen, dat ze meer dan werktuigelijk kunnen bidden en zingen, alleen omdat het zo hoort. Dan wordt gauw een dubbel effect zichtbaar. Er ontstaat tussen die mensen een bezield verband. En wat ze samen bindt, stralen ze uit in de de activiteiten die ze in de parochie op zich hebben genomen. Die uitstraling is het cement van de geloofsgemeenschap van de toekomst. Drie uitdagingen stellen zich voor de de parochie van nu. De belangrijkste opdracht blijft in navolging van Jezus Christus, God op het spoor komen. Voor de parochie blijft prioriteit dat ze ontmoetingsruimte wil zijn waar verhalen worden verteld, gebeden wordt en gezongen zodat ieder deelgenoot kan worden in elkaars leven en elkaar kunnen bevrijden uit de 'dodelijke omsingeling van de eenzaamheid' (Genesis 2, 18), die altijd dreigt in ieders leven en dat van de parochie. Voor een levensvatbare parochie zijn drie bestaansvoorwaarden onontbeerlijk:

Bezielde gelovigen, bezielende leiding en bezielde verbanden
Als gelovigen moeten we blijven oefenen en leren om gaandeweg geloofservaring op te doen. Van bezielde gelovigen vraagt dit een wisselwerking tussen actie en bezinning. Geloven kunnen we ook niet alleen. Als gelovigen zijn we geen solisten. Om gemeenschap te vormen is leiding nodig. Een geloofsgemeenschap heeft behoefte aan bezielde leiders. Bij voorkeur ligt het leiderschap in de parochie in handen van een gemengd samengesteld team (ambtsdragers en toegewijde gelovigen). Authentiek en pastoraal leiderschap zorgt er voor, de gelovigen de kracht in zichzelf te laten ontdekken, mensen dichter bij hun kern en het eigene van hun mens-zijn te brengen. Het wil gelovigen helpen op zoek te gaan naar hun eigen diepe bestemming. Waar bezielend leiderschap ontbreekt, is er voor gelovigen onvoldoende identificatiemogelijkheid voorhanden om zich te binden en echt gemeenschap te gaan vormen. Een parochie kan niet zonder kleine groepen (werkgroepen, leergroepen, geloofsgroepen of bijbelgroepen), waarin gesproken wordt over leven en geloof. In deze geloofsgesprekken leren gelovigen leven en geloof met elkaar te verbinden.In die kleine groepen geven gelovigen zelf vorm aan de onderlinge band, zonder dat er sprake is van een strakke leiding van bovenaf. Al die groepen werken in de richting die de parochie uitgaat en zorgen zo zelf voor de leiding die nodig is en zijn ze in staat de vragen die in de groep leven op te lossen. De voornaamste taak van de parochie als bezield verband is het om het vuur brandend te houden. Een vuurtje, waarin we tenminste iets van God mogen ervaren.

Antoine de Saint-Exupéry vat gans deze problematiek samen in een schitterende metafoor:
“Als je een schip wil bouwen, breng dan geen mensen bij elkaar om hout aan de slepen, werktekeningen te maken, taken te verdelen en het werk in te delen. Maar leer de mensen verlangen naar de eindeloze zee.’
Als mensen zich dit verlangen eigen maken, dan komt het schip er zeker en de geschikte bemanning ook.


donderdag 10 oktober 2013

38-ste WWW-Dag

De jeugd is tegenwoordig


Op de 38-ste WWW-dag, een samenkomst bedoeld voor alle catechisten van ons bisdom, werd dit jaar dieper ingegaan op de vraag hoe jongeren bestaan. De samenleving evolueert zeer snel. Maar dat geldt voor jong en oud. Wie de rol lost, de technologische veranderingen laat voor wat ze zijn, hinkt ook vlug hopeloos achterop. Er bestaat niet iets als een jongerenwereld tout court. Het is dezelfde wereld voor iedereen. We zijn er ook samen verantwoordelijk voor. Omdat we die wereld, elk vanuit een andere geschiedenis, wel anders beleven is het wel cruciaal, zowel zichzelf als de ander te verstaan. Dan kunnen we iets gaan betekenen voor elkaar, leven we niet meer naast elkaar. Wie vandaag jongeren wil begrijpen en begeleiden kan niet om drie kernwoorden heen: nl. Samen, Optimisme en Rust. Dat stelt Pedro De Bruyckere (37j.) sociaal-pedagoog aan de Artevelde Hogeschool te Gent. Hij is een veelgevraagd spreker in binnen- en buitenland. Op een toegankelijke, vaak grappige manier slaagt hij er in deze vaak complexe materie uit te leggen.

Vertrekken vanuit samen
Als er een belangrijke tendens opvalt de voorbije jaren bij jongeren, is het wel het belang van 'samen'. Jongeren willen samen met hun ouders zijn, al is het maar voor de buis. Ze willen samen studeren, al is het in stilte in een bibliotheek. Terwijl ze massaal met elkaar op het internet virtueel in contact staan, streven ze vooral de echte ontmoeting, samen, na. Het is misschien ondertussen niet meer op café, maar op een kotfuif omdat dit goedkoper is, maar ze 'moeten' elkaar zien. Dat betekent niet dat onze samenleving individualisme in de toekomst in zijn geheel zal afzweren. Elke jongere wil zichzelf profileren, vaak letterlijk via zijn
online-profiel, maar tegelijk is delen met anderen een manier van leven geworden. Vertrekken vanuit samen, is zowel op school als op de werkvloer wellicht een wondermiddel. De school is de ontmoetingsplaats bij uitstek waar jongeren leeftijdsgenoten in levenden lijve tegenkomen en waar ze samen met een leerkracht kunnen bijleren. Die echte ontmoeting, niet de virtuele, maakt onderwijs net zo uniek. Jongeren blijven bij een werkgever als de omgang met de collega's goed is. Zo gaan ze vaker weg omwille van een slechte sfeer dan voor een beter loon.

Vechten voor optimisme
Tien jaar geleden werden jongeren vaak omschreven als zeer optimistisch. Maar dit optimisme staat onder druk. Volgens sommigen daalt dat omdat ze nu aan het 'echte leven' beginnen, ze werken, ze starten een gezin. Maar ook bij de jongeren die nog op de schoolbanken zitten, merken we een dalend optimisme. Leerlingen en studenten komen op straat in Nederland, Spanje, Engeland, Italië. Ze zijn er niet meer zo zeker van dat goed studeren automatisch een goede baan zal opleveren. Ze weten niet meer zo zeker of het allemaal wel goed komt. Op dit moment is er zeker nog geen sprake van pessimisme. Je mag het protest van de jongeren gerust positief bekijken want het betekent dat ze wel degelijk geloven dat het anders kan. Ze willen nog steeds in iets geloven en ze willen nog steeds ergens voor gaan. Misschien zijn jongeren wel als de kanarievogel van vroeger in de kolenmijn. Ze gaan voorop maar de volwassen volgen nog altijd in hun zog en lopen risico. Als het met hen bergaf gaat dan ook met ons. Daarom moeten we met z'n allen erover waken dat hun optimisme niet verder afbrokkelt. Het is verkeerd te denken dat enkel de jongeren de toekomst zijn, daar zijn we met z'n allen verantwoordelijk voor! Jongeren zijn echter wel een van de belangrijke drijvende krachten van onze samenleving en hun optimisme houdt onze motor draaiende. Het is in grote mate aan hun ouders en in mindere mate aan hun grootouders om in hen te geloven en hen te steunen.

Verlangen naar rust
Je zou hier een pleidooi kunnen verwachten voor rust voor jongeren. De agenda van kinderen en tieners zit inderdaad echt te vol. Maar toch ligt daar niet de grootste nood. Rust is wat we in de toekomst misschien nog het meest van al zullen nodig hebben als ouder, als leerkracht en als werkgever. Misschien zijn de grootste veranderingen van de voorbije decennia wel te vinden bij de volwassenen. Zij hebben de grootste moeite met ouder worden, ze staan zwaarder dan ooit onder druk om te presteren en ook zij moeten dan ook nog alle technologische ontwikkelingen op het werk en thuis bijbenen. Als we het optimisme van onze jongeren willen vasthouden, zullen we als volwassenen zelf tot rust moeten komen.



Geloof en zingeving
(Jonge) mensen willen dus best nog wel in iets geloven, ze willen dat samen doen en ze willen zich niet laten opjutten. We zien ook, dat al evolueert de samenleving snel, de waarom-vragen van weleer overeind blijven. En dat geldt onverminderd voor de huidige generatie jongeren. Maar zowel de antwoorden uit de wereld van 'de politiek' als die van 'het geloof' staan onder zeer zware druk. Recent onderzoek geeft aan dat slechts 4% van de Vlaamse jongeren in de Kerk als instelling gelooft en slechts 3% nog vertrouwen heeft in de politiek.
De drie naoorlogse generaties vertonen drie totaal verschillende manieren om met geloof om te gaan. De babyboomers kenden nog een sterke Kerk en de grote groep gelovigen gingen zeker nog minstens elke zondag naar de kerk. Het is nu de groep grootouders van de hedendaagse jongeren. Zij zijn het die misschien ook wel het meest lijden onder de huidige schandalen. Ze ondergingen de revoluties in het denken van de jaren zestig mee. Maar het is vooral de volgende generatie die de ommezwaai in geloof ten volle heeft meegemaakt. Waar ze als kind van de jaren zeventig nog vaak naar de kerk moesten gaan met hun toen nog gelovige (groot)ouders of op school, sijpelen in deze generatie de ideeën van het (post)modernisme pas echt door. Het relativisme van elk-zijn-waarheid viert hoogtij. In hun tienertijd in de jaren tachtig gaan ze vaak niet meer naar de kerk. Ze zien stilaan het geloof als iets ouderwets. Het is dan ook precies die generatie van huidige dertigers en jonge veertigers die met afschuw reageren op de kerkschandalen, wellicht ook omdat ze ondertussen zelf vaak jonge kinderen hebben. We kunnen ze omschrijven als een post-, zelfs antireligieuze generatie. Ze kennen de religieuze gebruiken nog wel via hun familiaal leven, maar zijn niet meer actief. Vreemd genoeg contrasteert hun beleving beduidend met die van hun kinderen, die nauwelijks nog in contact kwamen met de kerk. De huidige groep jongeren zijn wellicht nog steeds gedoopt, deden hun eerste communie, hun vormsel en hebben misschien nog wel enkele jeugdvieringen meegemaakt. Men kan hen als een prereligieuze generatie beschouwen. Dat verklaart wellicht ook hun onverschilligheid ten opzichte van de schandalen. Zij hebben zich de rituelen, de verhalen en overtuigingen nooit meer echt eigen gemaakt. Ze staan als het ware in een fase voorafgaand aan het geloof. Hiermee willen we zeker niet gezegd hebben dat ze daarom ooit zullen geloven, maar het betekent wel dat ze openstaan voor zingeving. Ander onderzoek stelt dat, hoewel het geloof in het instituut afneemt, de spiritualiteit toeneemt. Zingeving komt steeds centraler te staan.

Samen met Bert Smits schreef Pedro de Bruyckere een bijzondere boeiend boek over hoe jongeren zich bewegen in onze complexe samenleving. De uitkomsten zijn vaak verrassend en anders dan de clichés die ouderen hanteren, dikwijls omdat ze zelf door het bos de bomen niet meer zien. Hoopgevend is te ervaren dat ouders, leerkrachten, leidinggevenden en zelfs pastores een rol van betekenis spelen en er toe doen in het leven van jonge mensen als ze die maar met enige objectiviteit weten te benaderen. Samen, optimisme en rust zijn daarbij sleutelbegrippen.

Het boek 'De jeugd is tegenwoordig' verscheen bij uitgeverij Lannoo.
Neem ook eens een kijkje op de uiterst boeiende blog van de auteur:

http://xyofeinstein.wordpress.com/ 

woensdag 9 oktober 2013

MISSIO

Samen inzetten op de toekomst!


In oktober, de maand van de universele missie, stelt Missio z'n jaarlijkse nieuwe campagne voor onder het motto 'Samen inzetten op de toekomst!' Daarmee vestigen ze de aandacht op al die mede-christenen die wereldwijd ijveren voor een menswaardige, rechtvaardige wereld.

Geloven in viervoud ...Als sluitstuk van zijn ponticaat nodigde paus Benedictus XVI ons uit om te bezinnen. Hij kondigde het jaar van het geloof af om ons geloof nieuw leven in te blazen. Maar wat betekent het om in 2013 als christen door het leven te gaan? Vooreerst is ons geloof een geschenk. Geloven is geen verplichting. Het is een cadeau dat we van God zelf mogen ontvangen en in ons laten groeien. En dat doet deugd. In het Schriftwoord ontdekken we immers dat het om liefde gaat tussen God en de mens en de mensen onderling. In gebed en in de liturgie en de sacramenten kunnen we onze lof en onze dankbaarheid uiten We kunnen Hem ook onze zorgen voorleggen of in stilte Zijn liefde op een dieper niveau ervaren. Op deze momenten krijgt onze liefde voor de Vader een concrete gestalte. De kracht die we putten uit de sacramenten zet ons aan om de liefde van God in concreet handelen om te zetten. De Bijbel heeft het over de zorg voor weduwen en wezen.Christus gaat nog verder en neemt het op voor iedereen die z'n draai niet vindt in de samenleving: zondaars, zieken en armen. Het Woord gaat dus samen met gebed, liturgie en daden die gerechtigheid en vrede brengen. De solidariteit tussen de eerste gemeenschappen van christenen was in de tijd van de apostelen al duidelijk. In de Handelingen vinden we de vier kernelementen van ons geloof terug “Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen (het woord), vormden met elkaar een gemeenschap (gemeenschapsopbouw), braken het brood en wijdden zich aan het gebed (gebed en sacrament). (…) Ze hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden (daden).” (Hnd 2,42-47). Deze vier elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Geen woord zonder daden. Geen daden zonder gebed en vieringen of geen daden zonder een band met de Vader zelf. Ook Geen daden en vieringen los van een gemeenschap.

... om samen wonderen te verrichtenIn dit jaar van het geloof breekt Missio een lans voor de gemeenschapsopbouw. We kijken daarvoor naar Afrika. De zorg voor de gemeenschap behoort tot de kern van de christelijke beleving op het Afrikaans continent. Iedereen maakt er van de geboorte tot de dood deel uit van een hechte gemeenschap. Bij de Afrikaanse christenen leeft het concept van 'kerkfamilie', dat aan de basis ligt van een eigen Afrikaanse spiritualiteit. De Afrikaanse christenen kunnen ons de waarde van het gemeenschapsleven opnieuw leren ontdekken. Wij van onze kant kunnen solidair zijn en hen de kans geven om die kerkfamilie mogelijk te maken. Waarom is gemeenschapsopbouw zo belangrijk? Omdat de mens op z’n eentje niet kan overleven. Maar het is ook een opdracht. Samenleven met gelijkgezinden lijkt makkelijk. Stappen zetten naar mensen met andere opvattingen, een andere cultuur of een andere religieuze beleving vraagt veel meer inspanning. Wie erin slaagt in gemeenschap te leven, is een gelukkiger mens. En is het geluk niet één van onze voornaamste levensdoelen? We kiezen ook voor gemeenschap omdat het de optie van Christus zelf is.

De Missio-campagne is een uitnodiging om werk te maken van authentieke christelijke geloofsgemeen schappen, zowel hier in België als ergens ver weg. We moeten ons individualisme verrijken met solidariteit. Een samenvloeien van de geloofsbe leving vanuit de Bijbel en de dynamiek van een gemeenschapsleven kan wonderen verrichten. Deze twee elementen kunnen onze wereld een nieuwe dynamiek geven. Een dynamiek die velen zoeken maar niet vinden.


Zonnebeke kookt van woede!

Zonnebeke kookt van Woede! 
Wereldwijd lijden 870 miljoen mensen honger. 
Dat is 1 op 8. Nog eens 1 miljard mensen heeft geen toegang tot kwalitatief en gezond voedsel. Toch wordt er genoeg voedsel geproduceerd om de wereld 1,5 keer te voeden. En dat vindt Zonnebeke schandalig. Net als vele andere gemeenten en organisaties die tijdens het weekend van 18 tot 20 oktober samen met 11.11.11 actie voeren om hun verontwaardiging over dit grote onrecht te uiten. Op vrijdag 18 oktober deelt de Zonnebeekse 11.groep op Dag van De Jeugdbeweging - tijdens een ludieke en informatieve actie - soep uit. De 'Ik kook van Woede-soep'.

Samen met de jeugddienst van Zonnebeke trekt de 11.groep op donderdagavond 17 oktober de keuken van OC ’t Zonnerad in om een lekker soepje te maken. Hiervoor volgen ze het speciaal 'Ik kook van Woede-recept' van Jeroen Meus. Meus is immers het boegbeeld van de actie is voor Vlaanderen. Net als hij kiest ook de Zonnebeekse 11-groep voor duurzame producten, lees lokaal en seizoensgebonden en zelfs zo veel mogelijk van eigen kweek!

Twee jaar lang zet 11.11.11 de voedselproblematiek vooraan op de politieke agenda. Politici moeten werk maken van een beleid tegen de honger.

Het financiële actieweekend van 11.11.11 vindt plaats van 8 tot 11 november. Ook in Zonnebeke trekken een 40-tal vrijwilligers weer van deur tot deur of staan aan de lokale supermarkten. Zonnebeke kookt van Woede vind je terug op facebook!

Zin om mee te werken?
Of wil je meer informatie over de actie?
Neem dan contact op met
Sonja Hauspie, bibliotheek De Letterschuur
tel. 051 77 01 58
e-mail: sonja.hauspie@zonnebeke.be

Geloven bij en met Augustinus


Het geloof is vandaag in onze samenleving helemaal niet zo vanzelfsprekend meer als het ooit is geweest. En al zijn ze gedoopt en enigszins christelijk opgevoed, vinden heelwat mensen het moeilijk te blijven geloven en zeker om dat samen in gemeenschap te doen. Het komt zelfs niet meer in hen op. Op zon- en feestdagen laten ze gewoon het kerkgebouw massaal links liggen. Het geloof lijkt steeds meer een bewuste keuze te worden. Of is het een gave? Op de 28-ste Augustinusdag op zaterdag 21 september in Heverlee-Leuven – een evenement waar jaarlijks een onderwerp uit de augustijnse spiritualiteit wordt uitgediept – stond deze thematiek centraal. Pierre-Paul Walraet, O.S.C. (foto) stelde in zijn lezing dat Augustinus van Hippo (354-430 n.C.) het in de vroeg-christelijke tijd al bijzonder moeilijk had om tot geloof te komen. We doen hier slechts een handgreep uit zijn rijk betoog. Zijn rusteloze zoektocht naar waarheid en geloof kan nog steeds boeien en inspireren.

Van rationalisme naar geloofOndanks alle inspanningen van zijn gelovige moeder, stond Augustinus heel achterdochtig tegenover alle vormen van geloof. Als adolescent plaatste hij – heel herkenbaar – het katholieke geloof op een zijspoor. Hij kon er gewoon de redelijkheid niet van inzien. Dit wil echter niet zeggen dat hij daarmee het bestaan van God in vraag ging stellen. Een weg om de waarheid te doorgronden ligt in de filosofie, zeg maar de liefde voor de wijsheid. De naam (maar ook niet meer) van Christus associeerde hij spontaan met wijsheid. Die verwijzing ontbrak bij de lectuur van Cicero's 'Hortensia' en daarom nam hij maar de Bijbel zelf ter hand. Het werd een teleurstellende ervaring. Als een geschoold classicus vond hij de toen heel povere vertaling van de Schrift naar het Latijn inferieur en het lezen niet waard. Omdat het Manicheïsme, een christelijke sekte, op verstand kennis en inzicht (gnosis) bouwde, hoopte Augustinus daar een rationele godsdienst-zonder-geloof te vinden. Maar de manier waarop daar de spot werd gedreven met de lichtgelovigheid van de mensen, terwijl ze zelf fantastische, ongerijmde zaken poneerden, deed hem afhaken. Even zocht hij nog aansluiting bij de Sceptici, die meenden dat het voor mensen gewoonweg onmogelijk was om de waarheid te kennen en alles in twijfel gingen trekken. Door toedoen van de welsprekende Milanese bisschop Ambrosius komt Augustinus geleidelijk tot de bevinding dat het katholieke geloof niet zo onredelijk is als hij voorheen had gedacht. Deze eiste weliswaar geloof, maar de oprechte en bescheiden manier waarop het werd aangebracht, kon hij wel smaken, zonder er zich meteen aan over te geven. Zijn hoge mate van zelfingenomenheid belet het hem nog. Je kunt alleen tot geloof komen – en dat is essentieel – als je je ook tot de 'nederigheid' van Christus zelf bekent. Hij die het mensgeworden Woord van God belichaamt en in eenvoudige tekenen (sacramenten) bemiddelt in Gods goedheid. Dat cruciale inzicht, breekt zijn ego en brengt hem tot echt geloof. Eerst als monnik, later als priester en bisschop probeert hij zijn geloof in gemeenschap in een voortdurend spanningsveld van actie,bezinning en gebed heel concreet te maken.

Eerst zien en dan geloven?Augustinus komt tot het inzicht dat een leven zonder geloof menselijkerwijs onmogelijk is. Het principe van in alles 'eerst zien en dan geloven' is niet vol te houden. Zowel toen als nu zijn er mensen die vinden dat de christelijke godsdienst pure nonsens is alleen al omdat de grond ervan immaterieel is. Maar als wij niet meer geloven wat we niet kunnen zien, houdt geen enkele vriendschap of relatie nog stand. Zelfs de economische realiteit stoelt grotendeels op het vertrouwen, het geloof dat producenten en consumenten in mekaar hebben.“De gevoelens van je vriend, die je niet kunt zien noch horen, daarin geloof je … Er blijft niets anders over dan die gevoelens te geloven zonder ze te zien, te horen of inwendig waar te nemen, als je niet wilt dat je leven in eenzaamheid verloopt zonder enige vriendschap of liefde die je krijgt niet met wederliefde te beantwoorden”
Naar analogie schrijf hij over de eucharistie:“Maak niet uw mond gereed voor de maaltijd, maar uw hart … Wanneer wij het brood in geloof ontvangen, belijden wij ons geloof in Christus … Wij ontvangen een klein stukje, maar ons hart raakt toch verzadigd. Wij worden dus niet gevoed door wat wij zien, maar door wat wij geloven.”Het is omdat wat we geloven niet zichtbaar is het niet zichtbaar moet worden in onze levenswandel. Zo kunnen gedoopten nooit alleen door het geloof en het ontvangen van de sacramenten het eeuwig geluk bereiken, maar door een daadwerkelijk geloof dat werkzaam is door de liefde. Het is een kwestie van het geloof en het goede doen te integreren.

In God gelovenAugustinus onderscheidt drie niveau's van godsgeloof. Zo kan iemand geloven dat God bestaat. Ook vandaag geloven de meeste mensen dat er toch 'Iets' moet zijn. Wezenlijk gelooft men dat God – Big bang of niet – aan de oorsprong van alles staat en het aan de gang houdt. Het is een primair geloof dat op en neer gaat. Het is een geloof dat ook de demonen delen, een geloof dat van liefde verstoken blijft en derhalve ook niet christelijk is. Hij noemt dat het 'Credere Deum'. Je kan ook geloven wat God te zeggen heeft: het 'Credere Deo'. Hier gaat
om het aanvaarden van een goddelijk leergezag van hoe Hij zich openbaart in de Schrift. Ten slotte kun je ook geloven in God: het 'Credere in Deum'. Het is geloven in de volle christelijke zin. Het veronderstelt een liefdevolle overgave door je zoals Jezus zelf je gehele leven op Hem af te stemmen. Een God die je verheerlijkt en die je met dankbaarheid verteert.Terugdenkend aan zijn prille geloofsgroei schrijft Augustinus tenslotte daarover:“... wat ik verlangde was niet, meer zekerheid over u te krijgen, maar vaster in u gevestigd te zijn … Ik beaamde wel de weg, de Heiland zelf, maar ik zag er nog tegen op, over zijn smalle baan te gaan.”