De hunker naar eeuwig leven
November
mag dan klimatologisch niet veel soeps zijn – grauw, klam, nat, kil
en winderig – toch is het een fascinerende maand met aandoenlijke
feesten, tradities en extraatjes: Allerheiligen, Allerzielen,
Halloween, de Boekenbeurs, Sint-Hubertus, Sint-Maarten,
Wapenstilstand, ja zelfs een week herfstverlof, een dag congé voor
onze ambtenaren op
het
feest van het koningshuis, een hart onder de riem voor onze
royalisten en op het einde gloort de advent, die ons met nauwelijks
getemperde vreugde het komende kerstfeest aankondigt. De commercie
laaft er zich mateloos aan en fleurt nog eens op. Voor elk wat wils
dus. De mensen doen wat ze niet laten kunnen: de stervende natuur met
veel branie 'overleven', een greintje 'onsterfelijkheid' ten toon
spreiden.
En
toch de taart mag groot zijn, ze moet verdeeld worden en ieder bakt
er een allegaartje van of een koekje van eigen deeg en dat wekt soms
ook wat ergernis, verwarring en onlustgevoelens op. Het kerkhofbezoek
mag dan nog massaal heten, het is in dalende lijn. Dat ondervinden
vooral de bloemenverkopers die hun gezamenlijke omzet jaarlijks zien
krimpen. Het afscheid van overledenen wordt anders. Overledenen
vervluchtigen eerder, worden aan de publieke sfeer onttrokken. Steeds
meer doden worden in intieme kring begraven, gecremeerd en
uitgestrooid alsof de gestorvenen zelf geen uitstaans hadden met de
wereld. Nee, hij of zij is van ons – de familie – en de
stoffelijke resten belanden thuis in een urne op de schouw of in een
medaillon om de nek van de nabestaanden: de herinnering wordt
geprivatiseerd en als het ware homeopathisch verdund, gespreid over
het ganse jaar. Het heeft zoals veel zijn voor en tegens. In ieder
geval elkeen gaat nu op z'n eigenste wijze met de dood om. Een
universele,
alleen-zaligmakende
manier waarin iedereen zich nog terugvindt, bestaat niet meer. Mensen
zoeken het zelf uit of liggen er niet meer of nog niet wakker van. De
eigen rust hier-en-nu primeert soms boven de eeuwige rust in-spe. Het
herfstverlof is voor veel tweeverdieners, die het zich kunnen
veroorloven, een ideaal moment om met hun gezinnetje wat
'quality-time' te creëren in de vorm van een korte maar intensieve
vakantie-waar-dan-ook. De wereld is ons dorp geworden. Voor hen lijkt
het leven een hectische estafette tussen werk en vrije tijd. Voor
veel mensen is de gedachte aan het eeuwige leven zelfs geen punt
meer. “Dood is dood”, zeggen ze dan, vooral als het om anderen
gaat. Anderzijds zijn voor hen alle middelen goed om het fysieke
leven te verlengen en er zo lang mogelijk 'jong' te blijven uitzien.
Als dood-dood-is, loont het dan nog wel de moeite zich al die
nutteloze inspanningen en kosten te getroosten? Ouderdom en dood
worden gemaskeerd of ook weggehuiverd. Die ambivalente houding vinden
we dan terug in het hele Halloweengebeuren. Eens zo-nu-en-dan lekker
griezelen, daar is niets mis mee maar helemaal onschuldig is het ook
niet vooral als daar weinig of niets meer tegenover staat en het de
'max' wordt.
Holy-ween
En
dat 'tegenover' is er gelukkig nog wel en mensen worden zich daar
opnieuw ook stilaan van bewust. De dood maakt deel uit van het leven,
zonder de dood maakt het leven zich zelfs
onmogelijk.
Ik heb sterk de indruk dat de hype rond Halloween op z'n retour is of
tenminste
teruggewezen
is naar de plaats waar het thuishoort: het pretpark. Onze
volks-eigen, beproefde tradities laten zich niet zomaar terugdringen
juist omdat ze 'inhoud' hebben.
In
ons eigenste Geluveld organiseerde KLAPZ – wars van enige sensatie
– weer eens een vertelavond van het kerkhof naar de kerk. Geen
Halloween-toestanden en tot dusver heb ik daar ook nog geen enkele
pompoen aangetroffen. We hoorden daar nu wel geen geloofsverhalen
maar wel geloofwaardige volkseigen verhalen over wat het levenseinde
zoal doet met een mens, over dingen die er werkelijk toe doen: hoe
leven en dood bij elkaar horen, hoe het volle leven zich soms
openbaart of pas mogelijk wordt in de dood, niet gehinderd door
kleinmenselijkheid, hoe alles wat echt waarde heeft door de dood niet
wordt tenietgedaan… Schitterend gebracht overigens door
rasvertelster Veerle
Ernalsteen
en door Jean
Demey
onderstreept met de klanken van zijn basklarinet. De doden luisterden
mee…










