Pagina's

Posts tonen met het label Catechese. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Catechese. Alle posts tonen

zaterdag 23 juni 2018

Gezocht leerling-missionarissen


Er mag dan wel een missiefeest zijn in Hollebeke die we jullie van harte aanbevelen, maar daarmee is de kous niet af. Bovenstaande titel suggereert niet dat we op zoek zijn naar kandidaat-missionarissen die zich willen inzetten voor het geloof in derde landen. Nee, het is een oproep aan ons gelovigen om deze taak hier en nu ter harte te nemen. Deze vraag heeft alles van doen met de wijze waarop we ons geloof in een multi-religieuze en geseculariseerde samenleving beleven, delen en aanbrengen. Zo werd ze ook gesteld op de jaarlijkse impulsavond op dinsdag 12 juni in Diocesaan Centrum Groenhove, Torhout aan de verantwoordelijken uit de pastorale eenheden, federaties en parochies van ons bisdom. Wij waren erbij en luisterden geboeid naar het referaat Marc Peersman, educatief medewerker van het CCV in het bisdom Gent. We vatten het voor jullie kort samen want geloven is van levensbelang voor iedereen.



Het mag eerder vreemd en toch bemoedigend in de oren klinken, maar vandaag is een gunstige tijd voor het geloof. Gaat het dan niet allemaal achteruit met de Kerk? Het hangt er vanaf hoe je daar tegen aankijkt. Wellicht wel en zeker als je focust op het benauwelijk, slinkend aantal praktiserend katholieken. Wellicht niet voor het geloof zelf, te verstaan als een doorleefd en beleefd leven. Wel voor het geloof als een ideologie, een programma, een moraal of een levensbeschouwing. Dat heeft allang zijn beste tijd gehad. Dat belet niet dat jongere generaties op zoek blijven naar een evenwichtige manier van leven dat geluk bijbrengt.

Ben je gelukkig met je geloof

en straalt het iets uit, dan roept dat vragen op. “Misschien is dat ook wel iets voor mij?” Het is dus van belang hoe je met je geloof omgaat. Verpak het niet in iets anders als een louter beleven van waarden of een of andere vorm van zingeving. Wees authentiek en toon waar je voor staat, leef je geloof als een positieve optie, als iets van levensbelang, toon dat het dat je tot vreugde stemt. Niet dat het je tot een last is of als decor waarin je beweegt. Neen, geloven is meer dan ooit een levendige getuigenis van een groep mensen, die het niet meer verbergen dat ze van Christus zijn. Dat is pas interessant!

De mensen van wie we zo de naaste kunnen worden, zullen ons paradoxaal genoeg het geloof als een genade leren ontdekken. Als we in ons geloof voldoende geloven, zullen wij ook met andere ogen gaan kijken naar kinderen, jongeren en volwassenen die op een bepaald moment op de Kerk een beroep doen. Laten we ze welkom heten wat hun motivatie ook is. Zij zullen zelfs het vaak sluimerend geloof, dat God ons schonk, opnieuw in ons wakker en levendig maken. Dat is verre van overbodig. Want zelfs als we van de Kerk houden en er ons daadwerkelijk voor inzetten, gebeurt dat meer dan ons lief is, vanuit een dadendrang – we steken een tandje bij – eerder dan vanuit een sterk godsvertrouwen. Je kan het wat kort door de bocht een vorm van ‘kerkelijk atheïsme’ noemen.

Aankondigen, niet doorgeven

Er wordt ons gelovigen gevraagd ‘leerling-missionaris’ te worden en niet ‘leraar-missionaris’.
Het is ook geen zaak van priesters, diakens en catechisten, die het wel even vanuit hun deskundigheid voor ons zullen klaeren. Ook aan hen wordt dezelfde vraag gesteld.
‘Leerling-missionaris’ of ‘missionaire-leerling’ worden, betekent niet dat we het geloof moeten ‘doorgeven’ aan een ander maar dat we het moeten ‘aankondigen’. Dat betekent vandaag zoveel als dat wij – ook voor onszelf – de ‘ontmoeting met God’ mogelijk maken. Geloof is relatie en we mogen het ons niet voorstellen als een erfstuk dat van de ene op de andere generatie overgaat. Alleen God heeft het geloof. Hij geeft het. In onze catechese zit als het ware een genetisch foutje. In veel van onze evangelisatie dragen we niet het ‘christen-zijn’ (de binnenkant) uit maar gewoon de ‘christenheid’ (de buitenkant). Het blijft vaak steken in vormelijkheden en weetjes. Het is niet omdat ik alles weet en er ook tussen zit, dat ik ook christen ben, dat ik beleef wat een christen tot christen maakt.



Van leraar tot leerling worden

is ontdekken dat de eerste bestemmeling van de verkondiging wijzelf zijn. Wij hebben zonder onderscheid elke dag opnieuw catechese nodig. M.a.w. denken dat de catechese voor de ander is omdat we al katholiek zijn is verkeerd gedacht. Het komt erop aan om als gelovige en als gemeenschap in te stappen in een levenslang leerlingschap. Dat komt omdat geloven in de eerste plaats ‘horen of luisteren’ is wat God van ons verlangt. Geloof is niet voor waar aannemen van een aantal feiten, geen doctrine of een bepaalde waarheid waar ik kan in komen. De Bijbel willen we niet gaan lezen als een verzameling mooie teksten, als een instrument om iemand anders iets te vertellen. Maar de Bijbel lezen als een woord van God dat vandaag tot mij gericht is, een levend woord van liefde en van opstanding. Zo kan je van een erfgenaam van het geloof tot bekeerling worden en zelf de binnenkant van het geloof ontdekken in een gemeenschapscatechese rond de zondagsviering bijvoorbeeld.

Niet meer over God spreken maar van(uit) God

Een spreken dat aantrekkelijk wordt, dat uitnodigend en getuigend is. Jouw hart weet, dat het leven niet hetzelfde is zonder Christus. Wat jij hebt ontdekt, wat je helpt te leven en hoop geeft, dat is wat je de ander moet meedelen. Vertel waarom de eucharistie iets is waar je van leeft. Niet belerend, moraliserend, over regels die je moet volgen. Vertel over vergeven als leven vanuit een God die wanneer ik faal mij een nieuwe kans geeft om weer te kunnen opstaan. En dat het me aanzet om ook zo te handelen.

We hebben het daar moeilijk mee. We hebben het vele eeuwen niet nodig gehad. Iedereen was sowieso katholiek. Nu we het wel nodig hebben, kunnen we het niet meer. Het is als een atrofie. Opnieuw leren stappen als ons been in de plaaster heeft gezeten. De cultuur waarin we nu leven is zo verschillend geworden, dat we op een andere manier moeten leren spreken, wil het geloof aantrekkingskracht hebben.

Catechese is vooral ondergedompeld worden in de levende gemeenschap die de Kerk is en daarin meedoen. Het is in die gemeenschap waarin ik het geloof ontvang en waar het gevoed wordt. Het zou afsterven als ik het alleen zou moeten doen. Deelnemen om deelgenoot te worden. Als je er de aanwezigheid van Christus niet kan proeven zal het ook niet lukken. De manier waarop wij het samen beleven is van belang, willen we iets uitstralen. Als parochianen zijn we allemaal catechist. Laat daarom kinderen en hun ouders participeren in het leven van zo’n gemeenschap. Catechese is initiatie, geen voorbereiding. Je blijft nadien ook nog welkom.

Vitale geloofsgemeenschappen

Zet in op de hartelijkheid van het onthaal. Het schriftwoord dat in de viering wordt verteld staat centraal. Het verbindt liturgie, met verkondiging en dienstbaarheid. Dat vraagt natuurlijk om vitale, levenskrachtige geloofsgemeenschappen. Het gaat daarbij niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit van het samen beleven. Daartoe is een nieuw wij-gevoel nodig.

Wat ons verbind als christen is niet zozeer waar we wonen maar dat we fan van Christus zijn en vanuit Hem willen leven. En het is de eucharistie die ons tot gelovigen tot gemeenschap opbouwt. Het is omdat ik samen ben met de mensen die er zijn rond God die ons bijeenroept, dat Christus zich aan ons schenkt zodat wij broer en zus worden. Als er geen hartelijkheid onder ons is, wat hebben we dan eigenlijk gevierd?

Extra

• Bekijk in 1,5 minuut zijn 5-stappenplan om te groeien naar een missionaire kerk




vrijdag 30 december 2016

Barmhartigheid is grote liefde


In de kapel van de Frezenberg, bij de zusters Karmelietessen in Vlamertinge, vinden vaak heel inspirerende conferenties plaats voor wie zich in het geloof wil verdiepen. Op woensdag 21 december had priester Geert Morlion, deken van Kortrijk, het over barmhartigheid.

Met het einde van het vorige kerkelijk jaar werd het bijzonder jubeljaar van de barmhartigheid afgesloten. Tijd voor iets anders dan maar, zou je denken? Eigenlijk niet, we kunnen er niet onderuit want de ze vormt precies de kern van ons geloof, God in essentie. Geloven dat
Zijn liefde aanwezig is in de wereld en sterker is dan de vele soorten kwaad waar de mens en de wereld onder gebukt gaan. Barmhartigheid is als de andere naam voor de liefde en maakt ze concreet. Als gelovige kun je dat wel beamen, maar is het niet vaak zo dat ‘ons’ rechtvaardigheidsgevoel het meestal haalt van ‘onze’ barmhartigheid. Een tweede kans zit er nog wel in, maar daar houdt het in de praktijk dikwijls mee op. Stel je voor dat we net zo met onze kinderen zouden omgaan. Een beetje bijbelkennis kan wonderen doen. Die vinden we terug in het EZRA (31), het tijdschrift van de Vlaamse Bijbelstichting.

Barmhartigheid heeft drie verschillende betekenissen in onze taal. Eerst en vooral als ‘(b)arm-hartigheid’ als letterlijke vertaling van het Latijnse woord ‘miseri-cordia’. Hart hebben voor armoede en miserie. Het is een niet vanzelfsprekende ‘milheid’ die niet algemeen menselijk is. Het zou rechtszekerheid ondergraven, vandaar dat zoveeel mogelijk handelingen in wetten en reglementen, procedures en protocollen worden gegoten. Maar dat geeft weinig blijk van mede-menselijkheid of van enig begrip voor menselijk falen. Barmhartigheid daarentegen deblokkeert situaties, overwint haat en wrok, lost wanhoop op en staat voor nieuwe levenskansen. Niet voor niets is het woord in de Semitische talen synoniem voor ‘moederschoot’, ‘baarmoeder’ als de wieg van het leven.

BARMHARTIGHEID IN HET OT

Het Oude Testament (OT) wordt vaak afgerekend – en niet geheel ten onrechte – op z’n ‘buitensporige wreedheid’. Zo schreef de hoofdredacteur van De Standaard in een redactioneel commentaar op 11.8.2014 “dat de daden van het zelfverklaarde kalifaat IS getuigen van ‘een oudtestamentische wreedheid’”. En eind 2015 kreeg de Bijbel heel wat media-aandacht naar aanleiding van Dimitri Verhulsts 'Bloedboek' waarin de Pentateuch wordt voorgesteld “als het getuigenis van een volk dat zich schuldig maakt aan volkerenmoord en zichzelf een ras van Übermenschen waant”. Er wordt gesproken over de vernietiging van andere volkeren. Het al dan niet onderhouden van de Tora wordt vaak (met de dood) bestraft. Een flink aantal profetische teksten willen het gewelddadige optreden van JHWH tegen het volk rechtvaardigen en hoeveel psalmen bidden God niet om de vernietiging van de vijanden? Is de God van het OT wel dezelfde als die van het Nieuwe Testament (NT)? Toch is het zo dat er minstens evenveel passages te vinden zijn in het OT die de barmhartigheid van God centraal stellen of de mensen oproepen om concreet barmhartig te zijn!

Liefde uit de onderbuik
Barmhartigheid (racham) is zoals eerder opgemerkt verwant aan baarmoeder (rechem). Het gaat om een moederlijke liefde die vertrekt vanuit de (onder)buik. Zo kunnen we zeggen dat barmhartigheid een vorm is van ‘onverdiende liefde die niet afhankelijk is van de respons van degene aan wie zij wordt betoond’. We kunnen hier denken aan de onverdiende liefde van ouders voor hun kinderen. Ze gaat vooraf aan elke vorm van wederkerigheid en ze wordt ook niet verdiend. Het kind ontvangt ze als een geschenk.

De barmhartigheid van mensen ...
Barmhartigheid gebeurt volgens heel wat Schriftteksten tussen mensen onderling. Altijd gaat het om mensen die in een ongelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar staan. Jozef, bijvoorbeeld, onderkoning van Egypte, herkent zijn jongste broer Benjamin: “zijn barmhartigheid ten aanzien van zijn broer werd warm” of vrijer vertaald “zijn hart was geroerd” of “zijn gemoed schoot vol” (Gn 43,30). Vaak gaat het om negatieve situaties, waar sommigen schaamteloos hun machtspositie gebruiken. Nebukadnessar, de Babylonische heerser, bijvoorbeeld, “treft hen met de punt van zijn zwaard; hij heeft met hen geen medelijden, spaart hen niet en betoont geen barmhartigheid' (Jr 21,7) …

… maar toch vooral van God
ten opzichte van wie mensen zich per definitie in een ongelijkwaardige positie bevinden. We lezen teksten die klagen over het uitblijven van Zijn barmhartigheid. “omdat dit volk zonder begrip is, zal zijn maker het geen barmhartigheid betonen” ( Js 27,11). Dezelfde toon vinden we in JHWH's aanklacht tegen de overspelige vrouw van Hosea, symbool voor het volk dat andere goden is nagelopen: “ook aan haar kinderen zal ik geen barmhartigheid betonen”( Hos 2,21). Maar gewoonlijk haalt de barmhartigheid het toch, ook waar de Heer eerder gedreigd had. Zo legt het boek Jesaja, vooral in de latere stukken ervan, heel sterk de nadruk op JHWH's barmhartigheid: “een kort ogenblik heb ik je in de steek gelaten, maar met grote barmhartigheid zal ik je bijeenbrengen; in een vloed van toorn heb ik mijn aangezicht een ogenblik voor je verborgen, maar met eeuwige liefde zal ik je barmhartigheid betonen, spreekt je verlosser JHWH” (Js 54,7-8). De profetische boeken drukken het geloof uit dat Gods barmhartigheid uiteindelijk groter zal blijven dan zijn toorn.

Heel plastisch uitgedrukt vinden we in Exodus 34,6 een soort mini-geloofsbelijdenis; 'JHWH is een barmhartige en genadige God, lang van neusvleugels en overvloedig in liefde en trouw'. Gewoonlijk wordt vertaald met ‘lankmoedig’ maar die ‘lange neusvleugels’ zijn van iemand die zich niet gauw laat kwaad maken. De beste vertaling lijkt dan ‘geduldig’. Deze geloofsbelijdenis vinden we bij Mozes aan het eind van het verhaal van het gouden stierkalf.

Psalm 103 gaat helemaal over Gods barmhartigheid: zijn barmhartige liefde wordt vergeleken met die van een vader voor zijn kinderen: “zoals een vader barmhartigheid betoont aan zijn kinderen, zo betoont JHWH barmhartigheid aan wie hem vrezen” (psalm 103,13)

Een barmhartige én rechtvaardige God?
God heeft twee grote eigenschappen. Hij is barmhartig én rechtvaardig. Hoe kunnen we die beide kenmerken samen houden? Heel veel teksten uit het OT zijn gebaseerd op het 'vergeldingsprincipe' (wie goed doet, goed ontmoet; kwaad schaadt) maar in de jongere boeken (bijv. Wijsheid) wordt dit in vraag gesteld. Het beeld van God in Israël is geleidelijk opgeschoven in de richting van een meer barmhartige God, ten koste van een absoluut rechtvaardige God. Het geloof in Gods rechtvaardigheid werd niet opgegeven, maar werd door de nadruk op Gods barmhartigheid in een breder perspectief geplaatst. Ze weegt uiteindelijk zwaarder dan zijn verlangen om mensen de rekening te presenteren voor hun daden.

Een rechtvaardige God die barmhartigheid verlangt
Wie echt gelooft in God, leert Hem ruimer dan rationeel kennen. Dat wordt concreet en duidelijk in een houding van liefde en solidariteit ten aanzien van medemensen. “Liefde verlang ik, geen slachtoffer, en kennis van God meer dan brandoffers”(Hos 6,6). God staat aan de zijde van de zwakkeren, en zo gaan barmhartigheid en rechtvaardigheid hand in hand: zonder barmhartigheid ten aanzien van de armen kan van een rechtvaardige samenleving geen sprake zijn. Die verbinding tussen gerechtigheid en barmhartigheid zindert door in de profetische traditie: “Spreek eerlijk recht, bewijs elkaar liefde en barmhartigheid; verdruk geen weduwe of wees, geen vreemdeling of arme, en beraam geen kwaad tegen elkaar”(Zach 7,9-10)

We kunnen dus niet zeggen dat het OT harder en gewelddadiger is dan het NT en nauwelijks ruimte bevat voor barmhartigheid. Er wordt regelmatig verteld van geweld dat mensen elkaar kunnen aandoen maar er zijn ook veel teksten die beschrijven wat mensen op hun best kunnen doen.

BARMHARTIGHEID IN HET NT

Vraag een christen om een voorbeeld van barmhartigheid in het NT, dan is de kans groot dat de parabel van de barmhartige Samaritaan (Lc 10,25-37) wordt genoemd. Geheel terecht overigens! Want in deze parabel komen verschillende aspecten van hoe het NT omgaat met het woord ‘barmhartigheid’ samen. En meer nog, de parabel schildert op een onnavolgbare manier hoe barmhartigheid concreet wordt in het dagelijkse, christelijke leven.

Paulus over barmhartigheid
In zijn brieven wordt barmhartigheid enerzijds verbonden met God die in volle vrijheid zijn barmhartigheid getoond heeft in Jezus: 'het hangt dus niet af van de wil of de inspanning van de mens, maar van Gods ontferming' (Rom 9:16.18). Het gaat dus om de relatie tussen rechtvaardigheid en barmhartigheid bij God! “Maar toen de goedheid en mensenliefde van God onze redder is verschenen, heeft Hij ons gered, niet omdat wij iets gedaan zouden hebben dat ons kan rechtvaardigen maar alleen omdat Hij barmhartig is.” (Tit 3:4-5). En Jacobus verduidelijkt nog: “Onbarmhartig zal het oordeel zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.” (Jakobus 2:13).

Gods barmhartigheid is anderzijds het voorbeeld voor barmhartigheid tussen de mensen.
In de Romeinenbrief schetst Paulus de doorwerking van Gods barmhartigheid: ze is een gave van de Geest.' ... “Wie iets heeft uit te delen, moet het zonder bijbedoelingen wegschenken. Als u leiding geeft, doe het met ijver, als u barmhartigheid bewijst, doe het blijmoedig” (Rom 12:8). Als je in de barmhartigheid van God leeft, dan is dat dus te merken aan de belangeloosheid waarmee je taken opneemt en met mensen omgaat.

Onverschil met de Farizeeën
Ook in de evangelies gaat het vaak om de barmhartigheid van het OT. Hoe vaak lokken de Farizeeën niet een discussie uit met Jezus en hoe dikwijls probeert Jezus hen niet te leren dat “God barmhartigheid wil en geen offers”(Mt 9:13 en 12:7). Voor Jezus kan je niet op een correcte manier offeren aan God als je niet ook barmhartig bent jegens mensen. Jezus leeft zelf zo! Het is zelfs zo dat je barmhartigheid in belang voorgaat op je ‘in orde zijn’ Het kan daarom toegestaan zijn om de sabbat te overtreden en iemand uit de nood te helpen (Mt 12:9-14: de man met de verschrompelde hand). Er is nog een andere vindplaats van barmhartigheid bij Jezus: “wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, schijnheiligen; u draagt een tiende af van munt, anijs en komijn, maar wat het zwaarst weegt in de wet verwaarloost u: recht, barmhartigheid en trouw! Het ene moet u doen, maar het andere niet laten” (Mt 23:23).

Een sleutel van Jezus' woorden en daden
Het publieke optreden van Jezus is een sterke uiting van Gods barmhartigheid. Dit is nog het duidelijkst in de wonderverhalen. Hoe vaak roept iemand naar Jezus ‘wees barmhartig’? Dikwijls spreken ze Jezus aan als ‘zoon van David’ wat de link met de goddelijke barmhartigheid onderstreept. Zelfs de kruisdood van Jezus wordt er ook nauw aan verbonden.
“Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt gij uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in Christus Jezus” (Ef 2:4-6).

De barmhartige Vader in de parabels
Jezus spreekt nooit over zichzelf als de barmhartige. Hij verwijst altijd naar de barmhartige Vader: “Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is” (Lc 6:36) Ook in de zaligsprekingen komt barmhartigheid voor (Mt 5:7). Van Lucas erven we enkele unieke parabels waar de ethische oproep om barmhartig te zijn zoals de Vader, nadrukkelijk in voorkomt. Het verloren schaap en de verloren drachme en de verloren zoon. De logica van de barmhartigheid gaat voor op de nuttige rechtvaardigheid: ook al blijven 99 van de 100 schapen op het rechte pad of heb je nog altijd 9 van je 10 drachmen in de hand, dan nog ga je echt op zoek - uit barmhartigheid. De vader schikt zich niet zozeer naar de regels van de rechtvaardigheid. Hij maakt van barmhartigheid een prioriteit. Eerder een feest voor de teruggekeerde jongste zoon dan ‘erkenning’ van de oudste ‘die altijd in orde is’. Deze vader is ‘barmhartig zoals de Vader’. Op deze manier krijgt de dagelijkse doening een verrassende wending. De parabels brengen ons tot nieuw handelen, ‘zoals de Vader’.

Gods barmhartigheid heeft vele gezichten! Eén van de gezichten is Jezus zelf. Hij handelt rechtvaardig op de wijze van de Vader zelf! Maar ook de hoofdfiguren in bepaalde parabels inspireren: de herder, de vrouw met de drachmen, de vader van de twee zonen, de Samaritaan ‘die barmhartigheid heeft bewezen’. Jezus nodigt uit om op een radicaal nieuwe wijze naaste te worden van mensen, ook over ‘etnische’ grenzen heen, voorbij de strikte rechtvaardigheid.


Volgende afspraak in de Karmel op woensdag 15 februari 20.15 u. met Christine Bruggeman (ex-Beselare) over ‘Kwetsbaar worden en juist dan een spirituele weg inslaan ...’