‘En
Cours
De Route’ vormt
na ‘het Lichtfront’ en ‘de 30.000-ste Lastpost’ mee de derde
editie van het culturele herdenkingsprogramma rond de Eerste
Wereldoorlog van GoneWest. Van Ieper over Zonnebeke en van Wervik tot
Menen grijpt op zondag 4 september de hele dag lang een poëtisch
schouwspel vol betovering plaats, met muziek, video en tekst. Het
gebeuren wordt letterlijk en figuurlijk op gang getrokken. Een heuse
karavaan van huifkarren met beeld, muziek en een grote reus trekt dan
van Ieper naar Menen. De reus zal zich tijdens het traject langzaam
recht trekken en is een metafoor voor de vluchtende mens. Volg met
familie en vrienden het verhaal van de reus in het spoor van 100 jaar
geleden.
Het belooft een memorabele dag te worden!
De
18 km van ‘En Cours de Route’ kunnen te voet, per fiets of met de
bus gevolgd worden, van Ieper tot en met Menen. Het is uiteraard ook
mogelijk één of meerdere haltes te bezoeken, telkens wacht er een
natje en een droogje. Het parcours zelf is gratis
en
je hoeft niet vooraf in te schrijven.
Haltes
10.00 u.: Ieper, Menenpoort
13.00 u.: Zonnebeke, Kasteeldomein Geluveld
16.15 u.: Wervik, Markt Geluwe
18.00 u.: Menen, Markt stadhuis
10.00 u.: Ieper, Menenpoort
13.00 u.: Zonnebeke, Kasteeldomein Geluveld
16.15 u.: Wervik, Markt Geluwe
18.00 u.: Menen, Markt stadhuis
Verkeersmaatregelen
Hou
er rekening mee dat op zondag 4 september de weg Ieper-Menen een
tijd zal afgesloten zijn – en dat die dag enkel rijrichting Ieper
open blijft.
AANBOD GELUVELD
Om 13.00 u. houdt
de reus halt in het kasteelpark in Geluveld. De harmonie uit
Passendale zorgt voor een warm en feestelijk onthaal. Het
productiehuis Bolwerk uit Kortrijk zorgt voor de totale
inkleding.
Vanaf 11.00 u. kun
je in het kasteelpark al op een streekproductenmarkt terecht
om je picknick voor ’s middags aan te schaffen maar je kunt ook een
heuse West-Vlaamse picknickmaand tegen de prijs van 9 euro (producten
plus drankje) reserveren via de website van Gone West. Het Kleed
(Kartelle ism Productions en zonen) zorgt voor een aangepaste
muzikale en culinaire inkleding.
Daarnaast kun je tussen 11.00
en 15.00 u. genieten van optredens van Westhoek
Consort, De Reutelnoot, Harmonie St-Cecilia Passendale, verteller
Jonas Vermeulen, Saxofoonkwartet en videokunst van Koen Maesen.
Je krijgt ook de kans om in de reus te kruipen.
GIDSBEURTEN
Je kan in Geluveld die dag ook
kennis maken met een aantal bezienswaardigheden die nauw verbonden
zijn met de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog.
Kruiseike-Cross Road
Start om 10.00, 11.00
en 15.00 u.
verzamelen Esso station
Kruiseke
raakte bekend, toen het in het middelpunt van de gevechten van de
Eerste Slag om Ieper lag. Het Duitse 16de Beierse
reserveinfanterieregiment, waarbij Adolf Hitler diende, deed op 29
oktober 1914 een tweede poging om door te breken in Kruiseke nabij
Geluveld. Na drie dagen moesten ze de gevechten staken. Op 31 oktober
1914 veroverden ze Geluveld wel maar verloren daarbij meer dan de
helft van hun manschappen. De volgende dag namen ze Wijtschate in,
maar verloren Geluveld opnieuw aan de Britten.
Op
11 november 1914 vielen de Duitsers opnieuw Ieper aan via de
Meenseweg (komende van Menen) ter hoogte van Kruiseke. Ze waren met
hun 18.000 manschappen duidelijk in de meerderheid, maar konden de
8.000 Britten die hun de toegang ontzegden niet verslaan.
De
volgende dag viel de eerste sneeuw wat voor een adempauze zorgde. De
manschappen groeven zich in en bereidden zich voor op de komende
winter. Nadien schoof het front enkele kilometers verder op, zodat
Kruiseke net buiten de frontlinies kwam te liggen, maar nog steeds in
de gevarenzone.
In
1918, bij het ultieme tegenoffensief, werd minder gevochten om en
rond Kruiseke. Toch lag Kruiseke voor 90% in puin, en het was zelfs
onmogelijk om de wegen te herkennen. Vanaf 1919 werd Kruiseke door de
eerste terugkomers weer heropgebouwd.
Domein Godtschack
Start om 14.30 u.,
verzamelen inkom Menenstraat naast
Carlton
Het domein Godtschalck is
onderdeel van de Gasthuisbossen. Deze
omvatten diverse domeinen met welluidende namen als Groenenburg,
Zandvoordebos, het Zwarte Leen, Papenelst of Twaalf Gemeten,
Godtschalck, Drie Blotenbos of Hoge Netelaar en de Huikerbossen. Ze
liggen verspreid over het grondgebied van (vooral) Ieper, Zonnebeke
en Heuvelland en zijn samen goed voor zo’n 230 ha. Het zijn bossen
die na de vernietigingen van de Eerste Wereldoorlog terug aangeplant
werden met naald- en loofhout. Ze liggen op de heuvelrij ten zuiden
van Ieper: de zogenaamde Ieperboog. De oorlogsmonumenten Hill 60 en
Hill 62 zijn stille getuigen van de verbeten strijd die er gevoerd
werd. De Gasthuisbossen zijn eigendom van het OCMW van Ieper maar
werden in 1996 door de provincie West – Vlaanderen in erfpacht
genomen.
![]() |
| (Noodkerk) |
Sint-Margarethakerk
Start
om 10.00 en 11.00
u., verzamelen inkom
In
1143 schonk Diederik, graaf van Vlaanderen, aan de abdij van
Zonnebeke een stuk bos- en heidegrond in Geluveld, naast de
Sint-Margarethakerk. Deze stond boven op een heuvel midden de kleine
dorpsgemeenschap. Aan de voet van de heuvel lag een omwalde hoeve
(het latere kasteel). De abdij van Zonnebeke kreeg ook het
altaarrecht van het kerkje (heffen van tienden). Dit is de eerste
vermelding van Sint-Margaretha en de kerk in Geluveld.
Via een bewaard gebleven
monstrans van 1715 weten we met zekerheid dat de verering voor de
heilige Margaretha toen al volop bloeide. In die tijd was er het
cleen autaerke van de H. Margarita en een altaarschilderij van de
martelares in de kerk. Sinds de middeleeuwen wordt zij, dankzij de
kruisvaarders, in veel kerken vereerd als een grote heilige. Na
Lichtervelde is Geluveld haar best gekende bedevaartsoord in
West-Vlaanderen. Zij wordt aanroepen tegen krampen, nierziekten,
kinderziekten, kinkhoest, kolieken, borstkwalen, gezichtsziekten en
breuken. Ook zwangere en onvruchtbare vrouwen wenden zich tot haar.
Ze is de schutsheilige van verpleegsters, vroedvrouwen en
nierpatiënten.
De feestdag van Sint-Margaretha
valt op 20 juli en op die dag begint de noveen. In de vroegere eeuwen
kwamen ontzettend veel bedevaarders naar Geluveld. Vanaf zes uur was
de kerk open en men kon er al biecht spreken en de mis bijwonen. Op
zondagen moest de pastoor de hulp inroepen van de paters kapucijnen
uit Ieper om de vijf missen, de vespers, het lof, het sermoen en de
‘ommegang’ in goede banen te helpen leiden.
Na de Eerste Wereldoorlog werd de
kerk heropgebouwd in 1924-1925 in Romaans-Byzantijnse stijl door
aannemer Carron uit Ardooie en onder leiding van architect Jules
Coomans uit Ieper. Het schrijn van de Heilige Margaretha werd op 27
oktober 1925 in de kerk geplaatst. De verering voor de H. Margaretha
groeide tot ongekende hoogtes dankzij de verbeterde mobiliteit, de
kermis, de hogere welstand, het gretig inhaken van middenstanders en
verenigingen. Tot ergernis van de pastoor kreeg de noveen hoe langer
hoe meer ook een liederlijk karakter. Na de Tweede Wereldoorlog en
vooral na het concilie Vaticanum II verminderde de volksdevotie
sterk.
’s Herenthage Inverness
Corpse
Doorlopend
tussen 10.30 en
17.00 u., Menenstraat 89
Duitse commandopost. De grootste
en meest oostelijke van 3 bij elkaar gelegen constructies. De
constructie, met rechthoekig grondplan ligt halfondergronds. De
bedaking is gegoten op stalen I-profielen, die geplaatst zijn met een
tussenafstand van 90cm. De muren, gegoten tegen een houten bekisting
en verstevigd met ronde staven. De constructie bevat 2 ruimtes,
waartoe toegang verschaft wordt via een gang, die op zijn beurt aan
de N-kant en de O-kant een toegang heeft. De toegang aan de O-kant is
gedeeltelijk beschadigd. In de Z-muur zijn 2 konische vensters (die
naar binnen toe vergroten). In de O-muur (gang) is een nis aanwezig.
Verder ook nog 3 ventilatie-openingen door het dak. De vloer bestaat
uit beton. Hier en daar zijn nog restanten van en uitsparingen voor
een houten binnenbekisting aanwezig. De muren binnenin zijn maximaal
50cm dik.
Cryer Farm
Doorlopend tussen 10.00
en 16.30 u., Menenstraat, volg baan naast garage Claus
De site bevindt zich op 200 m van
de Zandberg (64 m), bekend als Clapham Junction. Daar bouwen de
Duitsers in 1916 een ondergrondse bunker, waarnaar hun gewonden van
de slaglinie bij het Hooge afgevoerd worden. De constructie bestaat
uit twee bunkers met daartussen een ingegoten galerij op fijne
golfplaten. Als Truppenverbandplatz zijn er twee brede toegangen,
waarvan één van 2,65 m, op een totale lengte van 16,80 m. De dikte
van de bedakking bedraagt 1,30m en het gietwerk gebeurt tussen rond
verankeringsijzer. Als aggregaat in het beton is gebruik gemaakt van
fijne Franse kiezel en ook van lokale Reutelkeien.
De site wordt in 1917 veroverd
door het 7th London Regiment o.l.v. luitenant Cryer, naar wie de
aangelegen hoeve Cryer Farm genoemd wordt. De Britten blokken de
toegangen tot de bunker af en maken een nieuwe opening aan hun eigen
kant. In de Tweede Wereldoorlog wordt de bunker nog gebruikt als
schuilplaats voor de burgerbevolking en daarna tot 1985 als beerput.
De site is in 2001 herontdekt door ABAF vzw, vrijgemaakt en voorzien
van een passende toegang in betonstenen. Binnenin zijn er nog sporen
te zien van elektrische verlichting en een deel van de houten
bekisting. De unieke ondergrondse site bevindt zich op private grond
en is slechts op 4 september uitzonderlijk toegankelijk voor
individuele bezoekers.
Molen, Dorpsplaats en
begraafplaats
Start om 10.00, 11.00
en 15.00 u., verzamelen kerk
Het kasteel
De Ieperse adellijke familie
Keingiaert werd in 1737 door erfenis eigenaar van de heerlijkheid
Gheluvelt. In die tijd verwierven heel wat rijke families een grote
of kleine heerlijkheid ten westen van Ieper omwille van het
heuvelachtige, bosrijke en met kabbelende beekjes bezaaide landschap.
Zij bouwden er kastelen of zomerverblijven.
Toen Albert Joseph Keingiaert de
eigendom verwierf in 1737 betrof het ‘een behuysde hofstede bij
de kerk van 63 gemeten’, een oude oppervlaktemaat die
overeenkomt met +/- 30 ha, met een banmolen. Rond 1740 liet de
familie Keingiaert de hofstede ombouwen tot een kasteel met twee
bouwlagen, zeven traveeën en een schilddak. Aan beide zijkanten van
de voorgevel stond een vierkante toren met piramidaal dak.
Er werd een grote vijver
aangelegd en een groot park. De familie Keingiaert kocht nog hoeves,
woonhuizenen landerijen in Geluveld en de vijf opeenvolgende heren
van Gheluvelt (Albert Joseph, Albert François, Louis Bruno, François
Bruno en Bruno Gustave) vervulden in de 18de en 19de eeuw
vooraanstaande functies in de kasselrij of de stad Ieper. De drie
laatstgenoemden waren daarnaast van 1800 tot 1876 quasi opeenvolgende
burgemeesters van Geluveld.
Na de Eerste Wereldoorlog liet
Jonkvrouw Léonie Charlotte Keingiaert de Gheluvelt het kasteel op
dezelfde fundamenten heropbouwen door Omer Bouckenooghe uit Beselare,
met bakstenen uit de eigen steenoven. Het kasteel is een kopie van
het vooroorlogse maar nu met negen traveeën en drie bouwlagen omdat
de kelderverdieping deels bovengronds uitkomt. De verdieping en de
zolder werden door de kasteelvrouw nooit afgewerkt. Ze betrok het
kasteel terug in 1932.
De flamboyante feministe werd de
allereerste Belgische vrouwelijke burgemeester van 1921 tot 1927 en
van 1933 tot 1939. Ze was ook herhaaldelijk gewoon raadslid en
schepen. Op 28 februari 1966 overleed Léonie Keigniaert de
Gheluvelt. De erfenis van de ongehuwde en kinderloze kasteelvrouw
ging naar de ‘Vereniging van de Adel van het Koninkrijk België
vzw’ en het kasteel werd voortaan beheerd door baron Henri d’Udekem
d’Acoz uit Proven. In 1999 werd het kasteel tenslotte verkocht aan
de familie Koen Deprez.
De Geluveldmolen
Het eerste spoor van een molen te
Geluveld vinden we terug in het baanbrekende werk ’Verheerlyckt
Vlaendre’ van Antonius Sanderus in 1641. De houten staakmolen met
ingemetselde voet, oostwaarts van de kerk kon alleen de banmolen zijn
van de heer van Gheluvelt, toen Jan de Vooght. Het bezit van een
molen was immers een feodaal privilege, alleen voorbehouden voor de
heer of een abdij.
De oudst gekende molenaar (1696)
is Thomas Waterloos. Van 1883 tot 1914 zijn eerst vader Frederik en
daarna zoon Charles Louis Verhellen de ‘molders’. Op 27 oktober
1914 ‘sneuvelde’ de molen onder Duits vuur van op de wijk Oude
Hond te Beselare tijdens de zware gevechten om de inname van
Geluvelddorp.
In 1925 kocht de kasteeldame
Léonie Charlotte Keingiaert de Gheluvelt een bestaande
korenwindmolen in Watou. Het was een houten gesloten staakmolen. Op
29 oktober 1926 maalde molenaar Jules Devos voor het eerst opnieuw
graan. In 1930 viel de productie stil wegens maar één koppel stenen
en geen bulterij. De kasteelvrouw wou er geen kosten meer voor maken
want ook de ligging was niet gunstig. Vanaf dan werd de aftakeling
ingezet. In 1992 werd de totaal verkommerde molen wegens
instortingsgevaar gedemonteerd en ter plaatse ingepakt in een houten
bekisting. De molen is nu eigendom van de gemeente.
Kunstinterventies door de
Nederlandse kunstenaar Bart Lodewijks
Doorlopend tussen 10.00
en 16.00 u.
Bart Lodewijks was in elk van de
vier gemeenten actief tijdens de maanden mei, juni en juli. Gedurende
die werkperiode tekende hij met schoolkrijt op en bezijden de weg van
Ieper naar Menen. Over ontmoetingen met bewoners maakte hij notities,
samen met foto’s van tekeningen, die in een gelegenheidskrant
verschijnen. De kunstenaar richt zich tot ‘de gewone man’ die
getekend is door het verleden. Tijdens het ‘En Cours de Route’
project finaliseert hij zijn artistieke opdracht.
Bart Lodewijks (NL, 1972)
studeerde van 1990 tot 1998 aan kunstscholen in Breda, Rotterdam en
Amsterdam. Hij woont in Gent.
Sinds 1999 maakt hij lineaire
tekeningen met schoolbordkrijt in de openbare ruimte of bij mensen in
huis. Hij werkte onder andere in Ledeberg, Antwerpen, Brussel, Genk
en Ronse, maar zijn tekeningen brachten hem evengoed in Porto, Rio de
Janeiro en Glasgow. De keuze voor krijt heeft te maken met broosheid,
met kwetsbaarheid. Krijt is een onschuldig materiaal, wat maakt dat
de tekeningen geen bedreiging vormen en zo makkelijker doordringen in
een sociale omgeving dan een permanent materiaal.











