Pagina's

vrijdag 25 september 2015

Welkom aan boord!

Vlaanderens grootste ouderenorganisatie, OKRA Trefpunt 55+, viert feest in Regio Ieper. De vereniging is 60 jaar jong en dat wordt gepast gevierd met een dubbelfeest. Een eerste luik vond reeds plaats op dinsdagnamiddag 22 september in Ieper met een feestelijke eucharistieviering in de kathedraal, gevolgd door een academische zitting met o.a. toespraken van regiovoorzitter Freddy Desmet en algemeen voorzitter Mieke Peeters, een schitterend optreden van tenor Andrei Lugovsky en een receptie voor zowat 500 bestuursleden en genodigden in CC Het Perron. Rest nog een heus dansfeest in OC 't Zonnerad in Zonnebeke op woensdagnamiddag 7 oktober.


Andrei Lugovsky


Speeches naar aanleiding van zo'n gelegenheden mogen dan wel obligaat, voor de galerij en vluchtig lijken, ze zijn niet naast de kwestie. En bij deze zelfs – feest of geen feest – heel confronterend voor het toekomstig reilen en zeilen van een organisatie als OKRA, vooralsnog een sterk merk met een unieke positie. Maar ook voor een seniorenbeweging geldt 'stilstaan is achteruit gaan'. We lichten enkele krachtlijnen uit de toespraak van algemeen voorzitter Mieke Peeters.

Net zoals onze maatschappij de laatste zestig jaar ingrijpend veranderde is ook de beeldvorming over onze senioren niet blijven stilstaan. In de beginperiode van de beweging werden ze nog betuttelend de 'ouden-van-dagen' genoemd. Vandaag hebben we te doen met bewuste en vitale 55-plussers, babyboomers die nog volop willen participeren aan het leven en hun maatschappelijke rol opeisen. Dat is een hele uitdaging, een spanningsveld en een omschakeling waar heel wat plaatselijke bestuursafdelingen mee worstelen of de ogen voor sluiten. Ja, de kernopdracht van OKRA is dan wel vooral ontmoetingskansen scheppen, warmte en hartelijkheid aanreiken omdat een mens meer mens wordt door andere mensen. Het is haar grote troef ... maar hoe blijven ze er in slagen dat te realiseren? Spelen ze nog voldoende in op de vragen en de noden van de senioren van morgen? In welke omgeving beweegt OKRA zich in de volgende jaren?

Onze bevolking vergrijst. Volgens demografen zal in 2030 een vierde van de bevolking ouder zijn dan 65 jaar. In 2020 zal het aantal 80-plussers gestegen zijn met 17%. Naast die 'vergrijzing' en 'verzilvering' stellen we ook vast dat dat de gezinnen in Vlaanderen gaan 'verdunnen', het aantal gezinsleden per gezin neemt dus af. Het aantal ouderen dat inwoont bij kinderen daalt al geruime tijd. Ondanks het feit dat het verschil in gemiddelde leeftijd tussen mannen en vrouwen daalt, neemt het aantal 'alleenwonende' ouderen toch toe. Velen weliswaar als weduwe of weduwnaar maar ook als gevolg van het stijgende aantal echtscheidingen, steeds vaker op latere leeftijd. De groep van alleenwonende ouderen wordt niet alleen groter maar ook diverser. Het aantal ouderen met een migratie-achtergrond wordt groter. Die diversiteit uit zich niet alleen etnisch maar ook in niet traditionele gezinsvormen: ongehuwd samenwonen al dan niet met partners van hetzelfde geslacht, nieuw-samengestelde gezinnen, éénoudergezinnen en alleenstaanden. We leven niet alleen in een verouderende, meer diverse maar ook in een duale samenleving. Dat is een wereld met twee snelheden. De kloof tussen arm en rijk, tussen beter en minder opgeleide mensen wordt groter. Een bijkomend fenomeen is de individualisering. We vinden het steeds vanzelfsprekender dat iedereen over de nodige kennis en vaardigheden beschikt, alle kansen grijpt en benut, maar onderschatten hoe de bijhorende risico's kunnen leiden tot onzekerheid, vereenzaming, vervreemding, onmacht en achterstelling. De autonome opstelling van mensen die vandaag het liefst zelf bepalen hoe ze hun leven vorm geven heeft ook gevolgen voor het verenigingsleven zelf. Ze identificeren zich minder met één bepaalde (religieuze) strekking of groep. De leden gaan zich meer en meer gedragen als klanten die 'zappen' in functie van hun verwachtingen. Zelfs de vrijwilliger gaat nu z'n inzet bepalen in functie van z'n talenten en interesses. Beperkte engagementen in tijd en omvang krijgen daarbij de voorkeur. Dat alles weerspiegelt zich algauw in afnemende ledenaantallen en een tekort aan bestuursleden. We hebben het dan nog niet gehad dat we in een sgedigitaliseerde biotoop zijn gaan leven. De leeftijdsgroep tussen de 55 en de 65 jaar is nog betrekkelijk mee met deze evolutie. Maar daar tegenover staat dat bijna de helft van 65- tot 75-jarigen het internet nog 'nooit' heeft geprobeerd. Digitale kennis bij deze mensen kan ingezet worden in de strijd tegen vereenzaming omdat ouderen het internet vooral aanwenden voor sociale contacten en communicatie.

Samengevat is de verouderende, duale, diverse, geïndividualiseerde en gedigitaliseerde samenleving de omgeving waarin OKRA de volgende jaren willens nillens zal bewegen. Die realiteit biedt heelwat uitdagingen waar ze ook antwoorden op zal moeten geven.

OKRA richtte zich als van nature op de gepensioneerden maar kan ook niet anders dan vaststellen dat de reële pensioenleeftijd vandaag steeds verder opschuift en steeds meer mensen tussen de 55 en 65 jaar, of langer aan het werk blijven. Zou het dan niet beter zijn voortaan te opteren voor een OKRA Trefpunt 65+? Die keuze maken ze bewust niet omdat ze er van overtuigd zijn dat die doelgroep alle aandacht verdient. In een overgangsfase naar pensionering dienen zich heel specifieke thema's aan die ze graag willen behartigen: grootouder worden, gesandwiched zijn tussen de zorg voor hoogbejaarde ouders en kleinkinderen, zingevingsvragen, enz. ... Zo staat OKRA meteen voor de uitdaging om ook voor de jongste senioren een aantrekkelijke beweging te zijn, vooral onder het motto 'een gezonde geest in een gezond lichaam'.

Dat alles mag ons niet doen vergeten dat ouder worden niet alleen een positief verhaal is. Hoe ouder men wordt hoe groter de kans die men loopt om ziek en afhankelijk te worden. Met de vergrijzing, de verzilvering en de verdunning van de gezinnen en de individualisering van de samenleving groeit het aantal kwetsbare ouderen. OKRA had daar altijd al oog voor. Het vertaalt zich opnieuw in het centrale thema WELKOM AAN BOORD!

Heel wat uitdagingen dus. Gelukkig is er nog veel dynamiek en engagement in OKRA aanwezig. Dat is een geruststelling en geeft vertrouwen. Het is werk voor morgen. Vandaag is het feest en tijd voor onnoemelijk veel dankbaarheid voor zoveel inzet over de jaren heen.



dinsdag 22 september 2015

Jaarthema

Omdat Jij mij kracht geeft!

Je kent ze ook, die mensen. Neem bijvoorbeeld die opa. Als hij naar de bakker fietst, stopt hij drie keer om met iemand een praatje te maken en heeft hij ondertussen naar minstens drie anderen goeiedag gezwaaid. Hij steekt samen met zijn vrouw een handje toe bij de opvang van vluchtelingen en ook de parochie weet hen altijd te vinden als er gewerkt of nagedacht moet worden. Hij loopt er niet mee te koop maar als je het geluk hebt dat in een gesprek ons geloof ter sprake komt, voel je hoe diep het bij hem geworteld is. Wie ze ook zijn … ze zijn er, die mensen, en we vertoeven graag in hun buurt. Daarover gaat het jaarthema 2015-2016. Waar vinden we de kracht om christenen te worden die een aanstekelijke vreugde uitstralen? Die eenvoudig, vriendelijk en dienstbaar met medemensen omgaan. Die vrijmoedig zijn en altijd weer met nieuwe hoop meewerken aan een menswaardiger samenleving. Die ook woorden vinden om van hun geloof te getuigen. Die, kortom op Jezus gelijken.

Oriëntatiefeest 2015: Putten uit de Bron
Gods woord in eigen hart: leven krijgen
Een krachtige en vreugdevolle christen worden is niet mogelijk zonder innerlijk te blijven groeien. Ook veel mensen die geen christen zijn, ontdekken op allerlei manieren hoe belangrijk de zorg voor je binnenkant is. Denk maar aan het succes van bv. mindfulness en allerlei meditatietechnieken of aan het hele aanbod van initiatieven om te onthaasten. Toch is er een verschil. Een christen gaat niet in zijn binnenkamer om met zichzelf bezig te zijn maar om er Iemand te ontmoeten. Iemand die mij tegemoet treedt met een Woord dat alles kan verhelderen wat ik dag in dag uit meemaak en alles wat dat in mij oproept aan gedachten en gevoelens. Bovendien kan dat Woord mij tot rust brengen als de lasten zwaar wegen of net onrustig maken en uitdagen als ik de nood van anderen tot mij laat doordringen. Het kan mij wegen wijzen om een vrijer en gelukkiger mens te worden. Vooral wil het mij altijd opnieuw doen weten dat er Iemand is die mij onvoorwaardelijk blijft beminnen. Innerlijk leven heeft veel te maken met de 'reis van mijn hoofd naar mijn hart'. Christen word je bovendien niet alleen 'met je hoofd in de wolken' en 'het hart op de goede plaats' maar ook 'met de handen uit de mouwen' en 'twee voeten op de grond'. Het is ook goed dat het innerlijke leven gedragen en gevoed wordt door het gebed in gemeenschap en door een steeds diepere beleving van de eucharistie en de sacramenten.

Samen onder Gods woord: leven delen
Ook in een hoogtechnologische en op het individu gerichte samenleving hebben christenen elkaar nodig om hun geloof in al zijn rijkdom, maar ook zijn veeleisendheid te kunnen beleven. Een geloof dat ik in mijn eentje, als een privézaak, beleef, zou wel eens op mijn maat geknipt kunnen zijn maar ver van het evangelie blijven. Door met elkaar of in groep over ons geloof te spreken, helpen we mekaar om geen eenzijdig beeld te koesteren van mens, wereld en God; om niet te verstarren in bepaalde opvattingen. Als we de handen in elkaar slaan en samen nadenken over onze inzet, krijgen we meer mogelijkheden en een langere adem om vol te houden. Gezinsgroepen, buurtgesprekken, Bijbelkringen, basisgroepen, leesgroepen, leerhuizen, … het zijn formules die al vaak hun deugdelijkheid bewezen hebben. En altijd getuigen de deelnemers hoe sterk het samen op weg gaan hen geholpen heeft om hun geloof echt te integreren in hun leven van elke dag, ook en vooral in lastige momenten.

Oriëntatiefeest 2015: Omdat jij mij kracht geeft!
Gods woord in de wereld: leven geven
Jezus vergelijkt de kracht van Gods woord met de werking van een beetje gist in het deeg. Paus Franciscus roept de kerk op om naar buiten te komen. Christen worden doe je niet om die schat voor jezelf te houden. Hoe zou dat trouwens kunnen, vraagt de paus, hoe zou je kunnen wegstoppen dat de vriendschap met Jezus je gelukkig maakt en kracht en inspiratie geeft om je in te zetten? Uiteraard dragen we het evangelie allereerst uit door een bepaalde manier van leven. Maar dat neemt niet weg dat het wellicht de hoogste tijd is, zeker in onze Westerse samenleving, dat christenen ook uitdrukkelijk met woorden de bevrijdende boodschap uitdragen. Alleen … er is niet enkel de terughoudendheid, we weten ook niet goed hoe we dat best doen. Daarom is het zo belangrijk dat we de dialoog aandurven met mensen die ons geloof niet delen en met de samenleving. Dialoog begint altijd met luisteren, open en zonder vooroordeel. Maar de diepste reden daartoe, ligt in ons christelijk geloof zelf: God is bij de mensen aanwezig en het is aan ons om Hem daar te vinden, te benoemen en te dienen. Dat we niet blijven haperen bij de vaststelling van alles wat er om ons heen verkeerd loopt. Het gaat ook niet om een leer en nog minder over onze eigen opvattingen. Af en toe hoor je zeggen dat er voor een authentiek spreken over geloof terug meer ruimte en belangstelling groeit in onze samenleving. Laten we hopen dat dit klopt en er een aanmoediging van God in vermoeden om de vreugde die zijn Woord ons geeft, niet binnen onze kerkgebouwen en onze kring van gelijkgezinden te houden. Het zal erop aankomen creatief naar wegen te zoeken, alert te zijn voor kansen en nieuwe ideeën niet meteen als onrealistisch af te doen. We mogen ons ook afvragen of we alles in stand moeten blijven houden wat ooit werd opgestart? Is het misschien af en toe niet beter een eigen activiteit tussen haken te zetten (want we kunnen niet alles doen) en mee onze schouders te zetten onder een initiatief van anderen? Bij het samenwerken aan een buurtfeest, een protestactie, een solidariteitscampagne, een milieubewust initiatief, enz. kunnen zich kansen aandienen om zonder complexen te vertellen wat ons beweegt.


Die stralende opa en al die mensen in wiens buurt het goed vertoeven is … zo’n christenen willen we allemaal graag worden. Ooit was er een filosoof die zich schamper liet ontvallen: “je moet ze eens bekijken, die christenen die uit hun kerk komen, hoe verlost ze eruit zien!”. Laten we verder stappen zetten om hem meer en meer ongelijk te geven! 

woensdag 9 september 2015

Leerhuis Augustinus



Bekering tot gemeenschap


“De Kerk heeft herders nodig. Augustinus was één van hen en hij heeft aan de Kerk een model van herderschap doorgegeven dat tot op vandaag nawerkt. Hij was een echte zielzorger. Het herdersbeeld dat hij ons heeft nagelaten was tijdloos en toch geworteld in zijn eigen tijd. Hij heeft de unieke combinatie uitgedacht van het samengaan van contemplatief leven in gemeenschap en het actieve herderschap van de kudde. Dit ideaal is ook heden nog onmisbaar en aantrekkelijk. In een tijd waar werken en doen het vaak haalt van bidden en denken en waar het 'ik' verheerlijkt wordt en zijn inbedding in een gemeenschap dreigt te verliezen, is dit augustijns ideaal van het herderschap niet zonder aantrekkingskracht. Elke tijd zoekt zijn eigen herdersbeeld in de Kerk.”
(Kard. Godfried Danneels).

In de Kerk, in de federatie, in de parochie zijn heel wat mensen verdienstelijk pastoraal-herderlijk actief: de priester, de diaken, een teamlid, een catechist, een lector, een voorganger in gebed, een ziekenbezoeker, vrijwilligers Maar ze zitten ook vaak onbewust opgesloten in hun taak of activisme. Wat hun inspireert of drijft wordt uitgesproken noch gedeeld. Zelfs de diepte van een gezamelijke beleefde liturgie gaat vaak verloren. Er is zoveel om op te letten, dat fout kan gaan. Wie op het voorplan komt, verantwoordelijkheid neemt moet ook kunnen incasseren. Ook vreugde en verdriet moet je kunnen delen. Anders blijft het aan je vreten.


Dit jaar geen klassiek CCV-leerhuis maar een gelegenheid om ons opnieuw te verdiepen in de spiritualiteit van kerkvader Sint-Augustinus (354-430), de patroonheilige van onze federatie van parochiegemeenschappen in Zonnebeke. Christelijke spiritualiteit heeft te maken met de navolging Jezus Christus zelf. Elke tijd in de geschiedenis stelt z’n specifieke uitdagingen om in het voetspoor van Jezus te treden. Er is de tijdsgeest, allerhande evoluties en verschuivingen en de gevolgen daarvan voor de mensen, gelovig of niet. Het is vandaag niet anders. Augustinus’ tijd en wereld vertoont grote gelijkenissen met de onze ... grote migratiegolven, multiculturaliteit en –religiositeit. Hij is kritisch en individualistisch ingesteld maar steeds gedreven op zoek naar de waarheid achter de dingen. Hij kan zichzelf daarbij niet overstijgen en dat gebeurt pas wanneer de Heer hem zelf aanraakt. Geen spectaculair verhaal, een bekering uit de duizend, heel herkenbaar en geloofwaardig, maar niet minder efficiënt. Hij zoekt naar wegen om Jezus te volgen en inspireert zich op de Handelingen van Apostelen. Hij schrijft een regel, die zowel religieuzen als leken tot op vandaag blijft inspireren. Hij beleeft het geloof, niet los van de wereld, vanuit de hoogte maar in dialoog met de wereld, tussen de mensen zelf. Ondanks z’n briljant intellect is hij geen kamergeleerde. Hij probeert het geloof te verhelderen, door te geven en te vieren, het te beleven in woord en daad. In wezen hetzelfde wat nog elke parochie te doen staat. Gemeenschap vormen rond de levende Heer is in wisselende tijden, de kern, de permanente uitdaging van z'n geloofsleven. Opnieuw heel herkenbaar voor onszelf.

Het Leerhuis Augustinus is een toevlucht, een groep waar je vanuit je geloof op verhaal kunt komen bij anderen. Een plaats waar je om de Handelingen te citeren 'Eén van ziel en één van hart, samen op weg kunt gaan naar God' kunt zijn. Dat kan door studie, gebed, samen een boek of een tekst te lezen, een film te bekijken, zang, een uitstap, een maaltijd, contact met gelijkgezinde groepen... Vriendschap is een kernbegrip in de spiritualiteit van Augustinus. De Familia brengt gelovigen anders dan anders samen en bemoedigt elkaar in het engagement op het terrein.

Augustijnse kalender, enkele data:
Maandag 28 september, 26 oktober, 23 november, 28 december 2015 en 25 januari, 29 februari, 25 april samenkomst in OC Santforde in Zandvoorde.
Zaterdag 10 oktober, FAN-dag in de Augustinus-parochie in Amsterdam. Samenkomst met de Nederlands Augustijnse Lekengroepen.
Zaterdag 24 oktober, Ontmoetingsdag van de Augustijnse Beweging Nederland bij de zusters Kanunnikessen in Maarssen.
Zaterdag 27 februari 2016, FAN-dag in ... Samenkomst met de Nederlands Augustijnse Lekengroepen.
Zaterdag 23 april 2016, (Nog onder voorbehoud) Extra-ontmoetingsdag in het Augustijnenklooster in Gent. Samenkomst met de Nederlands Augustijnse Lekengroepen.
Vrijdag 20 mei 2016, Studiedag in Leuven. 'Leven in gemeenschap met Augustinus. Gemeenschappen, toen en nu.' i.s.m. Het Augustijns Historisch Instituut (Heverlee) en het Academisch Centrum voor Praktische Theologie.

Info: diaken Lode Caes
Tel. 0478 32 25 55
Email lode.caes@telenet.be

Noveen Sint-Cornelius

Is't voor de kinne of de zwinne?

Op een oude affiche (ca. 1810) van Sint Cornelius te Aalter lezen we volgende aanbeveling: “Alzo Zyne Heyligheyd ALEXANDER den VII(1655- 1667) over eenige jaeren deze kerke begaeft heeft met het Bekkeneel (= schedel) van den Heyligen Martelaer CORNELIUS welken kostelyken schat te meer is te achten, mids de Vallende Ziekte onder het Bekkeneel haer plaetse is houdende, tegen de welke, als ook tegen Gichtigheden(= jicht) , lammigheyd ende meer andere quelagien (=kwellingen), den H. Cornelius is eenen bezonderen beschermer.”

In het Wekelijks Nieuws van 6 februari 1987 vertelde pastoor Remi Clarysse aan een reporter zijn belevenissen tijdens de noveen ter ere van Sint Cornelius te Zandvoorde. De noveen van St.-Cornelius te Zandvoorde loopt ieder jaar van 16 tot 24 september. Men komt er om te dienen voor de kinder- en veeziektes. Over deze noveen had pastoor Clarysse nog een grappige anecdote in petto. Voor 14-18 sprak praktisch geheel Zandvoorde een soort van Waals dialect. En in die jaren was er hier een pastoor die geen of slecht Vlaams sprak. Als er mensen kwamen om te dienen voor St.-Cornelius vroeg hij: “Is 't voor de kinne of voor de zwinne?” Waarmee hij bedoelde of het voor de kinderen (kinne) of voor de zwijnen (zwinne) was!

De oorsprong van dit gezegde is moeilijk te achterhalen. Hetzelfde verhaal doet de ronde in het Wingense in betrekking tot de ommegang van Sint Antonius abt met zijn zwijntje. Zijn concurrent Sint Antonius van Padua draagt het kindje Jezus op zijn arm. Vandaar het onderscheid van de verering voor ’t Kindje of voor ’t Zwijntje! In de oude kerk te Zandvoorde stond ook een beeld van St. Antonius van Padua.

Pastoor Clarysse vertelt
Sint Cornelius wordt voornamelijk aanroepen voor de kinderziektes, de vallende ziekte en voor de veeziektes. Te Zandvoorde meestal voor de zwijnen en de konijnen. Op woensdag van het noveen is er plechtige kinderzegen te Zandvoorde. De groep van bedevaarders groeit de laatste jaren weer aan. Verleden jaar (1986) waren er maar liefst 73 kinderen afgekomen met hun ouders naar de kinderzegening. Ze krijgen dan een presentje in de vorm van een reep chocolade. Vroeger waren er ook nog medailles te verkrijgen maar deze zijn al drie jaar uitgeput. Er komen veel mensen af naar de noveen ter ere van St.-Cornelius te Zandvoorde. Zelfs van Wervik, Komen, Wervicq-sud en Noord-Frankrijk. De ommegang werd in de loop van de jaren enigszins aangepast. Er zijn hier geen kapelletjes rond de kerk. In het begin dat ik hier pastoor was, deden de mensen drie toeren al biddend rond de kerk. Nu hou ik nog een geleide ommegang met gebed aan de vier hoeken.


Toen men een deel van de sacristie ingericht had als kapel heeft Pastoor Clarysse een klein beeldje van St.-Cornelius gekocht. Dat deze beeldjes nog te koop waren horen we in zijn verhaal hierover: “Onlangs kwamen twee mensen van Ploegsteert naar hier om te dienen. Ze hadden twee beeldjes van St.-Cornelius mee en vroegen me om ze te wijden. Ik vroeg hen verwonderd waar ze deze nog op de kop getikt hadden. Tot mijn grote verbazing zijn deze nog te koop in een winkel in de Boterstraat te Ieper (nvdr. toendertijd Devooght-Caenepeel). Meteen heb ik er zelf één aangeschaft voor onze winterkapel.”

Tenslotte vermelden we nog de broederschap van St.-Cornelius. Iedere eerste maandag van de maand is er een mis voor de ingeschrevenen van de confrérie. En als er iemand sterft van de ingeschrevenen, dan krijgen ze een gratis mis. Momenteel zijn er veel ingeschrevenen in het broederschap van St.-Cornelius te Zandvoorde … aldus voor alle duidelijkheid pastoor Remi Clarysse in het Wekelijks Nieuws van 6 februari 1987.


Guido Vermeulen

Het aantal bedevaarders is nu drastisch geslonken. De traditie smeult zoals het geloof verder onder de asse van de verworvenheden van de moderne tijden al moeten we ook daar niet alle heil van verwachten. God komt ons evident helpend tegemoet in de wetenschap maar het zou verkeerd zijn die een goddelijke status aan te meten. Heiligen zoals Sint Cornelius getuigen in hun doen en laten van een ijzersterk geloof en als wij daar deelgenoot van kunnen worden dan opent dat ook voor ons een schat aan genaden. Daarom is het zinvol het volksgeloof levendig te blijven houden en solidair te dienen. Of het nu voor 'de kinne of de zwinne' is, is uiteindelijk van ondergeschikt belang.


Het programma van deze noveen vindt u onder het parochienieuws van Zandvoorde 

vrijdag 4 september 2015

Een nieuw hart, een oude liefde voor de parochie


We maken het mee dat er in Geluveld geen eucharistieviering meer doorgaat in het weekend. Het lijkt enerzijds een soort 'worst-casescenario' voor elke betrokken gelovige in welke parochie, waar dan ook. Een laatste schok waarbij het besef overduidelijk doordringt dat de oude tijden voorbij zijn, dat de zaken niet meer lopen als vroeger, dat de oude recepten, die ooit deugdelijk waren en veel goeds hebben gebracht, het niet meer doen. Anderzijds schept het een ongelofelijke vrijheid vol met onvermoede kansen.

Voor sommigen is dat verhaal over. Laat ons dan ook maar die kerk aan de erdedienst ontrekken en ze een 'oneigenlijke' bestemming geven. En zoals zo vaak dreigt het kind met het badwater weggegoten te worden. En wat is er kostbaarder dan een kind? Dat merk je bijvoorbeeld al heel vlug als mensen vragen hun kindje te laten dopen. Veel jonge ouders van (groot)ouders die ook nooit gepraktiseerd hebben, blijken omwille van hun kinderen – wars van het gehuil en het doemdenken in de media – een zekere vorm van godsvertrouwen aan de dag te leggen. En al zijn ze niet zo tuk op instanties en instituten, ze blijven het in handen leggen van kerkmensen, zowel clerici als leken, die zich bescheiden, dienstbaar en geloofwaardig opstellen en als het ware in de schoenen van de mensen zelf lopen. Een Kerk, die tot het bittere eind de laatste stellingen wil verdedigen in de ijdele hoop dat het tij wel zal keren, is er aan voor de moeite. Op een dag haalt de realiteit je in, is er geen achterliggende linie meer, kan je geen stap meer terug. Dan kun je alleen nog, dapper een eerste bescheiden stap vooruit zetten en zo ruimte scheppen voor hetzelfde, maar dan als nieuw ervaren geloofsverhaal. Een frisse scheut op een knoestige, verweerde stam. Er gebeurt nog zoveel goeds, er is nog zoveel mogelijk en het is niet omdat het vaak uit wel begrepen eigenbelang, ongeleid, on- of kortgebonden gebeurt, in banen die je niet meer naar je hand kunt zetten, dat het helemaal niet deugt. Eenmaal uit de fles waait de God's Geest waait waar Hij wil. Er is geen weg terug, alleen vooruit, juist omdat het in wezen rond liefde, vrede en rechtvaardigheid blijft draaien.

'Een nieuw hart, een oude liefde voor de parochie'
zo luidt de titel bovenaan. Willens nillens houden de mensen van hun parochie en van hun parochiekerk in het bijzonder. Het is een monument van talloze, eerder uitgesproken engagementen van mensen, in goede en kwade dagen, die ons hebben gevormd tot wat we nu zijn, onze identiteit. Het gebouw is op zich al een ruimte voor en een oproep tot 'het goede, het schone en het ware', allemaal sacrale, geheiligde wegen om door te dringen in het wezen van God en de mens zelf. In die zin dient een kerkgebouw door een gemeenschap ook aangewend en blijvend creatief ingevuld te worden, zelfs mocht ze aan de eredienst worden onttrokken. Gebeurt dat niet, dan is dat een schaamteloze, ondoordachte aanslag, een aanfluiting op een flink deel van het immateriële erfgoed van een lokale gemeenschap. Een erfdeel waar ook niemand exclusieve rechten op heeft.

Een parochieraad voor Geluveld
In een eerdere bevraging (een eerste open beraad van alle Zonnebeekse parochies in het proces naar een nieuwe 'pastorale eenheid' of fusie) bleek al, dat mensen in een landelijke gemeente als deze, hun geloof plaatselijk, samen met andere dorpsgenoten en volgens hun directe noden willen beleven. Daar willen we ons in de eerste plaats aan houden. Maar dat kan alleen maar als er ter plaatse voldoende mensen zijn die dat gezamelijk, op een voor elkeen haalbare wijze enigszins willen behartigen. Die vitale mensen zijn er momenteel nog. Meestal springen ze graag in de bres als het nodig is. Maar naar de buitenwacht volstaat dat niet en lijkt de parochie onvoldoende gedragen wat ze o.a. naar de overheid toe kwetsbaar maakt. We hebben dus nood aan een parochieraad, mensen die enkele malen per jaar samenkomen, om vooral na te denken over de toekomst, om de grote lijnen uit te tekenen, de taken te verdelen, efficiënt te communiceren over wat allemaal nog mogelijk is – ondanks het verlies van de weekendviering – en vooral ook een bescheiden teken van levend geloof te zijn in deze tijd voor mensen van deze tijd. Op die manier kunnen we ook een traject helpen uittekenen waar andere parochies zich gaandeweg en mettertijd kunnen aan spiegelen. Die keuze moesten we nu maken want van uitstel komt afstel en dan is er geen beginnen meer aan. Die parochieraad, die in deze gezindheid wil werken, hebben we nu en al is die op dit ogenblik nog niet officieel samengekomen, er zijn nu minstens al een tiental mensen die er hun frele schouders willen onder zetten. Het is een open vergadering, die telkens zal worden aangekondigd en waarop iedereen vrij een inbreng van welke aard dan ook mag doen, ook al is het heel sporadisch.

Er was een tijd dat het gemeenschapsleven hoofdzakelijk door de parochie werd ingevuld en gestuurd. Maar het is niet omdat het nu heel anders loopt dat ons verhaal voorbij is, dat we vanuit ons gelovig bezig zijn, geen zinvolle bijdrage meer kunnen leveren aan deze gemeenschap. Daarom juichen we ook ook initiatieven van de gemeente en het OCMW toe om te werken aan een verhoogd welzijn van de mensen in onze dorpen. Het gaat alle mensen aan die met mensen zijn begaan. We ondersteunen die oproep (zie onder) en willen er graag samen aan werken. We leven allerminst nog in gescheiden (lees: verzuilde) werelden. Misschien is het van weerskanten nog altijd even wennen maar het is verre van contra-productief. Het tegendeel is waar!

Wie er meer wil over weten, erover wil praten, wie een handje wil toesteken,
neem dan contact op met
diaken Lode Caes,
0478 325 255.

Er als de kippen bij


Welzijnsschakel 't Zunnetje liet zich gedurende de vakantie – net als dat gelijknamig hemellichaam – vaak van z'n beste zijde zien. Eerst en vooral was er het goede nieuws van de nakende verhuis van 't Zonnerad naar een eigen stek in Beselare. Het wordt Wervikstraat 2, de hoek gedraaid op de Beselareplaats, de voormalige kruidenierswinkel van Marie-Madeleine Masschelein. Sinds 2006 fungeerde die woning al o.a. als doorgangswoning van het OCMW voor mensen in crisis- of noodsituaties. Het gebouw zal mettertijd deel gaan uitmaken van een dorpsinbreidingsproject op het marktplein zelf. Maar zover zijn we nog niet en intussen zet WZS 't Zunnetje opnieuw een betekenisvolle stap vooruit. Die winkelruimte met etalage komt o.a. goed van pas voor de kledij- en speelgoeddienst. Er is ook ruimte voor stockage, om te vergaderen en een ongestoorde, gemoedelijke babbel e.a. activiteiten. Zo breekt 't Zunnetje door de wolken heen en wordt ze ook zichtbaar in het straatbeeld. Ze draagt minder kansrijke gezinnen, mensen die opboksen tegen armoede – ook vluchtelingen horen erbij – een warm hart toe. Meer nog dan met materiële hulp wil ze op alle vlakken de eigenwaarde en het zelfvertrouwen van deze mensen opkrikken en ondersteunen. Wie ze ook zijn, wat ze ook hebben voorgehad, waar ze ook vandaan komen, ze verdienen zonder meer onze steun. Een concrete manier om dat te tonen is samen op uitstap te gaan. 




Op zaterdagnamiddag 29 augustus gingen een veertiental mensen op de uitnodiging in en trokken ouders en kinderen samen op naar ''t Kakelend Kippenmuseum' in Keiem-Diksmuide. Een alternatieve kinderboerderij met talloze neerhofdieren. Op de eerste plaats zijn dat grote – en soms heel kleine – hoendersoorten in alle vormen en kleuren. Naast kippen tref je er ook fazanten, duiven, kwartels, patrijzen, ... aan. Er zijn ook konijnen, cavia's, geiten, schapen, varkens, pony's, en zelfs ezels. Al was het even uitkijken naar de knapste ezel, die was heel eventjes zoek. Kortom een hele beestenboel. Vooral de kinderen vinden het plezant om de dieren en hun kroost bezig te zien. Daarna kunnen ze lekker stoeien in de speeltuin en speelschuur in een echte boerderijsfeer. En dan is er natuurlijk de onvermijdelijke cafetaria met een terras met uitzicht op het erf waar je ijs van verse hoevemelk en ambachtelijke pannenkoeken kan proeven. Heerlijk toch als 't Zunnetje schijnt. Meer weten over 't Zunnetje? 
Bel eens met Marie-Jeanne: 
057 46 76 18.