Pagina's

vrijdag 26 april 2013

Passendale Mirakeldorp



zo herdoopte Vicaris-generaal Koen Vanhoutte toch het kaasdorp naar aanleiding van de opening van het vernieuwde parochiale centrum op vrijdag 19 april in aanwezigheid van talrijke prominente Zonnebekenaren, de burgemeester, leden van het schepencollege en de gemeenteraad. In ieder geval geeft hij daarmee extra glans aan het blazoen van de Passendalenaren die nog lang niet van plan zijn de kraaienmars te blazen binnen de gemeente. Of daar voor iemand van hen ook nog een heiligverklaring aan vastzit zal later moeten blijken.


De meest gekwalificeerde persoon daarvoor is wellicht pastoor-emeritus Lucien Vulsteke. In z'n toespraak vertelde Deken Roland Hemeryck hoe deze stille werker en z'n 'trawanten' achter het project hem wisten te overtuigen van de noodzaak van de vernieuwbouw. Na jarenlang intensief gebruik kon de zaal immers een grondige opknapbeurt best gebruiken. Dat was lang niet evident. De trend en de directieven binnen het bisdom waren duidelijk dat het niet aangewezen was langer nodeloos te investeren in vergane glorie. Was er niet al een gemeentelijk ontmoetingscentrum? Jawel, … maar zo zit een Passendalenaar niet in elkaar. Die leeft wat eigengereid volgens het adagio 'Wat we zelf doen, doen we beter'. En daar kun je als gemeentelijke overheid maar best rekening mee houden en op inspelen. Het enthousiasme groeide zienderogen. Niet alleen het bisdom en de dekenij sprongen mee op de kar maar ook veel lokale sponsors droegen letterlijk en figuurlijk geldelijk hun steentje bij. Een ploeg die aan hetzelfde zeel trekt voor de de plaatselijke gemeenschap is tot heel wat in staat. Kortom een tof initiatief die alle lof en steun verdient. Het centrum is het levend bewijs, vandaag een bijna bovennatuurlijk gegeven, dat parochie en plaatselijke gemeenschap elkaar kunnen vinden in een positief project.




Germain 'craeyt' victorie
In z'n gekende lyrische stijl nam dan die andere voortrekker Germain Leenknegt het woord
om aan iedereen die het mocht weten het verhaal van 'De Craeye' te doen. Zo gaat het vernieuwde parochiale centrum immers heten. Hoe het allemaal bijna zestig jaar geleden begon en hoe het in 2009 naar een tweede adem snakte. De keuze was immers messcherp: verder gaan of opdoeken. Gedreven door samenhorigheid werd het de eerste optie. Je kunt dat vandaag naïef en onbezonnen noemen – en dat is het ook wel – maar zonder die eigenschappen gaan dromen teniet en komt het er gewoon niet meer van. Vijftien verenigingen sprongen aan boord en hebben samen stormen getrotseerd. Het eerste enthousiasme werd al vlug wat getemperd door obstakels of bezwaren van allerlei aard: technisch, financiëel, tijdsdruk … Het besef drong ook door dat de exploitatie van zo'n centrum door allerlei regelgeving niet evident is en dat het ook geen gratis-verhaal is. De tijd dat de pastoor voor alles en nog wat een oplossing uit z'n statige hoed met bijbehorend kwastje toverde is inmiddels voorbij. In ieder geval past bij deze groep de uitdrukking van de frans-joodse filosoof Roger Garaudy 'Zij wisten niet dat het onmogelijk was, dus hebben zij het gedaan'. Ze leerden elkaar beter kennen, beluisteren, aanvaarden, waarderen, de scherpe kantjes waar nodig af te ronden en boven alles problemen te relativeren om ze des te beter aan te pakken. En al maken vele handen het werk licht … dan nog werd er maandenlang gemeten, gekapt, gemetst, geplakt, gewreven, geschilderd, gedweild en gekuist. Het gebeurde allemaal vrijwillig maar niet vrijblijvend, verbonden maar niet gebonden, onbetaalbaar maar niet te koop, allemaal voor het goede doel. Vrijwilligerswerk van het zuiverste gehalte waar dan ook geen rondje namen noemen bij past. De dankbaarheid is er daarom niet minder om. Het werd gaandeweg' kraaien van plezier' en 'victorie kraaien' en zo komt de naam 'De Craeye' niet zomaar uit de lucht vallen. Ze verwijst overduidelijk naar de toponomie van de plaats zelf: “een vijver gelegen ten noorden van het Inghelse straetken lopend van Passchendaele kerkhof naar ’t craijevelt.” Dit stond reeds genoteerd in 1669. Dat Inghelse straetken werd een eeuw later Craeyeveldstraat, nu gekend als de Kraaiveldstraat. Vandaar de gekozen naam 'De Craeye' uit de meer dan twintig ingebrachte voorstellen

Tweede mirakeldorp
Dan viel de eer te beurt aan vicaris-generaal Koen Vanhoutte om namens de bisschop met een hartelijke groet en gelukwensen, een gebed en een kruisje de zaal officieel in te wijden. Behoorlijk onder de indruk van wat hier in een dorp-te-lande mogelijk is noemde hij dus Passendale, een 'tweede mirakeldorp'. Deze officieuze titel mogen ze nu delen met 'Wijnendale' dat ietwat plechtstatig 'het dorp der mirakelen' wordt genoemd om het vele dat daar werd gerealiseerd dankzij de inzet en de goede verstandhouding tussen de verenigingen.
Elk dorp heeft nog z'n kerkgebouw, een ruimte waar mensen samen komen om in gebed, in de hoogdagen en de kruisdagen van het leven lief en leed te delen. Maar het is goed dat er ook andere lokalen zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten voor vorming, ontspanning en vieringen van allerlei aard. Het kruisje dat opgehangen wordt in het vernieuwde parochiale centrum verwijst tenslotte naar Jezus die graag onder de mensen vertoefde, lief en leed met hen deelde en zo komt in elke ontmoeting daar zijn verhaal opnieuw tot leven.



donderdag 25 april 2013

Guido Vermeulen schildert iconen


De zon schijnt goudgeel door het kleine atelier waar Guido Vermeulen (76j.) werkt. Het is er stil en vredig, ondanks de chaos van penselen, pigmenten en verven in potjes en flesjes. Aan de muur hangen een twintigtal recent afgewerkte iconen: madonna’s, apostelen, Christusfiguren, engelen en Bijbelse taferelen. Een vijftigtal vroeger afgewerkte iconen worden in boxen bewaard.
“In de Byzantijnse en Orthodoxe traditie gelden strenge regels”, vertelt Guido. “Je mag niet om het even welke Bijbelse figuur afbeelden en ook de kleuren hebben een bepaalde symboliek. Het schilderen zelf is een eeuwenoude techniek. Ik teken eerst de afbeelding op de krijtlaag die ik op een houten plank heb aangebracht. Vervolgens leg ik het bladgoud (heel duur!) op de aureool en dan pas kan ik het eigenlijke schilderen met tempera beginnen. De kleurpigmenten meng ik met een vloeistof op basis van eigeel en water met een scheutje witte wijn (de temperatechniek). Er komen heel wat lagen over elkaar heen. Elke kleur vraagt wel vijf lagen en elke laag heeft tijd nodig om te drogen. In de iconenkunst wordt altijd gewerkt met donkere tinten die geleidelijk worden opgelicht. Zo kan men spreken over “Iconen vensters tussen hemel en aarde”. Zo wordt de afbeelding van de Moeder Gods, Christus, een engel of een heilige, een lichtbeeld, een beeld vol van kleur en licht. Dan wordt de toeschouwer gegarandeerd 'verlicht' in de zin van zich aangesproken voelen door de afbeelding op de icoon. Dit is het bovenaardse (de mystiek) van de icoon.
De hier voorgestelde icoon draagt de naam: 'Moeder Gods van tederheid'. De Latijnse woorden 'Monstra te esse matrem' betekent: toon dat Gij ons moeder zijt en herinnert aan de vroegere abdij van Zonnebeke en haar devotie tot Maria.

Dikwijls wordt mij de vraag gesteld waarom ik iconen schilder?
Het is iets wat ik moet doen. In elke creatie zit er als je wil, een vorm van religiositeit.
Iedere handgeschilderde icoon is een persoonlijke uiting van gebed.
Maar de eerste voorwaarde daartoe is het streven naar een volmaakte vormgeving dat enkel door een gedegen vakmansopleiding is te bereiken. Zo had ik goede leermeesters, iconografen als de heer Joris Van Ael (iconenatelier abdij Averbode), vader Chrisostomos Orthodox priester (iconenatelier Brugge), en de heer Pieter Liket (iconenatelier abdij Herkenrode).

Het werk van Guido Vermeulen – voornamelijk Maria-iconen, Christus en engelen - zal in de meimaand te zien zijn in de kapel O.L.Vrouw Nood zoekt Troost in de Westhoek te Zonnebeke. De kapel is iedere dag toegankelijk. Iedere zondagnamiddag tussen 14.00 u. en 18.00 u. zal Guido Vermeulen de bezoekers toelichting geven over de tentoongestelde iconen.

Info
Guido Vermeulen 051 77 75 07
en Philip Vandoolaeghe 0475 40 84 73
en Chantal Deprez 0498 52 84 93

ACW Groot Zonnebeke


Rerum Novarum

presenteert op donderdag 9 mei
om 9.00 u. Viering in de kerk van Zandvoorde
om 12.00 u. Breughelbuffet in OC ’t Gelevelt
Buffet met eigen streekproducten, koude vleessoorten, groenten en assortiment broodjes + 1 drankje inbegrepen
om 14.30 u. Fietstocht doorheen de verschillende deelgemeenten
+ 1 drankje inbegrepen + bij aankomst voorzien wij u een dessertje
Start en aankomst: OC ’t Gelevelt.
(voor zij die niet wensen te fietsen voorzien wij een muzikaal zang- en dansprogramma ter vervanging)
Info en inschrijving
omwille van de praktische organisatie graag inschrijven en betalen
ten laatste op donderdag 2 mei bij
Roger Cloet
Polderweg 1
8980 Geluveld
gsm 0473 42 41 26
Benny Chaerle
De Patine 56
8980 Zonnebeke
gsm 0472 80 07 60
Marc Verstraete
Schipstraat 46
8980 Passendale
tel. 051 77 94 63
Joachim Jonckheere
Nieuwstraat 50 bus 202
8980 Beselare
gsm 0473 46 68 60

donderdag 18 april 2013

Augustinusdag

Kerk als moeder?
 

De tweede Augustinusdag editie 2013 in De Wijzer te Zonnebeke was er weer een om vingers en duimen van af te likken. Dat had niet alleen te maken met de voortreffelijke catering maar vooral met het schitterende referaat van Lode Aerts, vicaris voor opleiding en vorming in het bisdom Gent. Inhoudelijk was het beslist een hoogstandje, geen droge, dode materie maar woorden om van te leven. Pater Wim Sleddens complimenteerde achteraf dat hij Augustinus vanuit het hart las en bracht. De manier waarmee de kerkvader ook zelf de Schrift benaderde. Een van de redenen trouwens waarom de teksten van Augustinus vandaag nog zo aangrijpen. Je voelt je onmiddellijk aangesproken, in het hart geraakt, alsof wat je leest of hoort voor jou persoonlijk is neergeschreven. Het legt meteen het wezen van je christen-zijn bloot. En die kern wekt vreugde en kracht en overstijgt elke ontmoediging. Je kunt je afvragen wat zo'n lezing bijdraagt tot kerkopbouw, wat voor concrete modellen ze aanreikt. Geen wellicht en dat is ook niet nodig want die plannen kennen we al. We voelen ons al te vaak onmachtig om die voorstellen in de praktijk om te zetten omdat we daarop te zeer defensief of angstig reageren.
Wat we daar hoorden bevrijdt ons van die kramp, erkent maar relativeert ook ons onvermogen. Dat scherpt het verlangen aan om voort te doen en het wekt ook het noodzakelijke geduld op om iedereen te aanvaarden in zijn anders-zijn.

Steen des aanstoots
Maar waarom zou je je überhaupt, al met al, met die Kerk inlaten, vraagt Lode Aerts zich terecht af. Ze is voor velen een steen des aanstoots en heeft een slechte pers. De Kerk is een heel menselijke en zwakke instantie die zich moet bewust blijven van haar fouten. Maar zelfs als beperkte en falende gemeenschap is de Kerk toch niet te scheiden van het bijbels, christelijk godsgeloof. De moeilijkheden die wij hebben met de Kerk houden daarom ten diepste ook verband met hoe veel van onze mensen vandaag die God ervaren. Vanuit een eerder vage religiositeit heeft God geen naam en geen gezicht meer. Het goddelijke hangt eerder samen met energieën, met machten en krachten die de mens in zijn bestaan ervaart. Binnen de Bijbelse traditie werd God echter op een radicaal andere manier ervaren. Hij heeft zich sinds Abraham laten kennen als een persoon die op zoek gaat naar de mens en die het bestaan met hem wil delen. Juist daarom heeft Hij – om het lapidair te zeggen – een Kerk nodig. De Kerk is de gemeenschap waarin God zich aan de mens kan laten kennen en waar Gods plan met de wereld vorm kan krijgen.



Augustinus als gids
Op onze zoektocht naar een juister begrip van de Kerk kunnen we geen betere gids volgen dan Aurelius Augustinus. Lange jaren had hij zelf de grootste moeite met de gebrokenheid van de Kerk, niet in het minst met haar gebrekkige verkondiging en haar slecht gevormde priesters. Dat was één van de redenen om zo lang zijn doopsel uit te stellen. Dat was ook een reden om na zijn bekering de zware last van het bisschopswerk dat hij op zijn schouders torste te beschouwen als een soort kwelling om tot inzicht te komen in het ware wezen van de Kerk. Wellicht heeft niemand beter dan Augustinus de zwakheid van de Kerk ingezien. En heeft niemand beter ingezien hoezeer de Kerk ondanks haar zwakheid nodig is opdat God tot de mensen kan komen. God laat zich immers zien in de zwaksten, ook in het anders-zijn en in de onvolkomenheden van medewerkers. Je vormt geen Kerk met alleen maar gelijkgezinden en gekwalificeerde mensen. Dan worden mensen buitengesloten en met hen wordt ook God zelf aan de kant gezet.

Kerk als moeder
Om God werkelijk te kunnen herkennen als 'vader' die mensen verzamelt, moeten wij op aarde herboren worden uit de gemeenschap van de Kerk. Met zijn typische volkse beelden heeft Augustinus de Kerk voortdurend 'moeder' genoemd. Het is een lievelingsthema van Augustinus. Het hoort tot de kern van zijn theologie. Immers, 'de Kerk is moeder om aan de wereld het algemene vaderschap van God te tonen'. Of nog sterker: 'de Kerk is moeder van de christenen opdat ze broer of zus van Christus kunnen worden'. Net als Jezus mogen wij thuiskomen bij de Vader. Ons leven is geen speling van het lot. Het is de diepste zin van ons leven dat wij zonen en dochters worden van God de vader. Dat is meteen de diepste bestaansreden van de Kerk.



Kerk als bruid
Om Augustinus te begrijpen, moeten wij dus beseffen dat God allerminst een vage kracht is, zoals veel van onze tijdgenoten menen. De grote ontdekking bij zijn eigen bekering was precies dat God zich als vaderlijke liefde laat kennen. Als Jezus Christus evenwel in Gods naam in de wereld binnentreedt, raakt Hij niet slechts een paar enkelingen aan. In tegenstelling tot onze moderne, individualistische mentaliteit ziet Augustinus de mens wezenlijk in verbondenheid met anderen. Niemand leeft zonder de anderen. In die brede mensenfamilie is Christus binnengetreden. Door de komst van Gods liefde vinden wij, mensen, terug perspectief. Dat kunnen wij niet zelf maken. We worden niet verlost door onze eigen goede werken, maar door te vertrouwen op Christus' liefde. Het komt erop aan voor zijn liefde open te staan. Hier ligt het beeld voor de hand van bruid en bruidegom. De menselijke gemeenschap die wordt aangeraakt door het aanbod van Christus' liefde, heet de Kerk. Zij mag aangezien worden als partner, als bruid.

Kerk als hoer
Als de Kerk geroepen is tot partnerschap met God, mogen we niet vergeten hoe ze zich tevoren – en nu nog – gedroeg als een prostituee die ontrouw was aan haar eerste liefde. Ongetwijfeld dacht Augustinus daarbij aan het wondermooie verhaal bij de profeet Ezechiël over Jeruzalem, de overspelige vrouw waarmee God een nieuw verbond sluit. De Kerk is dus wel een heel bijzondere moeder. Ze is een ontrouwe bruid, maar de bruidegom is zelf gestorven om zijn ontrouwe partner van de ondergang te redden. Dat Christus zo onverdiend tot de mens gekomen is en dat mensen daardoor herboren kunnen worden, is voor Augustinus tot op zijn laatste dag een onwaarschijnlijk wonder gebleven. Hij, die zo zeer de nabijheid van God ervaren mocht, kent ook als geen ander de diepte van de kloof tussen beide. Over Gods liefde kan hij niet spreken zonder tranen van woordeloze dankbaarheid. Daarom roept Augustinus op tot eindeloos respect en dankbare wederliefde voor zo een onverdiend geschenk.



Zelf moeder worden
Dat de mensen uit de moeder van de Kerk geboren worden, lijkt ons, autonome westerse burgers, een vreemde vergelijking. Hoe vaak klinkt het niet ijverig dat wij 'bouwen aan de Kerk' en dat wij – vooral in de hedendaagse crisis – de Kerk moeten vernieuwen en herstellen. Natuurlijk is het juist dat God onze inzet nodig heeft. Maar kunnen wij niet wat te eenzijdig zijn in onze moderne kerkvisie? Laten we het niet vergeten: de Bijbel zegt nooit dat mensen de kerk moeten opbouwen. Integendeel: 'Wanneer de Heer het huis niet bouwt, bouwen vergeefs de knechten' (Ps. 127,1). Zou Augustinus ons niet kunnen inspireren met zijn eigenaardig beeld van de Kerk als moeder? Werkelijk: het zijn niet onze kerkelijke inspanningen die het christelijk geloof helpen verspreiden. Zou dat trouwens niet de zin kunnen zijn van onze hedendaagse crisis? Er worden ontzaglijke inspanningen geleverd en toch slagen we er niet in, uit eigen kracht het tij te keren. Leert deze crisis ons niet het wezenlijke te herontdekken? Dat namelijk het geloof inderdaad een gave is, die we eerst en vooral moeten ontvangen om dan zelf – zoals Maria – met mildheid en geduld moeder te worden voor anderen. De gelovige volgt dus Maria na. Zij is het grote voorbeeld. Door haar geloof heeft zij zich zonder voorbehoud opengesteld voor Christus. Het ergste dat zou kunnen gebeuren is dat deze nieuwe geboorte van Christus in ons als christen niet levenskrachtig zou zijn. Aan zo'n misgeboorte heeft Augustinus zeker gedacht vanuit bijbelteksten zoals Jesaja 26,18: 'We leken zwanger en kronkelden van pijn, maar baarden niets dan wind'.

woensdag 17 april 2013

Gebedswake voor Roepingen

'Heb vertrouwen, hij roept je'


N.a.v. Roepingenzondag 21 april, had op dinsdagavond 16 april in de Sint-Pieterskerk te Ieper
een decanale gebedswake plaats. Vertrouwen is het grote thema voor heel de wereldkerk en dan wel vertrouwen in het goddelijk initiatief en in het menselijk antwoord daarop. Eigen zijn we allen geroepen als gedoopten. Maar we hebben ook nood aan mensen die voorgaan in de Kerk, die de weg wijzen in navolging van de apostelen en allen die Jezus heel concreet zijn achterna gegaan. We blijven dan ook bidden dat God ook vandaag het initiatief neemt en mensen, ook jongeren, aanspreekt en hen roept. We bidden dat we zelf ook vertrouwen hebben in allen die door God geroepen zijn en daarop proberen te antwoorden.

GEBED TOT GOD DIE ONS ROEPT

In de beginne, God, hebt Gij gesproken,
en in uw Woord werd de wereld geschapen,
en Gij zag dat het goed was.

Later hebt Gij tot Abraham gesproken,
die vader werd van allen die in U geloven,
omdat hij zich heeft toevertrouwd aan uw Woord.

En Gij hebt Mozes toegeroepen,
en openbaarde alles in uw heilige Naam:
'Ik zal er zijn voor u'

Ook Samuel hebt Gij geroepen.
Hij bad, geholpen, door uw priester Eli:
'Spreek, Heer, uw dienaar luistert.'

Uw engel zocht Maria op.
Hij sprak tot haar: 'Verheug u, begenadigde'
En zij antwoordde : 'Mij geschiede naar uw Woord'

In Jezus zijt Gij zelf tot menselijk Woord geworden, i
n Hem spreekt Gij U uit ten einde toe, voor ons. E
n Jezus sprak : 'Kom mee en je zult zien.'

Roep mensen samen tot uw Kerk,
Heer, roep man en vrouw tot elkaar,
roep allen tot een dienst in uw rijk.

En roep daartoe ook mensen die sprekend op U gelijken
in het ambt van priester en diaken, in het godgewijd leven
Ja, wij bidden U met aandrang, Heer,
uw volk heeft herders, dienaars en profeten nodig.

God onze Heer, roep ons tot U,
vandaag en alles dagen,
en tot in eeuwigheid. Amen.


Priester worden
Wie eraan denkt priester te worden, is voor meer informatie en nadere contactname van harte welkom bij de vormingsverantwoordelijken van het Grootseminarie van Brugge, Potterierei 72, 8000 Brugge, telefoon 050 44 49 50 of 050 44 49 58.
Wie zich wil voorbereiden op het priesterschap en daartoe volgend schooljaar de vorming op het Grootseminarie wenst aan te vangen, wordt verzocht dit voornemen voor Pinksteren kenbaar te maken. Kandidaten richten daartoe een persoonlijk schrijven aan de president van het Grootseminarie,
kanunnik Koen Vanhoutte, op bovenstaand adres.

Diaken worden
Zou je graag meer info krijgen over de diakenopleiding of over wat het diaconaat betekent?
Je bent van harte welkom bij de verantwoordelijke,
Noël Bonte
Grootseminarie Brugge, Potterierei 72, 8000 Brugge
N.Bonte@kerknet.be
Wie graag in september zou starten aan de diakenopleiding,
gelieve dan a.u.b. tegen 1 juni contact te nemen.

donderdag 11 april 2013

Samen op weg naar een pastorale eenheid

… Je kunt op meerdere manieren christen-zijn. Je kunt je trouw willen houden aan wat de Kerk ons voorhoudt te geloven. Je kunt ook eerder profetisch handelen en solidair zijn met je naasten, de armen in het bijzonder. Je kunt daarnaast God zoeken en beleven in vele spirituele en mystieke tradities, in meditatie stilte en gebed. Je kunt op cruciale momenten bij een bredere religieuze gemeenschap willen horen in volks-devotionele uitingen (kaarsen, beelden, bloemen, bedevaarten, medailles …). Je kunt ook leven van de belofte dat God ons roept tot eeuwig leven. Misschien herken je je wel in één of meerdere van die uitingen.


Maar wat vooral belangrijk is voor het voortbestaan van een parochie – klein of groot – is een kritische massa mensen die dat niet af en toe occasioneel beleeft maar permanent in samen gedragen verantwoordelijkheid. Hoe groot dat aantal mensen is, hangt af van daadkracht en uitstraling. Het grote probleem vandaag is dat dit niet of te weinig gebeurt, in gespreide slagorde en voor eigen rekening.

Op de theologische studiedag van maandag 8 april voor de decanaten Ieper en Poperinge in het Instituut 'De Lovie' in Proven bogen priesters, diakens, parochie-assistenten en verantwoordelijke stuurgroepleden zich o.l.v. diaken Geert Vervaecke over hun veranderende rol in de pastoraal van vandaag.


Responsable du tout en de tout?
Tot voor kort en sedert lang kenden we als gelovigen de pastoor als eindverantwoordelijke en draaischijf van alles en nog wat in de parochie. In het frans klinkt dat goed 'responsable du tout en de tout'. In de geesten van vele mensen – vooral randkerkelijken – hoort hij dat nog steeds te zijn ... als ze hem dan al eens nodig hebben. Maar met het snel verminderende aantal pastoors in een geseculariseerde samenleving gaat een dergelijke taakinvulling gewoon niet meer op. Opdat die situatie zich niet zou vertalen in een regelrechte afbouw van de parochiepastoraal kan het niet anders dat de gelovigen zelf sterker geresponsabiliseerd worden. Ze kunnen immers zelf heel wat taken opnemen in de verkondiging, vieringen en goede werken. Dit is trouwens al een tijdje aan de gang. Priesters laten zich steeds vaker bijstaan door diakens, parochie-assistenten, pastorale werkers en vooral door vele leken-vrijwilligers in teams of stuurgroepen. We zijn echter op een punt gekomen dat dit niet alleen kan maar nu ook niet anders kan, dat het dus gewoon 'moet'. Maar dan dat dit zomaar vragen we ons af, zijn we wel in staat tot dergelijke verantwoordelijkheid? Blijkbaar wel want los van het ambt en de wijding zelf, ontvangen alle gedoopten en gevormden van de Geest de 'waardigheid van het priesterschap' én de 'zending' om 'als priesters' God te eren door een leven in navolging van de Heer Jezus in zelfvergeten dienstbaarheid. Niemand die daaraan denkt natuurlijk wanneer hij zijn kind laat dopen of zich laat vormen. Binnen de kerkgemeenschap – en daar behoren we als gedoopten en gevormden immers toe - zijn er bovendien verschillende geestesgaven (talenten, kwaliteiten, charisma's) waardoor christenen bepaalde diensttaken in hun gemeenschap kunnen opnemen. Sommige lekengelovigen worden dan ook geroepen en door de bisschop gezonden om mee te werken in de pastorale zorg voor een geloofsgemeenschap. Vele mensen hebben het daar nog altijd heel moeilijk mee. Ze waren zo gewoon en gewend (verwend) dat een pastoor verantwoordelijk was voor het geheel en voor alles. Het hindert hen niet alleen verantwoordelijkheid op te nemen maar het het hindert evenzeer mensen die deze zending wel opnemen omdat ze hun gelovige inzet niet voor vol wordt aangezien.


Nostalgie is ongeloof!
Nostalgie naar vroeger is misplaatst en zelfs een regelrechte vorm van ongeloof. Want stellen we ons even een Kerk voor die alles heeft: mensen, geld, gebouwen, ... Zou ze dan nog geloof nodig hebben? Ze zou zo rijk zijn dat ze zich daarop zou kunnen verlaten in plaats van op God. Vandaag bevinden we ons in een situatie van armoede en dan slaat het uur van het geloof. Een bepaalde manier van vragen om veel priesters kan de indruk wekken alsof God ons verlaten heeft. Dat is dus gebrek aan geloof. God geeft ons vandaag de middelen voor de pastoraal van vandaag. Daarmee moeten we vandaag doen wat we kunnen. Het heeft geen zin te dromen van te doen wat men in de negentiende eeuw heeft gedaan met de middelen van deze tijd. Wij hebben andere mogelijkheden waarmee ons andere dingen te doen staan. Als we geen enkele twijfel toelaten over de vormen waarin pastoraal gebeurt, als we gewoon de bestaande pastoraal willen voortzetten, verstarren we. Dan zijn we de zin voor geloof en missie aan het verliezen. Veel bidden om roepingen lijkt erop alsof men tegen God zegt: “dat onze wil moge geschieden”. Het is een kwestie van geloof. Twijfel bevindt zich niet tegenover geloof maar aan de binnenkant ervan om te voorkomen dat geloof een weten zou worden. Om te zorgen dat geloof in de eerste plaats vertrouwen is.


Samen gedragen verantwoordelijkheid
Mens en wereld en dus ook de Kerk zijn – willen of niet – op een punt aanbeland dat een geloofwaardige pastoraal nog slechts in teamverband tot stand kan komen. Niemand kan nog in z'n eentje de gehele verantwoordelijkheid voor verkondiging, alle vieringen en de dienstbaarheid in naam van allen op z'n schouders torsen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan want een geloofwaardige pastoraal in team komt niet tot stand door een ongeïnteresseerd naast elkaar werken, en zeker niet in een minder of meer openlijk tegen elkaar. Maar wel in een met elkaar samenwerken van mannen en vrouwen, ervaren ouderen en impulsieve jongeren, van professionelen en vrijwilligers, van priesters, diakens en leken die zich samen tot doel stellen hier op aarde vooruit te lopen op de ervaring van het Rijk Gods dat zich vertaalt in gerechtigheid, solidariteit en medemenselijkheid. Voor de beroepskrachten komt het er ook niet enkel op aan te coördineren en werk te delegeren maar ook om vrijwilligers vertrouwd te maken met een kijk op geloofwaardige pastoraal en geïnspireerde gesprekken daarover op gang te trekken. Die beroepskrachten mogen ook niet toegespitst worden op zeer bepaalde pastorale opdrachten want daarin schuilt het gevaar dat gewijde ambtsdragers liturgisch-sacramentele functionarissen worden. Ze mogen ook niet louter vastgezet worden op de algemene leiding met het risico dat ze opgeslorpt worden door vergaderingen en administratie die hen beletten om nog dicht bij mensen te zijn, die het ook niet meer aandurven iets te vragen aan de overbezette pastoor of diaken.


Alleen als die valkuilen vermeden worden kan zo team een een geloofwaardig voorbeeld van een goede verstandhouding en omgang tussen mensen zijn. Zo dragen ze ertoe bij dat christelijke gemeenschappen beleefd worden als geloofwaardige plaatsen waar samen zorg gedragen wordt voor persoonlijk geloof, voor individuele vragen en sociale problemen, waar men leert omgaan met conflict en met consensus en waar men niettegenstaande onopgeloste problemen leeft in een klimaat van hoop en waar geen depressieve grondtoon is.

maandag 8 april 2013

Leven als christen


in een pastorale eenheid

Tot dertig jaar geleden werden geen vragen gesteld over de toekomst van onze parochies. Ze stoelden op een eeuwenlange traditie en met hoge uitzondering hadden ze nog allemaal een residerende pastoor. Vooral in landelijke gebieden was de invloed van de parochie op het leven van de mensen van in de wieg tot in het graf zeer groot. Deze zeggenschap is definitief voorbij. Mensen, verenigingen en instellingen gingen los van enige bevoogding langzaam maar zeker hun eigen wegen. De kerkgang op zondag bleef grotendeels achterwege en er wordt hoofdzakelijk nog een beroep gedaan op de Kerk voor de grote momenten van het leven. De praktijk van het doopsel, de eerste communie, het vormsel en de … begrafenis zijn nog betekenisvol maar ook tanend. De indruk ontstaat zo dat geloven nog enkel iets is voor kinderen en oude mensen.

Priestertekort?
Gemakshalve wijst men ook naar het dramatisch afgenomen priesterbestand. Laat toch priesters de keus om te trouwen, wijdt vrouwen tot priester … Maar waar moeten die dan vandaan komen? Uit diepgelovige en kerkbetrokken gezinnen die er nog in slagen het geloof door te geven? Die zou je dan tijdens de weekendvieringen op het spoor moeten komen. En ja er zijn nog gelovigen die elke week trouw op post zijn. Enkelen ervan zetten zich nog in op de parochie en steken moedig en zolang het gaat een tandje bij. Maar ook hun rangen dunnen uit. Haken ze af omwille van gezondheid, leeftijd of andere redenen, dan vallen er gaten die niet opgevuld raken. Er is ongetwijfeld nog honger naar spiritualiteit en er zijn de zinzoekers. Maar wat kunnen de parochies buiten de platgetreden paden zo'n mensen nog aanreiken? Er zijn ook nog goedmenende mensen die nog wel iets op gang zouden willen trekken maar die keuzes moeten maken. Ze zitten beroepsmatig of daarnaast verwikkeld in allerlei netwerken waar ze nodig zijn en een rol in spelen.

Is de parochie nog wel nodig?
Leven mensen nog wel in een parochiaal verband met het geloof als uitgangspunt? Hebben we die parochie ook nog wel nodig? Heeft de lokale overheid, de (fusie-)gemeente die rol niet definitief overgenomen? Ze staan in voor alles en nog wat … op sociaal-economisch en cultureel vlak met een fijnmazige dienstverlening (OCMW, Cultuur, Jeugd, Senioren, Sport, Onderwijs, Ontwikkelingssamenwerking …) Ze ontwikkelen op professionele wijze, met gekwalificeerde beroepskrachten en met veel middelen zinvolle initiatieven … voor iedereen, voor alle leeftijden en lagen van de bevolking en los van hun levensbeschouwelijke overtuiging.

Eigen territorium en kerkgebouw zijn heilig.
Wat vandaag nog in veel parochies gebeurt zijn restactiviteiten. Mensen zijn ooit iets zinvols begonnen (bv. Vormselcatechese, Missiewerking, acties Broederlijk Delen, Ziekenzorg … ) in een breder en zinvol verband en blijven er veelal los van elkaar mee doorgaan tot het ophoudt. Van uit hun idealisme gaan ze er nog te vaak van uit dat iedereen christen is of zou 'moeten' zijn. Ze beschouwen het geloof dat met het vormsel definitief verworven is, als gemeengoed en het is derhalve ook niet meer nodig daarover van gedachten te wisselen en het met elkaar te verdiepen. Het eigen territorium en kerkgebouw zijn heilig. Desnoods overhaalt men mensen uit andere parochies die zwakker staan en over geen dienstdoende pastoor meer beschikken om daar de dienst te komen uitmaken. Een priester of een diaken wordt vaak beschouwd als een functionaris die de bestaande toestand helpt in stand te houden en de mensen op afroep bijstaat. Eens die nood gelenigd is, eindigt het. De Kerk, de parochie is op die manier allesbehalve een samenwerkingsverband van christen-gelovigen waar het geloven constant samen geleerd, gevierd en gedaan wordt. Aan zo'n houding gaan op termijn zelfs sterkere parochies kapot.

Wat zijn Pastorale Eenheden?
Tot nu toe zijn er nog 362 parochies in ons bisdom. 362 parochies waar het aantal praktizerende christenen heel sterk is afgenomen. Een groot aantal parochies slagen er objectief niet meer in alle kerntaken (catechese of verkondigen, liturgie of vieren en diaconie of dienstbaarheid) betekenisvol te vervullen. In de ware betekenis van het woord zijn het dan ook geen parochies meer en heeft het niet langer zin de schijn langer hoog te houden. Beter is binnen één bepaald, verruimd gebied na te gaan hoe krachten en middelen kunnen worden ingezet om nieuwe territoriaal weliswaar grotere parochies met een levenskrachtige kern in de steigers te zetten.

Gebeurde dat dan niet binnen de al vroeger opgezette federaties als een samenwerkingsverband tussen de huidige nog zelfstandige parochies?
Eerlijkheidshalve nee! Het bracht wel wat toenadering tussen mensen maar als puntje bij paaltje komt, is het hemdje nog altijd nader dan de rok. In een nieuw op te richten 'Pastorale Eenheid' verliezen de meewerkende parochies hun zelfstandigheid en worden één nieuwe parochie. Ze komen onder de leiding te staan van een team beleidsverantwoordelijken waaronder één pastoor. Er komen verplicht vier werkgroepen liturgie, diaconie en verkondiging en communicatie om dat beleid op het terrein te concretiseren. Er komt een centraal secretariaat waar administratie en financies verenigd zijn. Lokaal in de dorpen wordt waar het nodig geacht wordt een ondersteunende of adviserende raad en/of een contactpersoon geïnstalleerd die loyaal met het team samenwerkt. Kernvragen zijn nu welke parochies hier deel van willen uitmaken en wat de plaats en de betekenis van de bestaande kerken wordt in de nieuwe parochie? In de eerste maanden volgen nu hierover gesprekken en moet er een gemotiveerde aanvraag gericht worden aan het bisdom tot erkenning. Deze komt er pas als kan aangetoond worden als effectief aan alle voorwaarden kan worden voldaan.

Missionaire pastoraal
Christen-zijn is in deze tijd steeds meer een keuze waarin we elkaar steunen. Er is een grote nood aan herbronning, aan verdieping en vernieuwing van ons geloof. Er is een grote nood aan een nieuwe missionaire pastoraal waarin het geloof gedeeld en aangeboden wordt, waarin mensen opnieuw uitgenodigd worden te geloven en te getuigen. Open naar alle mensen die christen willen worden of hun geloof nieuw leven willen inblazen. En het mag niet meer bij woorden blijven. Er moet effectief iets gebeuren. En zelfs als we deze uitdaging aangaan is dat nog geen garantie op slagen. Als we falen en dat is verre van denkbeeldig dan zullen we als enkelingen binnen vijf tot tien jaar – voor wat het katholieke geloof betreft – aangewezen zijn op het aanbod in de steden of religieuze centra (Ieper, Roeselare, Kortrijk … Dadizele …).

Hoe beleef ik mijn christen-zijn?
Je kunt op meerdere manieren christen-zijn. Je kunt je trouw houden aan wat de Kerk ons voorhoudt te geloven. Je kunt profetisch handelen en solidair zijn met je naasten, de armen in het bijzonder. Je kunt God zoeken en beleven in vele spirituele en mystieke tradities, in meditatie stilte en gebed. Je kunt op cruciale momenten bij een bredere religieuze gemeenschap willen horen in volks-devotionele uitingen (kaarsen, beelden, bloemen, bedevaarten, medailles …). Je kunt ook leven van de belofte dat God ons roept tot eeuwig leven. Misschien herken je je wel in één of meerdere van die uitingen. Maar wat vooral belangrijk is voor het voortbestaan van een parochie – klein of groot – is een kritische massa mensen die dat niet af en toe occasioneel beleeft maar permanent in samen gedragen verantwoordelijkheid. Hoe groot dat aantal mensen is, hangt af van daadkracht en uitstraling.
Het grote probleem vandaag is dat dit niet of te weinig gebeurt, in gespreide slagorde en voor eigen rekening.

dinsdag 2 april 2013

Augustinusdag 2013 Zonnebeke

VANDAAG LEVEN ALS CHRISTEN

… in een pastorale eenheid, voegen we er buiten de titel volledigheidshalve aan toe.

In onze tijd van grote overgangen is de Kerk voor vele christenen de steen des aanstoots. Voor de enen staat ze niet voldoende open voor de toekomst en voor de anderen is ze niet trouw genoeg aan haar verleden. Nu we afscheid nemen van een door en door katholieke cultuur, heeft de Kerk een slechte pers.


Parochies vervellen alweer van 'federaties' in nieuw op te richten 'pastorale eenheden'. Er wordt al langer over gepraat. “Ach, het zal onze tijd nog wel duren”. Maar nee, zelfs met oogkleppen aan, kun je er niet meer onderuit. Het wordt menens! Dat schept onrust, verwarring … en toch als we maar enigszins wegkomen vanonder die kerktoren – en beslist niet meer dan nodig – ontplooit er zich een schitterend vergezicht, waar alles weer helder wordt. Een omgeving waar we opnieuw ten volle ons christen-zijn kunnen beleven zoals het hoort. Los van elke kramp ons vanuit de Schrift geroepen te weten om samen het geloof te vieren, te leren en elkaar in geloof te dienen. Christen zijn in een pastorale eenheid behelst zoveel meer dan die zoveelste reorganisatie. Het is een definitieve stap voorwaarts.

Op deze studiedag, gaan we door - als tussentijdse uitloper van het Steek-overproject - op het elan van het Leerhuis 'Kerk-binnenste-buiten' en we verdiepen we ons in het 'Handvest voor de Pastorale Eenheid' van het Bisdom Brugge en de rol daarin van alle mogelijke betrokkenen. Maar we starten vanuit de inzichten van kerkvader Sint-Augustinus.

Augustinus erkende als weinig anderen de zwakheid en de zonde van de Kerk. Toch heeft er haast niemand de Kerk met meer passie verdedigd dan bisschop Augustinus. Ondanks al haar zwakheid ervaart hij de Kerk gewoon als onmisbaar. Om te geloven en om als christen te leven, kun je immers niet zonder Kerk. Voor Augustinus is de kerkgemeenschap vrouwelijk en moederlijk: op een of andere manier staat de kerk aan de wieg van het geloven zelf. Je kunt niet je zelf gelovig maken. je moet het geloof ontvangen van andere christenen en vooral van een gelovige gemeenschap, waarin Jezus werkzaam is. Die Bijbelse visie van Augustinus kan ons in onze actuele kerkelijke veranderingen inspireren…

Doelgroep
We richten ons tot iedereen die waar dan ook parochiaal of in aansluitende pastorale verbanden, warm en zinvol en gedragen wil meeleven in de catechese, liturgie of diaconie, symphatiseert of op zoek is naar (augustijnse) christelijke spiritualiteit en levensverdieping. We hopen dat dit verder een aanzet mag zijn tot diepe vriendschappen, levendige geloofsgemeenschappen over alle grenzen heen ...

Programma
09.30 – 10.00 u. Onthaal met koffie, thee ...
10.00 – 10.15 u. Welkom, inleiding en mededelingen door diaken Lode Caes
10.15 – 11.15 u. Conferentie, Lode Aerts, vicaris voor opleiding en vorming in het
bisdom Gent, grasduint in de teksten van deze kerkvader, laat ze ons fijnproeven en gooit ze op ons leven en ons kerk-zijn
11.15 – 11.30 u. Korte pauze
11.30 – 12.15 u. Afsluit conferentie, gelegenheid tot het stellen van vragen en discussie
12.15 – 13.45 u. Lunchpauze, broodbuffet met soep …
13.45 – 16.00 u. Leven als christen in een pastorale eenheid,
begeleiding Lode Caes, permanent diaken, voltijds actief in de Federatie Sint-Augustinus, Zonnebeke.
16.00 – 16.30 u. Gebedsdienst
Daarna tijd en ruimte voor ontmoeting bij een natje en een droogje ...

Datum
Zaterdag 13 april 2013 vanaf 9.30 u.

Locatie
Basisschool 'De Wijzer', Ieperstraat 2a, Zonnebeke

Deelname
Om logistieke redenen graag inschrijven liefst voor 10 april 2013
0 ofwel voor de gehele dag met lunchpauze
0 ofwel voor de conferentie van Lode Aerts in de voormiddag
via kerkinzonnebeke@gmail.com

Vrije bijdrage
Syllabus beschikbaar

Info
Lode Caes, diaken
tel. 0478 32 52 55
lode.caes@telenet.be
www.kerkinzonnebeke.be