Pagina's

Posts tonen met het label Kerkgeschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kerkgeschiedenis. Alle posts tonen

donderdag 23 februari 2017

Van (religieuze) in-tolerantie


De Zonnebeekse Heemvrienden organiseerden donderdagavond 9 februari een boeiende lezing in Bib De Letterschuur. Mario Dujardin, redactielid en historicus, weidde uit over een bijzondere woelige periode in onze geschiedenis met religieus fanatisme en de gekende Beeldenstorm in 1566 als een van de dieptepunten. Aansluitend kaderde en projecteerde Luc Devoldere, afgevaardigd bestuurder en hoofdredacteur van Ons Erfdeel V.Z.W. , het gegeven van (religieuze) in-tolerantie op onze huidige maatschappij en hoe daar mee om te gaan.


We staan er zelden of nooit bij stil, maar de periode van de Beeldenstorm en de daarop volgende 80-jarige oorlog (1568-1648), was samen met de Eerste Wereldoorlog de grootste catastrofe die onze streek ooit teisterde. Die Beeldenstorm, was als het ware het plaatselijke lont aan een kruitvat, een explosief mengsel van maatschappelijke ontwikkelingen op religieus, filosofisch, cultureel, economisch en politiek vlak.

Christus is de enige middelaar

Het Protestantisme begon als een hervormingsbeweging binnen de Katholieke Kerk zelf. Een goedbedoelde reactie tegen allerlei mistoestanden en uitwassen die met het geloof zelf nog weinig van doen hadden. De opleiding van de clerus was helemaal ondermaats of onbestaande. Vaak was het ambt louter een lucratief inkomen met status geworden voor aan lager wal verzeilde edellieden. Sommigen waren niet eens geletterd. Er was het misbruik en gesjacher rond aflaten, gekoppeld aan zogenaamde goede werken. Als reactie werd gepleit voor een radicale (vaak letterlijke) interpretatie en handelswijze vanuit de Schrift zelf. Alle vormen van bemiddeling via heiligen en geestelijken werden afgewezen. Christus is de enige middelaar tussen God en de mens. Een reden te meer om alle beelden, schilderijen, brandramen in kerken te vernietigen en ze zo klaar te maken voor de nieuwe eredienst.

Het opkomende Humanisme en z’n belangstelling voor de antieke cultuur, klassieke bronteksten, betere bijbelvertalingen, bepleit tolerantie en vertrouwt vooral op het vermogen van de mens om zelf zijn leven zin te geven. Erasmus en Spinoza zijn hier de bekendste protagonisten. Mede door de ontwikkelingen van de boekdrukkunst – het internet van die tijd – drongen de nieuwe inzichten en ideeën ook tot hier door. In de lokale Latijnse scholen van de streek en de rederijkerskamers met hun vaak gewaagde toneelspelen werd het nieuwe gedachtengoed weid verspreid.

Hagepreken

Bijbellezingen waarop bijbelpassages gelezen en bediscussieerd werden, kregen grote belangstelling en moesten buiten gehouden worden. Uit angst voor de overheid verstopten de predikanten en hun volgelingen zich achter hagen en bomen, wat de term hagepreken verklaart. De slechte economische toestand, de teloorgang van de lakennijverheid, mislukte oogsten, wakkerde de ontevredenheid van de verpauperde bevolking alleen maar aan en maakte ze des te vatbaarder voor radicale opvattingen.

Contra-reformatie en inquisitie

Het antwoord van de De Katholieke Kerk was de Contra-reformatie die het protestantisme in al zijn varianten als dwaalleer bestempelde en o.a. bestrijdde via de inquisitie. De opleiding van de clerus werd nu geregeld via semiaries. Het eerste seminarie in de Lage Landen kwam in Ieper tot stand onder bisschop Riethovius. Hij begeleidde ook de graaf Egmont naar het schavot en speelde een matigende rol tijdens het schrikbewind van de hertog van Alva.

De plaatselijke adel voelde zich door de maatregelen van de Contra-reformatie en het neigende absolutisme van de Europese vorsten buiten spel gezet en koos vaak uit opportunisme of overtuiging de zijde van de opstandelingen. Aanvankelijk werden ze als tegenstanders van de Spaanse koning Filips II met de term geuzen bedacht. Later verwees de term specifiek naar de rebellen die te land (bosgeuzen) of te water (watergeuzen) de Spanjaarden bevochten. In 1577 vond te Gent een calvinistische machtsgreep plaats, waarbij de bisschoppen van Brugge en Ieper werden gevangen genomen. Door toedoen van de hertog van Parma kwam pas in 1584 het bisdom weer onder zijn gezag.

Op de vlucht

Tussen 1580 en 1600 ging de bevolking massaal op de loop. Met have en goed vluchtten ze voor de terreur als gevolg van religieuze en politieke spanningen. De Menenaars bijvoorbeeld trokken in grote getale naar Haarlem, de Wervikanen vormden dan weer een colonie in Leiden. Onze contreien verloren op die manier ook hun leidende economische positie. Maar voor het Noorden was het mede door deze instroom het begin van een tot dan toe ongekende opbloei: de Gouden Eeuw.

Onze dorpen waren echte spookdorpen geworden. De boerderijen waren verlaten, de landerijen lagen er totaal verwilderd bij. Een serieuze streep door de rekening van de grootgrondbezittters, de clerus (de abdijen, kloosters) en de adel. Die zagen nauwelijks nog mogelijkheden om inkomsten te genereren uit hun bezittingen.

Het duurde tientallen jaren om de streek te herbevolken en de economie op een zeker peil te brengen. Daarvoor trokken ze met belastingsvoordelen ‘goede’ katholieken aan uit Noordfranse regio, Artesië … Dat verklaart hier meteen het hoge aantal franstalige namen, zoals Dujardin, Leterme, Ghesquière, Parmentier, Desramault, Descamps, Dumortier, Parez … en vele anderen.

Holland-België

De uitkomst van de gebeurtenissen toen, ligt verder weerspiegeld in de huidige Belgisch-Nederlandse grens. De frontlinie van de strijdende partijen toen, het vastgelopen conflict tussen Spanje en Oranje met de ‘Vrede van Munster’ (1648) tot gevolg. Ze bepaalt ook tegen wil en dank onze volksaard. De Contra-reformatie als weerwerk tegen de Reformatie, in hoofdzaak het Calvinisme, heeft z’n effect niet gemist.

Gelovig of niet, gedoopt of ontdoopt, van welke politieke strekking ook, die katholieke onderstroom van toen bepaalt nog grotendeels ons optreden, onze normen en waarden. Wij zijn gezagsgetrouwer, bescheidener, bedeesder, wolliger, vager, chaotischer … Een Nederlander is recht voor de raap, mondiger, relaxer, zakelijker, principiëler, zuiniger, geordend… Veralgemeningen die niet altijd opgaan maar toch globaal herkenbaar zijn en vaak toe te schrijven zijn aan het toenmalig conflict.


Het wezen van tolerantie

Meningsverschillen en daarmee leren omgaan is van alle tijden. De Griekse schrijver Herodotus stelde al in de vierde eeuw voor Christus dat ‘de conventie de koning is van alles’. Dat is wat mensen onder elkaar afspreken wat ze vinden van de dingen, wat ze normaal vinden. Hij kon op zijn reizen vaststellen dat van streek tot landstreek gewoonten en gebruiken behoorlijk konden verschillen. Tolerantie nu is het verdragen van ‘het andere’ of van ‘iemands anders zijn’. Mede door toenemende migratie en mobiliteit, de mogelijkheden ook van moderne communicatie is tolerantie, het (vreedzaam) omgaan met meningsverschillen en het vreemde meer dan ooit actueel.

Belangrijk is om te beginnen gewoon al te aanvaarden dat het ons biologisch eigen is, dat het gewoon menselijk is, al wat vreemd is, spontaan te wantrouwen, dat het bron van angst kan zijn en tot agressie kan leiden. De meest banale gedragingen als bijvoorbeeld slurpen kunnen al tot irritatie leiden.

Een Europese vinding

Tolerantie lijkt wel een Europese vinding. Het begon met het omgaan met andere opvattingen binnen het Christendom. De Katholieke Kerk is al van in het begin belaagd geweest met schisma’s. Maar gaandeweg vanaf de 17-de en 18-de eeuw ging het niet louter meer over de correcte interpretatie van de leer, maar werd ook de ultieme godsvraag gesteld. Bestaat Hij wel? Nietsche stelde in de 19-de eeuw dat God dood was. Daarmee bedoelde hij dat de absolute waarheid niet bestaat. Dat er alleen maar perspectieven zijn op waarheden, die we dan nog zelf maken en tijdelijk zijn en met mekaar kunnen botsen. Zo worden wij onszelf in chaos. Dat is de werkelijkheid geworden van het hedendaagse, geseculariseerde Vlaanderen, dat zich tenminste bevrijdt heeft van de macht van de Kerk over zijn denken. Maar het zadelt ons meer dan ooit op met de opgave tolerant te zijn.

Van rekkelijken en strikten

Tolerantie is een delicate oefening tussen ‘rekkelijkheid’ en ‘striktheid’, tussen ‘gedogen’ en ‘zuiveren’. Wetten opleggen en tegelijk de nodige hypocrisie kunnen opbrengen, als olie die het samenleven mogelijk maakt. Het ijkpunt is de openbare orde die niet in het gedrang mag komen. De Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper formuleert voor ons de paradox van de tolerantie, wanneer hij schrijft dat: “Onbeperkte tolerantie leidt tot het verdwijnen van tolerantie”. De netelige kwestie dus, wanneer we moeten ophouden tolerant te zijn om tolerantie als basis van ons samenleven te behouden. Het heeft te maken met het wezenlijke van onze democratie als het omgaan met conflicten zonder dat het gewelddadig wordt. Het heeft te maken met onze instituties, waar voldoende zoals naar Amerrikaans model “check and balances” zijn ingebouwd.

Cruciaal is ook de kunst om met ‘vrije meningsuiting’ om te gaan. Hoever kun je daarin gaan? Is ze absoluut? De opkomst van de sociale media maakt de vraag prangender dan ooit. Er zijn domme, smakeloze, verwerpelijke en zelfs verboden meningen. Je kan deze laatste in geval van racisme wettelijk verbieden, omdat ze hatelijk zijn en geweld uitlokken. Maar je kan nooit beletten dat ze ‘gedacht’ worden. Je kan er correcte informatie tegenover plaatsen. Je kan er ook goed fatsoen en hoogstaande morele principes tegenaan gooien, maar die stoelen dan weer op conventies en die kunnen wel eens verschillen. Karel van het Reve, de Nederlandse letterkundige en essayist, heeft het bij het rechte eind als hij beweert dat: “Ik geloof niet dat je meningen effectief kan bestrijden door ze te verbieden”.

We agree, that we disagree

We hebben misschien in de illusie geleefd, dat we in een multi-culturele samenleving konden leven, waarbij we het idyllisch en fantastisch vinden dat mensen zoveel van elkaar verschillen. We leven eerder in een inter-culturele, gesegregeerde maatschappij waar verschillende groepen mensen, naast elkaar leven met diverse conventies hebben. In zo’n context hoeft dat op zich geen onoverkomelijk probleem te zijn als integratie – zo leert de geschiedenis het – maar geleidelijk kan gebeuren, als we nieuwkomers perspectieven en mogelijkheden bieden. Het is geven en nemen. Daarbij komt het er verder op aan tot een minimale consensus te komen, ze minstens met de lippen te belijden als het gaat over de gelijkheid van man en vrouw, de integriteit van het menselijk leven, het aanvaarden van een democratische, soevereine rechtstaat, vrije meningsuiting, vrijheid van religie of levensovertuiging en toch scheiding van kerk en staat.

Het minste dat we moeten doen om samen te leven, is het minimale aanvaarden van het andere en het vreemde. Desnoods constateren en overeenkomen, dat we het eens zijn, dat we het over alles niet eens zijn, maar het daar dan ook bij laten.