Pagina's

zaterdag 25 februari 2017

Tot iedereen mee is


‘Broederlijk Delen’ reikt ons als centraal symbool in deze vastentijd de kieswijzer aan. Dat is een wegwijzer die ons wil helpen om bewust richting te kiezen. Wegwijzers helpen ons de weg te vinden. Welke richting ga ik met mijn leven? Door wie of wat laat ik me leiden? Welke waarden en normen doen me een richting kiezen? De veertigdagentijd geeft ons de kans om halt te houden en bij zo’n wijzer na te denken over de richting die wij christenen willen gaan. Broederlijk Delen wijst ons wereldwijd het pad naar de ‘liefde’ en de ‘rechtvaardigheid’.

Hoe het allemaal begon
Broederlijk Delen ontstond als een noodhulpactie. In de vastenperiode van 1961 riepen de Belgische bisschoppen de gelovigen op tot solidariteit met de noodlijdende bevolking in Congo. Na de onafhankelijkheid was in de Kasaï een hongersnood uitgebroken. De kerkgangers werden uitgenodigd om hun vasten op een geëngageerde manier te beleven. Wat men uitspaarde door soberheid, kon men ‘broederlijk delen’ met de noodlijdende bevolking in onze vroegere kolonie. De respons was groot. Een nieuwe vastenbeleving kreeg gestalte. Het klassieke drieluik ‘vasten als tijd van gebed, boete en werken van barmhartigheid’ werd vervangen door het nieuwe trio ‘tijd van bezinning, bekering en solidariteit’.

De band tussen solidariteit en versobering die toen werd gelegd, heeft Broederlijk Delen nooit meer losgelaten. Ook vandaag is de christelijke spiritualiteit het zingevingsmodel van waaruit de werking vertrekt. De grondtoon van de spiritualiteit van Broederlijk Delen bleef steeds dezelfde: vanuit het bijbelse visioen reflecteren op wat er in de wereld gebeurt, persoonlijke ommekeer (wat moet ik in mijn leven veranderen?) én concrete solidariteit met de armsten in de wereld. Vrij snel kreeg deze solidariteit een ruimere invulling. Persoonlijk engagement moet ook structureel en maatschappelijk vertaald worden om tot duurzame veranderingen te komen en tot een rechtvaardige wereld.


Populorum Progressio
In de sociale leer van de kerk zien we een gelijkaardige omslag. In Populorum Progressio, verschenen in 1967 en dus exact 50 jaar geleden, zegt paus Paulus VI dat er meer dan herverdeling van goederen nodig is voor de ontwikkeling van alle volkeren. Er spelen namelijk ook heel wat economische en politieke factoren mee. Hij heeft vooral kritiek op het kapitalisme dat ervan uitgaat dat de vrije markt automatisch zal leiden tot een rechtvaardige maatschappij. Hiertegenover plaatst de paus het concept van de integrale ontwikkeling van iedere mens en van de gehele mens. “Wij zijn het er niet mee eens, dat men het economische scheidt van het menselijke en dat men ontwikkeling losmaakt van de beschaving waartoe ze behoort. Wat voor ons telt, is de mens, iedere mens, iedere groep van mensen, tot de gehele mensengemeenschap toe.” (Populorum Progressio nr. 14) Ontwikkeling moet gerealiseerd worden door middel van hulp, rechtvaardige structuren en naastenliefde.

Rechtvaardigheid en duurzaamheid door de jaren
Populorum Progressio stimuleerde Broederlijk Delen om door te gaan op de ingeslagen weg. Elke vastencampagne informeren ze mensen rond wereldproblemen, maken ze analyses, vragen ze om solidair te zijn met arme bevolkingsgroepen in de ontwikkelingslanden en nodigen ze ons uit om stil te staan bij onze eigen manier van leven. In het Zuiden ondersteunen ze initiatieven van de lokale bevolking. Ze werken met het talent dat ter plaatse aanwezig is en met respect voor de lokale cultuur. De kerngedachte dat de wereld rechtvaardiger wordt als we steeds opnieuw delen en herverdelen, behoort tot het DNA van de organisatie. Langetermijnresultaten, die leiden tot duurzame veranderingen in het leven van de plaatselijke bevolking waren steeds het doel.

Deze kernidee van Broederlijk Delen werd doorheen de jaren verrijkt met nieuwe inzichten. In 1989 voerde Broederlijk Delen campagne voor het behoud van het tropisch regenwoud. Milieu werd een nieuw topic. In 2002 focuste de campagne op de ecologische draagkracht van de aarde en op de verantwoordelijkheid van het Noorden tegenover het Zuiden. Vanaf dan plaatst Broederlijk Delen de ecologische component centraal en zit zij ingebakken in onze visie, beleid, strategie en praktijk.

Het recente denken rond ontwikkelingssamenwerking binnen de kerk
De kerkelijke leer daarentegen zette het begrip ‘rechtvaardigheid’ steeds lager op de agenda. Onder paus Johannes Paulus II was dit te wijten aan zijn argwaan tegenover het communisme en ook tegenover de bevrijdingstheologie, die heel sterk inzette op maatschappelijke rechtvaardigheid. Onder paus Benedictus XVI lijkt de kerk zelfs te kiezen voor liefdadigheid als enige vorm van solidariteit. Paus Franciscus draait de zaken opnieuw om.

Het meest opvallende document in dit opzicht is zijn encycliek Laudato Si. Nieuw in vergelijking met Populorum Progressio is de verwijzing naar de ecologische crisis, waarvoor hij de mens verantwoordelijk acht. De ecologische uitdagingen worden in deze encycliek niet losgekoppeld van het denken rond sociale vraagstukken als wereldwijde armoede en uitsluiting. Meer zelfs, aspecten als zorg voor de natuur, rechtvaardigheid voor de armen, maatschappelijke inzet en innerlijke vrede zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De wereld staat onder druk en behoeft een globaal antwoord. Structurele veranderingen, waaronder een nieuw ontwikkelingsmodel en een andere definitie van vooruitgang zijn nodig, gekoppeld aan veranderingen in de individuele levensstijl.



Kiezen voor een nieuwe visie
Laudato Si daagt Broederlijk Delen en ons uit uit om opnieuw na te denken over wat we onder ontwikkeling verstaan. Het gangbare ontwikkelingsdenken houdt onvoldoende tot geen rekening met de draagkracht van onze aarde en schaadt onze levensnoodzakelijke ecosystemen. Het sluit ook grote groepen mensen in de samenleving uit. Overal neemt de ongelijkheid tussen arm en rijk toe. Zo kunnen we niet meer verder. Onze wereld heeft nood aan een nieuw maatschappelijk project. Dat vraagt om radicale keuzes, van ieder van ons maar ook van alle groepen, alle landen en de internationale gemeenschap.
Kiezen we voor alsmaar meer, alsmaar groter? Of kiezen we voor een alternatieve reële vooruitgang: met minder energie maar meer warmte, met minder ongelijkheid maar meer solidariteit? De grond van deze keuze is een debat over waarden. Een politiek en maatschappelijk debat waar de oproep klinkt om niet langer steeds dezelfde crisisrecepten uit de kast te halen.

De hamvraag luidt voor ons allemaal: hoe kunnen we goed leven met zoveel verschillende volkeren op één planeet met beperkte draagkracht? Dat is de uitdaging waar we voor staan. Met Broederlijk Delen kiezen we om deze nieuwe manier van denken het uitgangspunt van ons handelen te maken. Om zo mee te bouwen aan een rechtvaardigere wereld met een duurzame toekomst voor iedereen. Het ‘goede leven’ nemen we als richtsnoer en uitdaging om samen met anderen maatschappelijke verandering te realiseren in Europa, het Midden-Oosten, Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Vanuit de overtuiging dat dit de enige manier is om werk te maken van een wereld met toekomst voor iedereen, ook voor de volgende generaties. Tot iedereen mee is! Vanuit de overtuiging ook dat we zo de kern van vasten als ‘tijd van bezinning, ommekeer en solidariteit’ blijven waarmaken.

donderdag 23 februari 2017

Van (religieuze) in-tolerantie


De Zonnebeekse Heemvrienden organiseerden donderdagavond 9 februari een boeiende lezing in Bib De Letterschuur. Mario Dujardin, redactielid en historicus, weidde uit over een bijzondere woelige periode in onze geschiedenis met religieus fanatisme en de gekende Beeldenstorm in 1566 als een van de dieptepunten. Aansluitend kaderde en projecteerde Luc Devoldere, afgevaardigd bestuurder en hoofdredacteur van Ons Erfdeel V.Z.W. , het gegeven van (religieuze) in-tolerantie op onze huidige maatschappij en hoe daar mee om te gaan.


We staan er zelden of nooit bij stil, maar de periode van de Beeldenstorm en de daarop volgende 80-jarige oorlog (1568-1648), was samen met de Eerste Wereldoorlog de grootste catastrofe die onze streek ooit teisterde. Die Beeldenstorm, was als het ware het plaatselijke lont aan een kruitvat, een explosief mengsel van maatschappelijke ontwikkelingen op religieus, filosofisch, cultureel, economisch en politiek vlak.

Christus is de enige middelaar

Het Protestantisme begon als een hervormingsbeweging binnen de Katholieke Kerk zelf. Een goedbedoelde reactie tegen allerlei mistoestanden en uitwassen die met het geloof zelf nog weinig van doen hadden. De opleiding van de clerus was helemaal ondermaats of onbestaande. Vaak was het ambt louter een lucratief inkomen met status geworden voor aan lager wal verzeilde edellieden. Sommigen waren niet eens geletterd. Er was het misbruik en gesjacher rond aflaten, gekoppeld aan zogenaamde goede werken. Als reactie werd gepleit voor een radicale (vaak letterlijke) interpretatie en handelswijze vanuit de Schrift zelf. Alle vormen van bemiddeling via heiligen en geestelijken werden afgewezen. Christus is de enige middelaar tussen God en de mens. Een reden te meer om alle beelden, schilderijen, brandramen in kerken te vernietigen en ze zo klaar te maken voor de nieuwe eredienst.

Het opkomende Humanisme en z’n belangstelling voor de antieke cultuur, klassieke bronteksten, betere bijbelvertalingen, bepleit tolerantie en vertrouwt vooral op het vermogen van de mens om zelf zijn leven zin te geven. Erasmus en Spinoza zijn hier de bekendste protagonisten. Mede door de ontwikkelingen van de boekdrukkunst – het internet van die tijd – drongen de nieuwe inzichten en ideeën ook tot hier door. In de lokale Latijnse scholen van de streek en de rederijkerskamers met hun vaak gewaagde toneelspelen werd het nieuwe gedachtengoed weid verspreid.

Hagepreken

Bijbellezingen waarop bijbelpassages gelezen en bediscussieerd werden, kregen grote belangstelling en moesten buiten gehouden worden. Uit angst voor de overheid verstopten de predikanten en hun volgelingen zich achter hagen en bomen, wat de term hagepreken verklaart. De slechte economische toestand, de teloorgang van de lakennijverheid, mislukte oogsten, wakkerde de ontevredenheid van de verpauperde bevolking alleen maar aan en maakte ze des te vatbaarder voor radicale opvattingen.

Contra-reformatie en inquisitie

Het antwoord van de De Katholieke Kerk was de Contra-reformatie die het protestantisme in al zijn varianten als dwaalleer bestempelde en o.a. bestrijdde via de inquisitie. De opleiding van de clerus werd nu geregeld via semiaries. Het eerste seminarie in de Lage Landen kwam in Ieper tot stand onder bisschop Riethovius. Hij begeleidde ook de graaf Egmont naar het schavot en speelde een matigende rol tijdens het schrikbewind van de hertog van Alva.

De plaatselijke adel voelde zich door de maatregelen van de Contra-reformatie en het neigende absolutisme van de Europese vorsten buiten spel gezet en koos vaak uit opportunisme of overtuiging de zijde van de opstandelingen. Aanvankelijk werden ze als tegenstanders van de Spaanse koning Filips II met de term geuzen bedacht. Later verwees de term specifiek naar de rebellen die te land (bosgeuzen) of te water (watergeuzen) de Spanjaarden bevochten. In 1577 vond te Gent een calvinistische machtsgreep plaats, waarbij de bisschoppen van Brugge en Ieper werden gevangen genomen. Door toedoen van de hertog van Parma kwam pas in 1584 het bisdom weer onder zijn gezag.

Op de vlucht

Tussen 1580 en 1600 ging de bevolking massaal op de loop. Met have en goed vluchtten ze voor de terreur als gevolg van religieuze en politieke spanningen. De Menenaars bijvoorbeeld trokken in grote getale naar Haarlem, de Wervikanen vormden dan weer een colonie in Leiden. Onze contreien verloren op die manier ook hun leidende economische positie. Maar voor het Noorden was het mede door deze instroom het begin van een tot dan toe ongekende opbloei: de Gouden Eeuw.

Onze dorpen waren echte spookdorpen geworden. De boerderijen waren verlaten, de landerijen lagen er totaal verwilderd bij. Een serieuze streep door de rekening van de grootgrondbezittters, de clerus (de abdijen, kloosters) en de adel. Die zagen nauwelijks nog mogelijkheden om inkomsten te genereren uit hun bezittingen.

Het duurde tientallen jaren om de streek te herbevolken en de economie op een zeker peil te brengen. Daarvoor trokken ze met belastingsvoordelen ‘goede’ katholieken aan uit Noordfranse regio, Artesië … Dat verklaart hier meteen het hoge aantal franstalige namen, zoals Dujardin, Leterme, Ghesquière, Parmentier, Desramault, Descamps, Dumortier, Parez … en vele anderen.

Holland-België

De uitkomst van de gebeurtenissen toen, ligt verder weerspiegeld in de huidige Belgisch-Nederlandse grens. De frontlinie van de strijdende partijen toen, het vastgelopen conflict tussen Spanje en Oranje met de ‘Vrede van Munster’ (1648) tot gevolg. Ze bepaalt ook tegen wil en dank onze volksaard. De Contra-reformatie als weerwerk tegen de Reformatie, in hoofdzaak het Calvinisme, heeft z’n effect niet gemist.

Gelovig of niet, gedoopt of ontdoopt, van welke politieke strekking ook, die katholieke onderstroom van toen bepaalt nog grotendeels ons optreden, onze normen en waarden. Wij zijn gezagsgetrouwer, bescheidener, bedeesder, wolliger, vager, chaotischer … Een Nederlander is recht voor de raap, mondiger, relaxer, zakelijker, principiëler, zuiniger, geordend… Veralgemeningen die niet altijd opgaan maar toch globaal herkenbaar zijn en vaak toe te schrijven zijn aan het toenmalig conflict.


Het wezen van tolerantie

Meningsverschillen en daarmee leren omgaan is van alle tijden. De Griekse schrijver Herodotus stelde al in de vierde eeuw voor Christus dat ‘de conventie de koning is van alles’. Dat is wat mensen onder elkaar afspreken wat ze vinden van de dingen, wat ze normaal vinden. Hij kon op zijn reizen vaststellen dat van streek tot landstreek gewoonten en gebruiken behoorlijk konden verschillen. Tolerantie nu is het verdragen van ‘het andere’ of van ‘iemands anders zijn’. Mede door toenemende migratie en mobiliteit, de mogelijkheden ook van moderne communicatie is tolerantie, het (vreedzaam) omgaan met meningsverschillen en het vreemde meer dan ooit actueel.

Belangrijk is om te beginnen gewoon al te aanvaarden dat het ons biologisch eigen is, dat het gewoon menselijk is, al wat vreemd is, spontaan te wantrouwen, dat het bron van angst kan zijn en tot agressie kan leiden. De meest banale gedragingen als bijvoorbeeld slurpen kunnen al tot irritatie leiden.

Een Europese vinding

Tolerantie lijkt wel een Europese vinding. Het begon met het omgaan met andere opvattingen binnen het Christendom. De Katholieke Kerk is al van in het begin belaagd geweest met schisma’s. Maar gaandeweg vanaf de 17-de en 18-de eeuw ging het niet louter meer over de correcte interpretatie van de leer, maar werd ook de ultieme godsvraag gesteld. Bestaat Hij wel? Nietsche stelde in de 19-de eeuw dat God dood was. Daarmee bedoelde hij dat de absolute waarheid niet bestaat. Dat er alleen maar perspectieven zijn op waarheden, die we dan nog zelf maken en tijdelijk zijn en met mekaar kunnen botsen. Zo worden wij onszelf in chaos. Dat is de werkelijkheid geworden van het hedendaagse, geseculariseerde Vlaanderen, dat zich tenminste bevrijdt heeft van de macht van de Kerk over zijn denken. Maar het zadelt ons meer dan ooit op met de opgave tolerant te zijn.

Van rekkelijken en strikten

Tolerantie is een delicate oefening tussen ‘rekkelijkheid’ en ‘striktheid’, tussen ‘gedogen’ en ‘zuiveren’. Wetten opleggen en tegelijk de nodige hypocrisie kunnen opbrengen, als olie die het samenleven mogelijk maakt. Het ijkpunt is de openbare orde die niet in het gedrang mag komen. De Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper formuleert voor ons de paradox van de tolerantie, wanneer hij schrijft dat: “Onbeperkte tolerantie leidt tot het verdwijnen van tolerantie”. De netelige kwestie dus, wanneer we moeten ophouden tolerant te zijn om tolerantie als basis van ons samenleven te behouden. Het heeft te maken met het wezenlijke van onze democratie als het omgaan met conflicten zonder dat het gewelddadig wordt. Het heeft te maken met onze instituties, waar voldoende zoals naar Amerrikaans model “check and balances” zijn ingebouwd.

Cruciaal is ook de kunst om met ‘vrije meningsuiting’ om te gaan. Hoever kun je daarin gaan? Is ze absoluut? De opkomst van de sociale media maakt de vraag prangender dan ooit. Er zijn domme, smakeloze, verwerpelijke en zelfs verboden meningen. Je kan deze laatste in geval van racisme wettelijk verbieden, omdat ze hatelijk zijn en geweld uitlokken. Maar je kan nooit beletten dat ze ‘gedacht’ worden. Je kan er correcte informatie tegenover plaatsen. Je kan er ook goed fatsoen en hoogstaande morele principes tegenaan gooien, maar die stoelen dan weer op conventies en die kunnen wel eens verschillen. Karel van het Reve, de Nederlandse letterkundige en essayist, heeft het bij het rechte eind als hij beweert dat: “Ik geloof niet dat je meningen effectief kan bestrijden door ze te verbieden”.

We agree, that we disagree

We hebben misschien in de illusie geleefd, dat we in een multi-culturele samenleving konden leven, waarbij we het idyllisch en fantastisch vinden dat mensen zoveel van elkaar verschillen. We leven eerder in een inter-culturele, gesegregeerde maatschappij waar verschillende groepen mensen, naast elkaar leven met diverse conventies hebben. In zo’n context hoeft dat op zich geen onoverkomelijk probleem te zijn als integratie – zo leert de geschiedenis het – maar geleidelijk kan gebeuren, als we nieuwkomers perspectieven en mogelijkheden bieden. Het is geven en nemen. Daarbij komt het er verder op aan tot een minimale consensus te komen, ze minstens met de lippen te belijden als het gaat over de gelijkheid van man en vrouw, de integriteit van het menselijk leven, het aanvaarden van een democratische, soevereine rechtstaat, vrije meningsuiting, vrijheid van religie of levensovertuiging en toch scheiding van kerk en staat.

Het minste dat we moeten doen om samen te leven, is het minimale aanvaarden van het andere en het vreemde. Desnoods constateren en overeenkomen, dat we het eens zijn, dat we het over alles niet eens zijn, maar het daar dan ook bij laten. 

woensdag 22 februari 2017

Godly play


Na hun interlevensbeschouwelijke tocht op donderdag 26 januari in de stad Kortrijk, beleefden onze vormelingen op maandag 30 januari opnieuw enkele zeer intense catechese-momenten. Met Tom Vandamme kregen ze een bijdehandse inleiding in het gebed. Daarna waagden ze zich aan een sessie Godly Play met juf Severine Verhulst.

Godly Play is een speelse methode van geloofsinitiatie en -communicatie die uitgaat van de kracht van het vertellen. Ze gaat er van uit dat iedereen, en in het bijzonder een kind, God kan ervaren in zijn of haar leven. De verhalen worden sober en authentiek verbeeld met behulp van spelmateriaal. Als geheel is het een combinatie van spel, ritueel, creativiteit en verhaal.

Godly Play voedt en inspireert het groeien in geloof. Het is een weg om vertrouwd te raken met de schatten uit de christelijke geloofstraditie. Een ervaringsgerichte manier om Bijbelverhalen te verkennen. Zo wordt de methode al wereldwijd ingezet in het godsdienstonderwijs voor leerlingen met gewone en bijzondere noden, ziekenhuispastoraal, pastoraal met mensen met een beperking, catechese, momenten van bezinning en vorming met volwassenen …

Druppelsgewijs betreden kinderen dan een voor een in alle rust het lokaal. Vertelster Severine heet iedereen welkom en laat hen plaatsnemen op een kussen in een kring. Alle nieuwsgierige snoeten kijken toe als ze een beetje theatraal het spelmateriaal uitstalt. Een zeildoek vol zand dat, eens opengespreid, de woestijn voorstelt, enkele houten figuren en twee blauwe lappen stof verbeeldende zee. Er staat ook nog een schaal met stukjes matse, ongedesemd brood, dat de Joden in de woestijn aten en dat straks zal worden uitgedeeld. Meer is er niet nodig om helemaal onder te duiken in het verhaal van Mozes, die zijn volk uit Egypte leidt.

Eerst wordt het verhaal rustig verteld. Op geen enkel moment maakt de vertelster oogcontact. Ze houdt de blik strak gericht op het zand, de zee, de figuren en maakt afgemeten, sobere gebaren. Het is al de hele tijd muisstil.


In het vraaggesprek dat volgt blijkt dat de kinderen het verhaal eigenlijk al kennen. Maar hoe hebben ze het nu zelf ervaren? Met wie in het verhaal hadden ze het meest te doen? Wat vonden ze het mooiste, het spannendste, het belangrijkste moment? … dat God dicht bij Mozes kwam en Mozes dicht bij God … de confrontatie met farao, de vlucht door de woestijn, waar ze hun weg in dreigen te verliezen … de moed die nodig is om zo’n tocht aan te vatten … de doortocht door de Rode Zee … of waren ze gelukkiger toen ze nog te eten hadden in Egypte … maar toen helemaal niet vrij in hun doen en laten … … De bedenkingen komen van de kinderen zelf. Dat het uiteindelijk over godsvertrouwen gaat, is duidelijk. Je ziet Hem niet, maar toch doet Hij iets met jou.

Dan wordt de matse uitgedeeld. Zo kunnen ze het verhaal ook letterlijk proeven. “Het is een mengsel van bloem en water dat net als toen werd gebakken zonder gist”, legt juf Severine uit. Een voor een reiken ze elkaar de matse aan. Ze danken voor en beamen het gebeuren. De droge koekjes knisperen bij het kauwen. Zie het als een voorproefje van de eucharistieviering.


Dan mogen de kinderen creatief aan de slag. Met materiaal naar keuze het verhaal verwerken: verf, kleurpotloden … of gewoon zelf het verhaal in stilte naspelen met het zand en de figuren.

Stil, stiller, stilst. Of ze altijd zo rustig zijn? Nee hoor! Maar door de bijzondere manier van binnenkomen en van vertellen, werkt Godly Play rustgevend. De kinderen worden aangezogen door het verhaal. Zelfs de meest rusteloze kinderen worden er stil door.

dinsdag 14 februari 2017

Valentijn of Augustinus

Van Sint Valentijn weten we niet zoveel, eigenlijk vrijwel niets, behalve dan dat hij de patroonheilige van de liefde is geworden. Hij heeft geen geschriften nagelaten en niemand heeft een biografie van hem geschreven. Gelukkig weten we van Sint-Augustinus wel veel. Dat halen we niet alleen uit zijn eigen geschriften, maar ook uit Possidius' biografie van hem.

Als bij iemand de liefde centraal staat, verbeeld door het hart (zie foto, een detail van een beeld, dat in de huiskamer van het Eindhovense Augustijnenklooster Mariënhage staat), dan is hij het wel.



Valentijn is leuk, Augustinus is echt!

Hier een kort en bondig tekstje van Augustinus, waaruit dat blijkt:

'Laat uw mond zeggen wat uw hart hem laat zeggen.
Wanneer je vrede zoekt bij God,
wees dan in vrede met uzelf.
Laat er geen tweespalt zijn
tussen uw mond en uw hart.
Heer, U weet
dat ook in mijn hart aanwezig is
wat uit mijn mond klinkt.'


Ziet u? Dat is de kern van de liefde voor God, en voor uzelf en uw naaste (Jezus' dubbele gebod): ervoor zorgen dat wat u zegt overeenstemt met wat u denkt. Met andere woorden: eerlijkheid. Een betere grondslag voor een geslaagde liefde kan niet
Wij zeggen dus: Augustinus! 

donderdag 9 februari 2017

Geloven in meervoud


Op donderdag 26 januari trotseren de leerlingen van de derde graad (vijfde en zesde leerjaar) van basisschool De Regenboog uit Geluveld met hun begeleiders de barre vrieskou en fietsen een inter-levensbeschouwelijke route met vijf haltes af in de stad Kortrijk. In een mediatieke wereld ervaren kinderen meer dan vroeger – zelfs in een dorp – dat mensen verschillend tegen het leven aankijken. Gaandeweg komen de grote vragen bij hen naar boven. En daar is geen eenduidig antwoord op. Er zijn nogal wat levensopvattingen. Maar in een stedelijke omgeving kun je makkelijker waarnemen hoe mensen daar mee omgaan. Vandaar deze verkenning … bij de Orthodoxen, de Moslims, de Katholieken, de Vrijzinnigen en de Protestanten.

Een levensbeschouwing is een min of meer logisch, samenhangende visie op het leven en alle daarbij horende levensvragen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld na de dood? Wat staat een mens te doen in zijn bestaan? Waarom is er lijden? … Dat soort moeilijke vragen dus. Het antwoord daarop bepaalt dan ook hoe je in het leven staat. Dat ligt soms uiterst gevoelig en het brengt spanningen mee, die soms ontaarden in geweld.

Godsdiensten worden hierin vaak met de vinger gewezen. Godsdienst is echter ook een levensbeschouwing. Maar dan één die heel concreet is ingevuld of voorgekauwd in het licht van een Opperwezen, de God(en) waarin men gelooft. Maar niet iedereen heeft een godsdienst. Je kan simpel stellen dat elke godsdienst een levensbeschouwing is, maar dat niet elke levensbeschouwing een godsdienst is.


Bij de Orthodoxen
De Orthodoxe Parochie van de Heilige Amandus huist aan de Loodwitstraat 28 A. Vader Pius Pauwelyn is er priester. Zelf woont en werkt hij doordeweeks als verpleger in Ieper. Zoals bijna alle Orthodoxe priesters is hij ook getrouwd. Hij leidt ons rond en vertelt honderduit. Buiten kun je nauwelijks – op enkele klokken na in de voortuin – merken dat je voor een kerk staat. Maar binnen gaat een heel andere wereld open. De muren en een inwendige koepel zijn versierd met prachtige schilderijen (iconen). Hij kan ons een heel arsenaal laten zien van kostbare voorwerpen. De liturgie bulkt er werkelijk van rituelen. De kinderen komen ogen te kort. Zo spelen ze de sacramentele huwelijkskroning na. Het koppeltje is er even niet gerust in want zo diep gaat de liefde nu ook weer niet. De symboliek maakt hoe dan ook indruk.



Bij de Moslims
De Islam-gemeenschap in Kortrijk is vrij groot en telt zowat 5000 gelovigen. De laatste jaren is er o.a. onder impuls van deken Geert Morlion toenadering en een goede verstandhouding gegroeid tussen de verschillende geloofsgemeenschappen.

Yassin Elatar, de jonge woordvoerder (25 j.) van de Atakwa-moskee in de Stasegemstraat, staat ons minzaam te woord. Op kousevoeten lopen wij over een gigantisch zacht tapijt waarop het gebed plaats heeft. De Islam is verwant aan het Joden- en Christendom. Zo kennen wij Abraham als een gemeenschappelijke aartsvader en spelen ook Maria en Jezus een rol in de Koran. Yassin vertelt ons verder over de vijf zuilen van de Islam.

Het begint met de geloofsbelijdenis in Allah en zijn profeet Mohammed. Vijf maal per dag richt een moslim zich naar het oosten om te bidden. Dat lijkt veel, maar het gaat samengeteld misschien om nauwelijks een kwartiertje per dag. Het vrijdaggebed wordt massaal bijgewoond in de moskee, die dan letterlijk uit z’n voegen barst. De Islam kent ook een armenbelasting om het verschil tussen rijk en arm te temperen. Zo dragen ze ongeveer jaarlijks 2,5 procent van hun spaargeld af. Elk jaar vasten moslims tijdens de Ramadan een volledige maand lang. Van zonsopgang tot zonsondergang eten noch drinken ze. Het vasten is verplicht voor wie volwassen is volgens de Islamitische wet, niet op reis is en geestelijk en lichamelijk gezond is. Rekbare begrippen dus, maar het maakt hen sterker in hun geloof en in het verrichten van goede werken. En dan is er ten slotte nog de bekende bedevaart naar Mekka.


Bij de Katholieken
In het oude Jezuïetenklooster op het Sint-Michielsplein worden we verwelkomd door nog een jongeman Lowie De Spiegeleer (23 j.). Daar huist de Sint-Michielsbeweging, een nieuwe beweging binnen de katholieke Kerk. Alle mensen zijn er welkom, maar de werking wordt er gedragen door jongeren. Ze kunnen er hun geloof beleven, vieren en verdiepen op een eigentijdse manier. M.a.w. het Evangelie handen en voeten geven. Dit krijgt onder andere vorm in het onthaalhuis Emmanuel in Kortrijk, de huiswerkklas in Gent, een broodronde in Brugge, … we mogen er even uitrusten, picknicken, chillen in de bar en ravotten in de tuin.


Bij de Vrijzinnigen
komen we thuis in ‘Het huis van de mens’ in de Overleiestraat. Consulente Mieke Werbrouck vertelt ons dat vrijzinnigen – hoewel het ook voor hen een fundamenteel mensenrecht is dat mensen geloven – niet geloven in God of in een leven na de dood. Er is maar één leven, dat juist daarom ontzettend waardevol is. Alles voor de mens dus, hier-en-nu, in de grootst mogelijke vrijheid, die niet ingaat tegen de vrijheid van medemensen.

Je vindt er een luisterend oor en wordt er geleerd, autonoom je eigen weg in het leven te vinden en er naar te handelen. Je kan er ook terecht voor de ‘grote momenten van het leven’ wat die ook mogen zijn en je wordt er geholpen om die naar eigen smaak en goeddunken vorm te geven. Juist omdat de mens zo belangrijk is, springen ze in de bres voor een warme en solidaire samenleving waarin iedereen zichzelf kan zijn. Daarom organiseren zij verder ook activiteiten, debatten en themadagen.



Bij de Protestanten
Dominee Arjan Knop heeft de missschien wat ondankbare taak een lange maar deugddoende dag af te sluiten. De Protestantse Kerk huist achter het station in de Bloemistenstraat. Enkele jaren geleden onderging het kerkgebouw een smaakvolle metamorfose. Toch oogt het uiterst sober en kaal. Hier geen tierlantijntjes en franjes, beelden of imposante schilderijen. Hier staat het Woord en de Schrift of de Bijbel centraal. Voor hedendaagse kinderen, die opgegroeid zijn in een beeldcultuur en graag kicken op allerlei sensaties, liggen begrippen, woordverklaringen en theologische concepten uiteraard moeilijk en niet voor de hand. Het belet echter niet dat ook deze benadering waardevol is. De meesten doen dit of volgend jaar wel hun vormsel, maar dat wil niet zeggen dat ze al zo vertrouwd zouden zijn met hun eigen katholieke geloof dat ze nu al alle inhoudelijke of vormelijke nuances met andere christelijke kerken zouden snappen.

Tot slot
Het is eerste wat opvalt, is dat we overal hartelijk welkom zijn. Vriendelijke mensen die eerlijk met hun medemensen begaan zijn. We ondervinden nergens enige missioneringsdrang. Ze zeggen gewoon eerlijk, maar met respect voor anderen, waarvoor ze staan of waarin ze verschillen. Het sterkt ons in onze overtuiging dat met een beetje openheid en goedewil multi-cultureel of multi-religieus samenleven best mogelijk is. Dat is het goede nieuws en het gevoel dat beslist blijft hangen.