Pagina's

Posts tonen met het label De Ark. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Ark. Alle posts tonen

donderdag 2 mei 2013

Christine Bruggeman


over het wonder van De Ark

Dat het Davidsfonds een beweging is met zo nu en dan een christelijke reflex, bleek weer eens uit het voornemen van voorzitter Hubert Ryckebosch om in de veertigdagentijd iets te organiseren met een bezinnende inslag. Niet zomaar een obligaat woordje om dan zo vlug mogelijk her aan te knopen met de geneugten van het leven. Neen liever een activiteit die beklijft en tot verdieping aanzet. Nu weten we allemaal dat de weg naar de hel geplaveid ligt met goede voornemens. We dronken een glas, deden een plas en alles bleef zoals het was … maar uitgesteld is nog niet verloren. Ook vijgen na Pasen kunnen best smaken, zeker als ze nog eens geserveerd worden door een oude bekende. Christine Bruggeman (°1955) geboren en getogen in Beselare, liep school in Sint-Joris te Menen, IPSOC Kortrijk, verbleef in Taizé en was van 1989 tot 2000, elf jaar lang vormingsverantwoordelijk in het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Sindsdien is zij coördinator van de Arkgemeenschap in Nederland en België.

Het wordt een heuglijk weerzien in het Schuttershuisje achter het kerkplein. Na zevenendertig jaar herkent Christine heel wat gezichten maar de namen blijven nog wat hangen. Een euvel dat ze met elke vijftig-plusser deelt. De 'clic' is er echter meteen. Ze vertelt hoe ze bij 'De Ark' terechtgekomen is en welke impact dat heeft gehad op haar leven, niet in het minst als gelovige. We kennen allemaal 'De Ark' als onze laatste Beselaarse buurtwinkel. De Arkgemeenschap mag dan een begrip zijn in religieuze middens maar is als zodanig nog niet helemaal doorgedrongen tot de modale kerkganger, laat staan tot de man in de straat.

Jean Vanier en De Ark
Het begon allemaal met bovengenoemde, een marine-officier bij het Canadese leger, die voor zijn leven een andere wending zocht. Hij was op zoek naar een plek waar hij de kern van het evangelie kon beleven en die vond hij tijdens een bezoek aan een instelling voor mensen met geestelijke beperkingen. In 1964 besloot hij met twee onder hen een huis te delen in Parijs. De eerste Arkgemeenschap was geboren. Hij besefte dat de mens door de allerzwaksten te ontmoeten en te verzorgen zelf verandert en hij groeide uit tot een bijzondere invloedrijke persoon voor de katholieke Kerk en de hele maatschappij. De Ark (L’Arche) is inmiddels uitgegroeid tot een internationale federatie van ongeveer 135 interreligieuze leefgemeenschappen verspreid over 30 landen in alle continenten. In een Arkgemeenschap wonen, leven en werken mensen met een verstandelijke beperking ('huisgenoten') en mensen zonder verstandelijke beperking ('assistenten'). Zij leven daar in de erkenning dat ieder mens zijn eigen gaven en beperkingen heeft. Met elkaar wordt gekookt, gegeten, gewerkt, boodschappen gedaan en het leven gevierd. Kortom, het leven wordt met elkaar gedeeld. Arkgemeenschappen bestaan doorgaans uit kleinschalige woonhuizen, met daarnaast voorzieningen voor dagactiviteiten. In België zijn er 7 gemeenschappen gevestigd: Antwerpen, Aywalle, Moerkerke bij Brugge, Brussel, Bierges, Namen, Drongen. In Nederland één: Gouda.

Universiteit van het hart
Veel ingrijpende veranderingen in het leven gebeuren als bij toeval. Het begrip 'toeval' wordt vaak gehanteerd om het onmogelijke te benoemen en dan zitten we dicht bij de sturende hand van God zelf. Een vriendin nodigde Christine uit om eens nader kennis te maken met een Arkgemeenschap. Er waren zo veel goede redenen om dat bezoek steeds voor zich uit te schuiven. En toen het er uiteindelijk van kwam besefte ze dat ze met al haar verbaliteit en opgebouwde bagage in het christelijk vormingswerk in zo'n concrete situaties nog niet uit de voeten kon. De Ark wordt ook wel eens de 'Universiteit van het hart' genoemd. Het geloof moet vanuit het hoofd zakken naar het hart waar het ook handen en voeten krijgt. Het eerste wat haar werd gevraagd was om met een van de 'huisgenoten' de afwas te doen. Dat moesten ze haar geen twee keer zeggen. Als beenhouwersdochter stortte ze zich energiek op de vaat om algauw te constateren dat haar huisvlijt haar gezel compleet overvleugelde. Die had niet de minste kans om haar te 'assisteren' of iets bij te brengen. Zo leerde ze meteen begrijpen dat hij appelleerde op haar beperkt inlevingsvermogen. Een ervaring die nog versterkt werd door een bijzondere beleving van de milleniumwissel. Een andere vriendin, behorende tot de Kleine Zusters-Charles de Foucauld, inviteerde haar de overgang mee te maken in de woestijn van Niger. Daar deelde ze met andere zusters het leven van de Touaregs. Gekker is moeilijk te bedenken. Vanuit het extatische Parijs – waar ze nog gauw een fles champagne kocht – vol glitter en glamour, vier uur vliegen naar een compleet tegengestelde wereld. Troebel water putten en consumeren uit een bron waar de uitwerpselen van de kamelen in ronddrijven als de gewoonste zaak van de wereld. Nauwelijks een ziek kind kunnen torsen met een kwalijke lichaamsgeur waar een veel jongere zuster dat wel zonder remming een uur lang volhield. Toen besefte ze ten gronde dat ze nog een lange weg had af te leggen om het evangelie in z'n volheid te beleven en opende zich de weg naar 'De Ark' zich ook voor haar.



Liefde groeit uit het anders-zijn van de ander
Wat kunnen wij daar nu van leren? Als welopgevoede burgers of christenen hebben we – als we geraakt zijn – vaak de opstoot anderen te helpen. Mensen met een of andere beperking en dat kan je héél, héél ruim interpreteren. Ook elk van ons heeft z'n wat mindere kanten en is daarom op anderen aangewezen. Maar vaak gebeurt dat met een verkeerde ingesteldheid. Wij gaan die sukkelaars wel eens helpen! Wij zijn of kunnen 'meer' en zij 'minder'! Wat zijn en wat doen we toch goed! Maar dat klopt dus niet. Zo zien we de blinde vlekken niet meer in ons bestaan. In hoe verre respecteren wij de andere in z'n anders-zijn? En vooral, laten wij toe dat die andere ons kan veranderen, dat hij ons hart kan openbreken, dat hij een ander mens van ons kan maken. Het moet steeds beter in onze maatschappij. Van ieder wordt een verkeerd begrepen perfectie geëist of hij wordt op een of andere manier gesanctioneerd. Ongeboren leven wordt vroegtijdig afgebroken omwille van een of andere beperking. Fragiel of eindigend leven wordt om humane redenen beëindigd. Is dat liefde? Heeft de liefde (het 'hart') nog een kans in een rationale wereld (het 'hoofd') waar voorspelbaarheid, controle en gewin de overhand haalt?

We eindigen met een citaat van Jean Vanier, in de taal van Molière. (Moet kunnen in deze context.)
“Nous sommes nés dans une fragilité extrême,
nous mourons dans une fragilité extrême
et tout au long de notre vie,
nous demeurons vulnérables,
c'est-à-dire capables d’être blessés.
Chaque enfant est si vulnérable,”si fragile
et sans aucun système de défense!”