Pagina's

donderdag 22 oktober 2015

Een kleine orde met allure


De kloosterregel van Augustinus is uitgangspunt voor veel kloosterordes – mannelijk en vrouwelijk – in ons religieuze landschap. Natuurlijk zijn er de Augustijnen zelf, die na de harde klappen van de Franse revolutie, nog minimaal vertegenwoordigd zijn in ons land (Gent, Heverlee, Bouge). Beter gesteld is het nog met de Augustinessen. In de onmiddelijke omgeving hebben we het dan over de Zwartzusters, De Roesbrugge-Dames in Ieper en de zusters van Ten Bunderen hier in Zonnebeke. De Ursulinen en de Birgittinessen leven volgens dezelfde inspiratie. De regel wordt ook gevolgd door de Norbertijnen, de Dominicanen, de Alexianen, de Kruisheren, … we spreken dan vaak over reguliere kanunniken of koorheren die vanuit een leven in gemeenschap vooral werkzaam zijn of waren in parochies en het onderwijs. Tot die laatste groep behoorden ook de monniken die hier meer dan zevenhonderd jaar (1072-1796) de Augustijnenabdij hebben bevolkt. Zij waren de de aanleiding om in 2004 ook onze kerkgemeenschap in Groot-Zonnebeke naar Augustinus te vernoemen en zo met een betekenisvolle, eeuwenouwde traditie her aan te knopen.

Het duurde echter nog enkele jaren vooraleer het gedachtengoed van Augustinus hier opnieuw werd opgespit. Zo hadden we in 2012 en 2013 een Augustinusdag in Zonnebeke met medewerking van de FAN (Familia Augustiniana Nederland). Dat is een Nederlandse lekenbeweging die met de steun van de Augustijnen in parochies, lees-, bezinnings- en andere groepen de spiritualiteit van Augustinus in deze tijd beleven en gestalte geven. Inmiddels zijn we als federatie heel bescheiden de Vlaamse poot geworden van FAN en hebben we ook zitting in het bestuur. De FAN organiseert in het voor- en het najaar telkens een ontmoetingsdag voor haar leden. Laatst was dat het geval in de Augustinusparochie aan de Postjesweg in Amsterdam. We hoorden er o.a. een lezing van Brian Heffernan (foto) over z'n boek 'Een kleine orde met allure. De Augustijnen in Nederland 1886-2006'. Het boek is uitgegeven bij uitgeverij Verloren in Hilversum en verkrijgbaar voor de prijs van 49,00 euro.



Eind negentiende eeuw bestond deze toen kloosterloze religieuze gemeenschap slechts uit een handvol parochiepriesters. In de twintigste eeuw bleven zij ondanks een gestage groei een relatief kleine orde. Vooral hun inzet voor het middelbaar onderwijs gaf de Augustijnen aanzien in katholiek Nederland. Heffernan bespreekt in z'n boek zowel hun externe werkzaamheden als hun interne gemeenschapsleven. Ook de schaduwkanten van hun optreden komen aan bod. De augustijnen zijn een kleine orde met allure. Zij waren zielzorgers en strijders voor de katholieke zaak, maar voelden zich op grond van hun oude traditie ook kloosterling en eremiet. In de jaren zestig beschouwden zij zich, zoals veel religieuzen, als brengers van vernieuwing, tegenwoordig vooral als dragers van de spiritualiteit van Augustinus. Deze verschuivende en soms botsende opvattingen vormen een kapstok voor het verhaal, waarin de voortdurende heruitvinding van de Augustijnse identiteit centraal staat. Zoals het ook met andere religieuze organisaties is gegaan, is de betekenis van de Augustijnen voor de samenleving afgenomen. De rol van 'drager zijn van spiritualiteit' staat nu voorop. In de jaren '80 en '90 was er een heroplevingvan die spiritualiteit. De oprichting van lekengroepen, nu verenigd in de Familia Augustiniana Nederland (FAN), was een vrucht van deze ontwikkeling.

De studie van de evolutie van het religieuze leven van de laatste 120 jaar is heel interessant. Iedere generatie gaat de confrontatie aan met z'n tijd en legt vaak om de dertig jaar, duidelijk andere accenten, die dan weer verlaten worden maar ook nooit helemaal verdwijnen. Dat is niet alleen het geval voor de Nederlandse context maar ook voor onze parochies. De traditie is taai maar geleidelijk zie je onder invloed van de tijdsgeest nieuwe invloeden ingang vinden. Wat je als gelovige in je jeugd meekreeg, blijkt nog steeds sterk bepalend te zijn voor je latere geloofsbeleving. Denk bij ons aan de invloed van Cardijn met z'n kajotters, kanunnik Dubois met de Katholieke Actie, AVV-VVK, de invloeden van het Tweede Vaticaans Concilie, de Bevrijdingstheologie, ... Mariale en andere devoties ... Al die echo's klinken nog steeds door in hoe mensen vandaag hun geloof willen uiten ... en die ze niet altijd van mekaar begrijpen of smaken.

In 1889 overleed pastoor Hoorneman, verbonden aan de Amsterdamse parochie De Star. De katholieken van zijn tijd probeerden liturgische en andere zaken die protestanten niet begrepen, zoveel mogelijk binnenshuis te houden. De Amsterdammer Prosper Jansen bestreed deze neiging toen hij in 1890 kapelaan van de parochie werd. Jansen was sinds 1886 Augustijn. In de 15 jaar dat hij voor De Star werkte, maakte hij zich sterk voor de emancipatie van de katholieken, die niet bang moesten zijn om uit hun schuilkerken tevoorschijn te komen. Samen met andere geestelijken stimuleerde hij de oprichting van katholieke verenigingen, vakbonden en standsorganisaties. En katholieken moesten vaker naar de kerk komen niet zozeer in gelovig opzicht maar om zich als groep te confirmeren. De Orde zag hij als een leger dat geharnast ten strijde trok, met Augustinus aan het hoofd. In 1909 was Jansen lid van het provinciebestuur, toen dat besloot om het middelbaar onderwijs te ondersteunen. De Augustijnen hadden al ca. 10 jaar een middelbare school in Eindhoven. Volgens Jansen moesten de Augustijnen 'gehoorzame jongelieden scholen, die in tucht en ootmoed opgevoed, in naam van Jezus de wereld moesten gaan herwinnen'. Jansen en zijn Augustijnse tijdgenoten wilden ook de devotie rond de icoon van de 'Onze Lieve Vrouw van Goede Raad' stimuleren. Op zijn hoogtepunt telde die ruim 10.000 leden. Maar rond 1930 nam de belangstelling van de Augustijnen voor de Mariaverering weer af. De goed opgeleide jonge Augustijnen, door de provincie vaker naar de universiteit gestuurd, zagen niet veel meer in de massale, op gehoorzaamheid gerichte devoties die ze maar vrouwelijk en sentimenteel vonden. Ze zagen meer in een authentieke, op verdieping gerichte geloofsbeleving, die meer mannelijk was, heroïsch en radicaal. De sentimentele Mariadevotie moest wijken voor de objectieve spiritualiteit van de kerkelijke liturgie.

Pas 50 jaar later, toen de maatschappelijke rol van de orde al vrijwel was uitgespeeld door overheidsinitiatief allerhande, zou ook de eigenlijke spiritualiteit van Augustinus zelf meer op de voorgrond komen. Hij werd herontdekt als de pastor, de gemeenschapsstichter, degene die God zocht in zijn naasten. De laatste generatie Augustijnen, gevormd in de jaren vijftig en zestig, werden door hun leermeesters ingelepeld dat de overgeleverde structuren, tradities en denkwijzen achterhaald waren en nodig afgeschaft moesten worden. Begin jaren zestig deed het Tweede Vaticaans Concilie de verwachting rijzen dat dit ook spoedig zou gaan gebeuren. De wens van de Augustijnse jonge radicalen was zonder verwijzing naar het verleden, nieuwe waarden zelf uit te vinden en te beproeven. Voor velen was dat een verademing, die hun leven nieuwe zin en oriëntatie gaf. Het legde de nadruk op persoonlijk geraakt worden, op verrijking van het spirituele leven en niet op de naleving van regels en plichten. Het maakte ook verschillende succesvolle initiatieven mogelijk. Bijvoorbeeld de Boskapelgemeenschap en de Werkhofgemeenschap en uiteindelijk de FAN. Maar wat de toekomst gaat brengen, hoe de uitstraling van Augustinus spiritualeit kan doorgaan, blijft ook voor de lekengemeenschappen een heikel punt. Ook daar slaat de vergrijzing toe!

donderdag 15 oktober 2015

Een heilig zaad die stronk!


Ondanks een ietwat late aankondiging kwamen maandagavond 12 oktober nog heelwat mensen opdagen in OC 't Zonnerad voor een tweede open beraad. Dat is een overleg over de parochiegrenzen heen, waar iedereen die zich aangesproken voelt, de kans krijgt de parochie van de toekomst mee uit te tekenen. Het is allesbehalve een vrijblijvende denkoefening. Wel samen in de diepte gaan nadenken over de betekenis van ons christen-zijn in Groot-Zonnebeke, in deze tijd. Hoe we dat samen vorm kunnen geven en waarbij elke christen op één of andere manier aansluiting kan vinden. Op zoek naar een beeld dat inspirerend, hoopgevend, bemoedigend en herkenbaar is, waren we uitgekomen op de 'poppie', de 'klaproos'. Een bloem met een enorme kiemkracht, die in alle omstandigheden in verspreide slagorde of massaal opnieuw opschiet en kleur kan geven aan een desolaat landschap. Een beeld dat John McCrae inspireerde tot z'n beroemde gedicht 'In Flanders Fields'. Een beeld dat mateloos versterkt wordt in het bijbelse vers van Jesaja 6,13 “... dan rest slechts een stronk. – Een heilig zaad, die stronk!” Stilaan wordt her en der ook duidelijk dat het geloof opnieuw aan kracht wint. Juist nu veel mensen dachten dat los gelaten of verloren te hebben, blijkt er een Godsgemis te ontstaan dat groter is dan het Godsverlies. Hoe kunnen we daar als christen-gelovigen mee omgaan?

We willen als gelovige gemeenschap, als poppies aanwezig zijn in onze maatschappij. We willen die samenleving zonder partijpolitieke bijbedoelingen rood kleuren van liefde, in aandacht en betrokkenheid met elkaar. Dit op de eerste plaats vanuit onze verbondenheid met het Mysterie van het bestaan zelf: GOD. In de bijbel, ons geloofsboek, vinden we verhalen waarin deze verbondenheid op heel wat verschillende manieren wordt verteld. Vanuit een volk dat worstelt met godsgeloof en doorheen zijn eigen geschiedenis het beetje bij beetje vorm geeft en het zo tot 'godsdienst' verwordt. Jezus van Nazareth heeft op een bijzondere wijze die verbondenheid met God uitgedrukt. Een God die je ook VADER mag noemen. De nood aan stilte en gebed verdiepen deze relatie. Ergens komt dat ene zaadje vandaan, werd het door Iemand gewild, werd het gezaaid en kreeg het de innerlijke kracht om te groeien uit zijn kleine zelf tot een tere maar krachtige, rode poppie ! Een poppie staat immers nooit alleen. Zo kan je kan dit geloof niet bij jezelf houden. Als mens word je maar mens samen met ANDEREN. Het zorg dragen voor jezelf én de ander horen samen en in die zorg ontmoet je God. Maar Jezus ging verder. Hij kende maar al te goed de beperking van elke mens, de moeite om samen te bouwen aan een betere wereld, het 'Rijk van God'. Daarom gebruikte hij woorden als liefde, naastenliefde, vertrouwen, hoop, vergeven tot zeven maal zeventig toe … Daarom zond Jezus zijn leerlingen uit. Ze moesten elk op hun eigen manier de boodschap van vreugde en verbondenheid doorvertellen. Zoals zaden zich verspreiden wanneer de zaadbol gerijpt is. Ze zoeken hun plaats in de bodem en nemen de tijd om van zaad bloem te worden. Maar eens de bloem zich ontluikt, dan kan je er door zijn rode kleur ook niet naast kijken. We worden als christenen dan ook uitgedaagd om te tonen wie we zijn: enthousiast en tegelijk kwetsbaar maar verankerd in de bodem. We kunnen niet anders dan dit te delen met anderen en daardoor onze samenleving meer kleur te geven en meer ‘Rijk van God’ te maken.


GEMEENSCHAP VORMEN
Door de gespreide ligging en met het vergroeid zijn met onze parochies lijkt het moeilijk om naar een eenheid toe te groeien. Elke parochie heeft zijn eigen verhaal met z'n 'ups' en 'downs'. Daarom is het de uitdaging om ons niet blind te staren op waarin we verschillen maar vooral te kijken naar wat ons bindt. De mooie initiatieven, tradities, … van elke parochiegemeenschap moeten we borgen en koesteren. Maar we kunnen ze ook delen met elkaar. Niet om ze over te nemen, om tot eenheidsworst te komen, maar om mensen met elkaar te verbinden over de grenzen van onze parochies heen. Dit veronderstelt een goede communicatie. We mogen bovendien niet blind zijn voor de grote verscheidenheid in het omgaan en beleven van ons christelijk geloof. Vanuit ons christen-zijn moeten we die openheid naar alle geloofsbelevingen of -groepen blijven behouden, maar het moet realistisch en haalbaar zijn. De poppies zie je zelden alleen, je vindt ze terug in kleine groepjes maar net zo goed in grote velden. Het is even belangrijk om een dragende groep te hebben, zowel binnen onze federatie als in de plaatselijke parochiegemeenschappen. Je kan ze 'enthousiaste', 'vurige', ja zelfs 'rode' christenen in alle schakeringen noemen die bereid zijn tijd en energie te investeren in het nadenken over hoe we als geloofsgemeenschap verder willen en kunnen.
Maar dit kunnen ze alleen op twee voorwaarden:
- dat rondom hen kringen ontstaan van mensen die zorg willen dragen voor de vele aspecten die we als geloofsgemeenschap belangrijk vinden.
- gevoed worden door een open kerkvergadering van mensen die samen willen nadenken en (korte) engagementen willen opnemen.


Veel mensen komen in de kerk op scharniermomenten en verliezen dan opnieuw het contact. Denk hierbij aan de vele aanwezigen op een afscheidsviering, een huwelijk, een feestviering. Het is het belangrijk dat ze voelen dat ze binnenkomen in een geloofsgemeenschap. Dat kan pas wanneer je aandacht hebt voor volgende aspecten:

1. Een vierende gemeenschap
Verzorgde vieringen met extra aandachtsmomenten moeten een sterkte zijn. Het hoeft daarom niet in elke viering en in elke parochie tegelijk gebeuren. Samen een kring vormen rond het woord en het brood kunnen we niet alleen symbolisch maar ook letterlijk laten gebeuren.

2. Een biddende gemeenschap
Om dicht bij onze kern te blijven moeten we de traditie maar vooral het heil van het gebed centraal stellen. Mooie gebedsteksten, gedragen gebedsdiensten met zang, gebed, bijbel-lezing en duiding afgewisseld met stilte, het rozenkransgebed, gebedswaken, gebed en stilte tijdens de eucharistieviering …

3. Een lerende gemeenschap
Door de grote verscheidenheid binnen het geloven is het belangrijk dat catechese een belangrijke plaats krijgt. Dit moet gebeuren op verschillende niveau’s en verschillende manieren. Naast de catechese voor kinderen en jongeren naar aanleiding van de sacramenten moet volwassencatechese een belangrijker rol spelen. Dit mag geen 'beleren' zijn maar een geëngageerd nadenken over hoe we vandaag gelovige kunnen zijn. Wie als gelovige door het leven gaat heeft nood aan blijvende herbronning. Ook hier kunnen we inspelen via zinvolle homilie, boeiende getuigenissen, bijbelstudie, vormingsmomenten ….

4. EEN ZORGDRAGENDE GEMEENSCHAP
Als christenen staan we midden in de realiteit van elke dag. In de vieringen en in het gebed kunnen we onze zorgen, bekommernissen… plaatsen in het grote Mysterie van ons bestaan maar we zouden als christenen tekortschieten wanneer we geen actie-mensen zijn. Het kiezen voor de zwaksten uit onze samenleving dichtbij maar ook veraf moet in onze parochie ook daadwerkelijk gebeuren. Het aansluiten bij bestaande acties maar ook acties die nauw verbonden zijn met onze eigen parochies horen hiertoe.


Op het tweede open beraad, werd in gespreksgroepen de nodige tijd uitgetrokken aan het concreet vormgeven van zo'n gemeenschappen. Verschillende items werden opgelijst. De mensen konden dit doen vanuit hun eigen bekommernissen in grote van aanvoelen. Waar moet prioriteit aan worden gegeven? Waar loopt het nog mank? En omdat het niet bij dromen of 'wishful thinking' zou blijven werd onder de aanwezigen ook voorzichtig de vraag gesteld in hoeverre ze bereid waren een of ander engagement van welke aard ook op zich te nemen. Die resultaten worden nu verwerkt. Een vette kluif voor de 'Werkgroep Open Beraad' en de Federale Stuurgroep van onze federatie, geen klus maar een geschenk. U hoort er nog van!

donderdag 8 oktober 2015

Goed gezin(d)

(Peter Biesbrouck en muzikanten)
De eerste zaterdag van oktober staat in onze middens steevast voor de W.W.W.-dag. Afkorting voor 'Waarheen willen wij' met onze catechese naartoe? Dit jaar liep de veerstigste editie, feestelijk, dat wel maar zo'n getal grenst stilaan aan een midlifecrisis. Inderdaad de geloofsoverdracht gebeurt van langs om minder volgens de geplogendheden van weleer. En dat behelst veel meer dan zomaar wat catechese als voorbereiding op het sacrament van het Vormsel. Dat besef dringt van langs om meer door. Een nieuwe aanpak is dus nodig. Meteen was het ook de laatste W.W.W.-dag. Volgend jaar gaat het evenement door onder de noemer 'GEESTIG? inspiratiedag catechese'. Dat de tijden veranderd zijn valt duidelijk af te lezen uit de manier waarop gezinnen 'nu' samengesteld zijn en hoe ze 'nu' functioneren in de samenleving van 'nu'. Of je dat 'nu' zint of niet, het vraagt om een heel eigen pastorale benadering. Dat was dan ook de voornaamste insteek van deze samenkomst, ingeleid door Thomas Folens.

(Thomas Folens)
Het gezin in crisis?
Is het gezin nog wel de hoeksteen van de samenleving? Is het in crisis? De manier waarop we naar gezinnen kijken wordt sterk bepaald door onze eigen waarden en normen of opvattingen en door de plaats waar we leven. Bekijken we een gezin enkel als mama, papa en kinderen? Of staan we ook open voor andere samenlevingsverbanden. Je kan er vandaag niet naast kijken. Gewoon enkele situaties: een gescheiden vader met zijn dochter die hem tweewekelijks bezoekt … een ongehuwd lesbisch koppel met kinderen … een gescheiden vader met zoon en een inwonende vriendin … een gehuwd homoseksueel koppel zonder kinderen … een alleenstaande moeder met één of meerdere kinderen … een samenwonend koppel met hun kinderen uit vroegere relaties … een kind dat bij z'n grootouders inwoont … enz … 
Vandaag wijkt liefst één op de vijf gezinnen af van het klassieke patroon en we hebben het dan nog niet gehad over het juridisch kader waarin mensen samenleven (kerkelijk – burgerlijk – …). Binnen de gezinnen zien we ook dat ouder-kinderrelaties ondergeschikt worden aan intieme partnerrelaties. Anders gezegd koppels blijven minder bij elkaar omwille van de kinderen, de verhouding tussen de partners primeert en bepaalt. Niet alleen het relationele speelt een cruciale rol in het gezin, ook de mate van tewerkstelling is zeer bepalend voor het welbevinden. Hebben we te doen met twee voltijds-werkende ouders, een deeltijds werkende alleenstaande moeder, al dan niet in een kaderfunctie of in een (wisselend) stelsel van ploegenarbeid, …? Of heeft een gezin te kampen met werkloosheid, financiële problemen. Voor velen is het een hele klus om een evenwicht te vinden tussen de partnerrelatie, zorg voor het gezin, het huishouden en het werk. Dan hebben we het ook nog niet over bijkomende engagementen, vrijwilligerswerk of vrije tijd gehad. Binnen dat complexe kluwen van gezinnen – nieuw samengesteld of niet – groeien kinderen op en moeten ze zich nog eens weten te handhaven op school, in de sportclub … Wist je bijvoorbeeld dat een nieuw samengesteld gezin (NSG) gemiddeld zeven jaar nodig heeft om tot een nieuw evenwicht te komen. Twaalfjarigen zitten vaak midden in dat proces en allesbehalve goed in hun vel. Hoe beleven zij dat? “Zij zijn groot en ik ben klein en dat is …” Heel deze verscheidenheid dringt niet alleen door in de klassituatie maar ook tot de (vormsel)catechese en beperkt zich niet alleen tot die kinderen die tot een NSG behoren. Ze zijn er allemaal mee bezig, het is vaak onderwerp van gesprekken, ze leven mee of ze fantaseren er over.

(Kathleen, Stefan en Marijke toasten op 40 jaar WWW-dag en een nieuw catechesejaar in Zonnebeke)
Pastoraal omgaan met gezinnen
Elke catechese begint met het overbrengen van een authentieke, gelovige houding. Van 'dwang' (je moet …) kan geen sprake zijn, wel van 'uitnodiging'. Elke catechese is de uitdieping van de ervaring 'God ziet je graag'. Daarom kan catechese ook geen 'les' zijn. Ze is vooral het uitstralen van een 'geraakt-zijn' … een 'leven-van'. Geen verplichting waaraan voldaan moet worden.

Een catechist zal in de spanning leren staan. Hij let op, niet idealiserend te spreken over gezinnen. Hij heeft aandacht voor reële situaties en veerkracht. Niet vanuit de vraag wat er verkeerd is maar vanuit de vraag waar mensen groeikansen hebben. Weten dat ouders vaak hun best doen zonder daarom perfect te zijn. Kinderen zijn ook niet zomaar verlengstukken van hun ouders, de appel die niet ver van de boom valt ... Tezelfdertijd blijft het zijn overtuiging dat het christelijk huwelijk de moeite waard is.

Een catechist is vriendelijk, respectvol en gastvrij. Hij kan het anders-zijn van gezinnen en kinderen ontdekken en respecteren, met de kansen en de moeilijkheden die elke situatie met zich meebrengt. Enkele minuten persoonlijke aandacht, begrip, actief luisteren of iemand laten uitspreken kunnen het verschil maken of die zich veilig voelt, aanvaard weet binnen de catechese of niet. Het relationele is er minstens even belangrijk als de inhoud die er aangereikt wordt.

Een catechist is authentiek, getuigend. Hij staat voor wat hij zegt en zelf ervaart. Hij durft zich wel eens kwetsbaar op te stellen, iets van z'n binnenkant te laten zien en dat schept vertrouwen. Als mensen je niet vertrouwen is het onmogelijk vertrouwen te winnen in wat je zegt, zelfs al heb je het over de 'Blijde Boodschap'. Hij getuigt van de hoop die in hem leeft. Hoop is voor vele mensen (ook voor kinderen) de bron van hun spiritualiteit. Hoop en veerkracht zijn dan ook dikwijls met elkaar verbonden.